Malo mori quam foedari

Een wapenspreuk, motto of devies, is een korte tekst die onder het familiewapen werd geplaatst. Soms ook op een lint onder dit wapen. De meeste wapenspreuken zijn in het Latijn. Maar we kennen ook Franse spreuken: ‘Je maintiendrai’ (ik zal handhaven), de wapenspreuk van het Huis van Oranje-Nassau en vanaf 1815 van Nederland. Het geslacht Van Reede kende de Latijnse spreuk ‘Malo mori quam foedari’.

De wapenspreuk staat meestal onder het wapenschild is geplaatst. Het kan een familiefilosofie, een belangrijke gebeurtenis of een wens voor de toekomst weergeven. Deze wapenspreuken vind je onder andere ook op rouwborden en ex librissen.

Roemer met deksel van donkergroen glas. Hoog gesponnen voetje. Van boven open stam, bezet met twee rijen platte braamnoppen, gestempeld in een fijn patroontje. Bolle cuppa, van de stam gescheiden door een geknepen draad. Met het rad gegraveerd het gekroonde wapen van Reede, opgehouden door twee griffioenen. Erboven het devies: "Malo mori Quam Foedari". Licht gewelfde deksel met een bol knopje, langs de rand een takmotief.
Roemer met deksel, maker onbekend, ca. 1675-1699. Collectie Kasteel Amerongen.

De betekenis

 ‘Malo mori quam foedari’ is een Latijnse uitdrukking die betekent: ‘liever sterven dan onteerd te worden’. Het concept dat het uitdrukt – het verkiezen van eer, waardigheid en integriteit boven het eigen leven – is een fundamenteel principe dat diep geworteld is in de filosofie en cultuur van de Grieken en Romeinen. De spreuk is een bondige en krachtige samenvatting van een veel ouder en wijdverbreid ethisch ideaal.

Een jonge man in een harnas staat in een landschap voor een kasteel en stad. In zijn linker hand heeft hij zijn zwaard, zijn rechterhand zit aan het lemet. Achter hem een jonge man op een donker paard. Links op de voorgrond een hermelijn voor een papiertje in het gras.
Jonge ridder in een landschap, Vittore Carpaccio, 1505. Collectie Thyssen Bornemisza Museum. De hermelijn op de voorgrond met daarachter het papiertje met de tekst “Malo Mori Quam Foedari” suggereert een connectie met de Napolitaanse Orde van de Hermelijn.

Herkomst

We vinden deze wapenspreuk onder andere bij de Godard van Reede van Ginkel, eerste graaf van Athlone. Maar Van Ginkel was niet de eerste die dit motto gebruikte. Al vanaf de 14e eeuw gebruikten Franse en Napolitaanse ridderorden de spreuk al. De precieze oorsprong van deze spreuk is moeilijk vast te stellen, aangezien de gedachte achter ‘eer boven het leven’ al eeuwenoud is en in verschillende culturen en contexten voorkomt. Helaas, wie dit devies als eerste hanteerde blijft vooralsnog onbekend.

Een hermelijn in het gras met daarachter een gevouwen blaadje met de tekst "Malo mori quam foedari". In het gras zitten ook twee kikkers.
Fragment uit “Jonge ridder in een landschap”

Malo Mori in huis

In huis kom je de wapenspreuk tegen op het wapenbord dat in de hal hing, op de dekschalen op het rechter Van Meekeren kabinet in de grote zaal en op een roemer in de vitrinekast in de eetkamer. In het depot ligt nog een breloque (zegelstempel) waarop de wapenspreuk staat en in de bibliotheek staan diverse boeken met daarin het ex libris van de Van Reedes. Ook daar staat ‘Malo mori quam foedari’ op.

Wapenschild met twee zwartwitte zigzaglijnen vastgehouden door twee griffioenen. Erboven een graafskroon en een helmteken van twee vleugels. Onder het wapen staat malo mori quam foedari.
Ex libris van de Van Reedes
ObjectMakerDateringMateriaalVaste plek (Atlantis)
Wapenschild van de familie van Reedeonbekend18de eeuwhoutHal (0031)
Twee dekschalen van geglazuurd aardewerkonbekend (Berlijn)1730-1735aardewerk Grote zaal (0240)
Roemer met deksel en Van Reede wapenonbekend1675-1699glasEetkamer (0552)
Gouden breloque met stenen zegelonbekendgoud, steenDepot (0721)

Marion vd Hurk avatar