Geborduurd door…

Als je er oog voor hebt, valt opeens op hoeveel er geborduurd is in het kasteel. Het is bij borduurwerk lastig aan te geven wat de herkomst is. In principe zijn er twee mogelijkheden: het werd gekocht bij professionele borduurwerkers of de adellijke dames borduurden zelf. Borduurwerk is zelden of nooit gesigneerd, niet door adellijke dames én niet door professionele borduurwerkers. Dus alleen als er bonnen of facturen bewaard zijn, kunnen we met zekerheid zeggen wie de maker is. Zijn er geen bonnen en facturen? Dan zijn óf de bonnen niet bewaard, óf er is niet betaald en is het door de dames gemaakt.

Voor een raam (links) zitten twee dames tegenover elkaar aan een borduurraam. Rechts staat een jonge man toe te kijken. Één van de dames kijkt op van haar werk.
Bordurende dames, Daniel Nikolaus Chodowiecki, 1780. Collectie Rijksmuseum.

Bij het zoeken van de maker van een borduurwerk kan je dus kiezen voor de ene of de andere groep. Waar je voor kiest heeft minstens evenveel te maken met je achtergrond of invalshoek, als met objectieve kenmerken van het object. Ben je vooral bezig met de geschiedenis van borduurwerkers? Dan zal je overal professioneel borduurwerk zien. Kijk je met een feministisch oog naar borduren of ben je bezig met de dagbesteding van adellijke dames? Dan zal je vooral het werk van handwerkende adellijke dames zien. Bij deze twee zienswijzen komen termen als professioneel en amateur, man en vrouw, kunst en ambacht tegenover elkaar te staan.

Op Amerongen hebben we (nog?) niet de luxe dat er uit de voering van een borduursel een briefje rolt met daarop de verantwoording voor het borduurwerk. Dit betekent dat we niets met zekerheid kunnen zeggen, maar wie weet wat het archief nog brengt. Hier beschrijf ik beide kanten, waarschijnlijk zijn beide ten dele waar.

Professionele borduurwerkers en gildes

Tot in de 17e eeuw horen borduurwerkers tot het St. Lucasgilde, het gilde van de schilders. Ze werden ook echt gezien als kunstenaar. Naast de toegepaste kunst die we nu vooral kennen van het borduren, werden er toen ook echt schilderijen geborduurd. Helaas is zijde niet zo duurzaam als verf en veel van deze schilderijen zijn dan ook verloren gegaan. In de 17e eeuw begint de positie van borduurwerkers in de Lucasgildes te veranderen. Die verandering is per stad en dus niet geheel eenduidig. Vaak verschuiven de borduurwerkers naar een ander gilde, bijvoorbeeld dat van de kleermakers (Rhenen en Utrecht), maar soms ook bij de kramers (verkopers) die klein borduurwerk verhandelden. Ze schuiven dus van kunst naar ambacht.

Twee mannen zitten achter een borduurraam te werken.
Italiaanse borduurwerkers. Afbeelding uit The Paduan Bible picture book, Italy, c. AD 1375-1399. Collectie: British Library.

Bij sommige gildes krijgen borduurwerkers te maken met specifieke regels en eisen die voor borduurwerkers gelden. Bij andere gildes vallen ze onder de algemene regels van dat gilde. Het afleggen van een meesterproef is een eis bij alle gildes, maar wat die meesterproef inhield is niet overal hetzelfde. Ook kwaliteitseisen bij de verschillende gildes zijn onbekend. Bij sommige gildes worden vrouwen expliciet toegelaten (er wordt gesproken over meesters en ‘meesterschen’), bij andere gaat het alleen over meesters en gildebroeders.

Professioneel borduurwerk in huis

In de Gouden Eeuw is er bij de bovenklasse veel geld, hiermee kunnen ze onder andere borduurwerk laten maken. Omdat borduurwerk zo arbeidsintensief is, was dat erg duur. Om het nog duurder te maken, kon er met zilver- en gouddraad geborduurd worden. De bewoners van een adellijk huis als Amerongen konden zich zeker professioneel borduurwerk veroorloven.

Er zijn een aantal geborduurde zaken in huis waarvan we zeker weten dat ze door professionele borduurwerkers gemaakt zijn: de palempore en de sjabrakken die geborduurd zijn met zilverdraad. 

In een zwarte lijst zitten drie stukken zilverborduurwerk. Twee in de vorm van een zak of een heraldisch wapen en één rechthoekig met een halfronde opening aan de bovenkant. Bij het grote stuk is in de halfronde opening nog blauw fluweel te zien, de rest van de stof verdwijnt door de overdadige blad en bloemmotieven van geborduurd zilver.
Brandenburger sjabrak van fluweel met zilverborduursel, onbekend, 1600-1699. Collectie: Kasteel Amerongen.

De naald is voor de vrouwen

De vraag wat nu eigenlijk taken zijn die vrouwen kunnen of moeten uitvoeren en wat niet, is zo oud als de weg naar Rome. Feit is dat borduren (en naaien) ‘echte’ vrouwentaken worden, die ze mee krijgen in hun opvoeding en/of opleiding. Frederico Luigini in Il Libro dell bella Donna (1554) concludeert dat de naald voor alle vrouwen is. Voor arbeidersvrouwen is dit vooral als nijverheid en voor gebruik (verstellen, stoppen, kleding naaien). Voor nobele en mooie (!) vrouwen kan het hun eer versterken. Eén van de gevaren die werd gezien als vrouwen leerden borduren, was dat ze er ijdel van zouden worden. Het was dus niet de bedoeling dat ze hun eigen kleren borduurden.

Dames aan het werk met hun borduurwerk. Één dame werkt met een borduurraam, één met een naaikussen en één met een groter kussen. Zij hebben hun werk op schoot. Twee dames zitten te converseren, waarvan één met een hondje op schoot. Één dame is aan het kantklossen, haar werk ligt op een kussen op een tafeltje. Helemaal rechts staat een tafel met een virginaa dat wordt bespeeld door een dame, een zingende vrouw staat naast haar. Op de achtergrond een formele tuin met geschoren heggetjes, parterres en fontein.
Bordurende dames in een tuin ,uit Album Amicorum van Gervasius Fabricius. Würzburg / Salzburg,1603-1637. Collectie British Library (bron: wikimedia commons).

Edel werk voor ijdele vrouwen?

Het leren naaien en borduren gebeurde met oefenlappen: stoplappen en merklappen. Deze lappen begonnen vaak met simpele oefeningen en ze werden steeds complexer. De kwaliteit van het borduurwerk van adellijke dames zal heel wisselend geweest zijn. Van Mary Stuart (die van Willem III) is bekend dat ze een zeer goed borduurster was. Van haar is ook nog borduurwerk bewaard gebleven.

De dames die borduurden konden natuurlijk voor een groot deel zelf kiezen wat ze borduurden. Uit de praktijk blijkt dat ze nagenoeg álles geborduurden: banken, tafelbladen, mouwen, zakdoeken, kasten, boekenleggers, boekenkaften, schoenen, kussens, schorten, handschoenen…

Koninklijk borduurwerk

In het depot ligt ook een bijzonder borduurwerkje, waarvan we zeker weten dat het door een adellijke dame geborduurd is. Dit is een etuitje geborduurd door koningin Wilhelmina van Pruisen (vrouw van koning Willem I). In dit etuitje zit een briefje waarop staat dat zij het geborduurd heeft. 

Vermoedelijk is het in huis gekomen door één van de Van Reede vrouwen die een functie aan het hof had. De kans is het grootst dat dit gebeurde via Jacoba Helena (dochter van de vijfde graaf en oma van Bentinck). Zij was gouvernante van prinses Marianne, de dochter van koningin Wilhelmina van Pruisen. De andere mogelijke opties zijn Maria Frederica (het meisje met het hondje, de zus van de vijfde graaf) en Maria Wilhelmina (dochter van de vijfde graaf en één van de meladdies). Zij waren hofdame van prinses Wilhelmina van Pruisen (vrouw van stadhouder Willem V en de schoonmoeder van koningin Wilhelmina van Pruisen).

Een eenvoudig wit zijden etuitje geborduurd met een witte rand met guirlandes en gestoenen. In het midden een ovaal met een nog niet opgelost monogram.
Etuitje geborduurd door Wilhelmina van Pruisen, Koningin der Nederlanden. Collectie Kasteel Amerongen
ObjectMakerDateringMateriaalVaste plek (Atlantis)
PalemporeOnbekend/India1700/1750Katoen en zijdeDepot (1571)
Brandenburger schabrakDuitsland17e eeuwFluweel met zilverborduurselHal (0636)
Brandenburger schabrak Duitsland18e eeuwFluweel met zilverborduurselHal (0635)
Brandenburger schabrakDuitsland18e eeuwFluweel met zilverborduurselHal (0637)
Geborduurd etuitjeKoningin Wilhelmina van Pruisenca 1800Zijde en gouddraadDepot (0733)