Een koude kerst in Den Haag

Margaretha schrijft nergens expliciet over het vieren van kerst. Wat we wel kunnen zeggen is dat haar dominee in elk geval kers vierde. Deze prediker en aanhanger van de Nadere Reformatie was zeer streng in de leer. In de 17e eeuw was er onder dit soort calvinisten veel verzet tegen het gebruik van het vieren van in hun ogen roomse of heidense kerstdagen.

Brede straat met wat hoge bomen. Het eerste huis links is twee verdiepingen hoog en meer dan tien ramen breed. Daarachter een huis met een fronton, daarvoor staat een koets. Verderop staat op de straat een pomp. Op straat lopen mensen en er staat een koets. De bomen staan vol in blad.
De Kneuterdijk met links het huis van de Van Reedes. Het huis met de koets ervoor is de woning van Johan de Witt, onbekende maker, ca 1690. Collectie Gemeentearchief Den Haag.

Vlucht

Maar in het jaar 1672 zal er zeker geen kerstfeest zijn gevierd. Op dat moment woont Margaretha met schoondochter en vier kleinkinderen in hun huis op de Kneuterdijk in Den Haag. Toen de Fransen de Republiek binnen vielen, vlak na de geboorte van de kleine Niertje, zijn ze met de kleintjes gevlucht voor de Fransen.

Amsterdam

Eerst vluchtten ze naar Amsterdam waar ze een huis huurden. De spulletjes en kostbare meubels waren al vooruitgestuurd. Daar krijgen die hummels tot overmaat van ramp ook nog de kinderpokjes! Gelukkig is die vreselijke ziekte goed afgelopen en dat zonder de hulp van een dokter. Van zo iemand wordt je immers alleen maar zieker! 

Het zieke kind. Een moeder zit met een kind op haar schoot. Links op een tafeltje staat een pot met een lepel, rechts liggen kleren en een muts op een stoel. Aan de muur hangen een landkaart op rollen en een schilderij met een kruisiging.
Het zieke kind, Gabriël Metsu, ca. 1664 – ca. 1666. Collectie Rijksmuseum.

Maar Amsterdam is geen fijne stad voor de barones en bovendien is ze verstoken van het belangrijke politieke nieuws. Nieuws waar Margaretha juist nu voortdurend reikhalzend naar uitkijkt. Dus gingen ze snel naar Den Haag met z’n allen en dus ook met die altijd maar zeurende Ursula die terug wil naar haar bezittingen in Gelderland. Ze zou beter moeten weten, want ook Gelderland is bezet door de Fransen.

Angstige tijden

De stemming in Den Haag is evenmin vrolijk. De angst voor de Fransen zit er goed in en daarbij regeert het grauw in de straten. Nog maar een half jaar geleden zijn de buurman en zijn broer1Johan en Cornelis de Witt gelyncht door het waanzinnige, doorgedraaide, dolle gepeupel. Ze zullen zich maar rustig houden en niet laten weten dat ze hier, vlakbij, in de stad wonen. Want als het volk dat te horen krijgt: hier, in de stad, de vrouwe van Amerongen, echtgenote van die ambassadeur die in Berlijn aan het feesten en zuipen is. Dat vriendje van die laffe keurvorst! Ja, als het volk dat hoort, dan zijn de rapen gaar! Ook de dreiging van het volk in Utrecht en Amsterdam staat haar nog vers in het geheugen.
Eerlijk gezegd vraagt Margaretha zich ook af waar dat leger van die mof blijft. Hij heeft nu toch wel genoeg geld van de Staten gehad?

Op een naar rechts springend of galoperend lichtbruin paard met zwarte manen en zwarte staart zit een man in harnas. Hij kijkt ons strak aan en heeft in zijn linkerhand de teugels en in zijn rechterhand een maarschalkstaf. Onder het zadel van het paard ligt een sjabrak met goed- en zilverborduursel, op het holster van het wapen staat een monogram. Op de achtergrond vindt een veldslag plaats. Links boven twee engeltjes waarvan de één een wapen met een staf en een kroon erboven vasthoudt en de ander een (zijn?) helm met witte veren.
Frederik Willem I van Brandenburg, toegeschreven aan R. van Langenfeld. Collectie Kasteel Amerongen.

Hoop

Margaretha gelooft niet meer dat ze komen of dat ze op tijd komen. Ze ziet het somber in. Het begint te vriezen en als de Hollandse waterlinie dicht vriest, kunnen de Fransen zo doortrekken naar het westen. Ze heeft ook al een tijd niets van haar zoon en man gehoord. 

Nee, dit is geen tijd om kerst te vieren. Haar enige hoop is een behouden thuiskomst van haar zoon, die ondanks alles zich blijft verzetten tegen de Fransen. En van haar echtgenoot.
Ooit.

Een getekende tryptiek van Den Haag in vogelvlucht. Op de achtergrond de duinen, rechts de zee. In het midden de bomen van het Lange Voorhout. De Plaats ligt precies op de scheiding van de linker en de middelste tekening. Op de linker tekening het Binnenhof.
Gezicht in vogelvlucht over ‘s-Gravenhage en Scheveningen vanuit het noordoosten (de drie rechter bladen van vijf). Johannes van Londerseel ca. 1614, uitgave Johannes Jansonius. Collectie: Haags Gemeentearchief.