De schaking van Persephone

Ik word altijd geraakt door het gruwelijke plaatje op de tuinvaas op het bastion. Een man in een strijdwagen ontvoert een half blote dame. Het koste me wat moeite om het verhaal hierachter te vinden (die paar jaar gymnasium waren duidelijk paarlen voor het zwijntje). Het gaat hier om de schaking van Persephone. 

De familie

Persephone is de dochter van Demeter, godin van de landbouw, en haar broer Zeus. Persephone groeit op tot een grote schoonheid die door Demeter beschermd wordt opgevoed. Zij wil graag dat het meisje maagd blijft, net als Athene, Hestia en Artemis. Toch raakt haar schoonheid in de godenwereld snel bekend, maar alle goden vangen bot. Gelukkig respecteren ze de wens van Demeter. Alle goden, behalve één.

Drie dames met een mand met bloemen en bloemen in hun opgetrokken rok. Op de achtergrond een strijdwagen die nadert en daarachter gebouwen.
Proserpina plukt bloemen met haar metgezellen, Jan Wandelaar, 1700-1759. Collectie Rijksmuseum.

De schaking

Persephone doet niets liever dan ronddwalen in de natuur. Op een dag fladdert ze achter de vlinders aan die van bloem naar bloem vliegen en langzamerhand wordt de afstand tussen haar en haar chaperonnes groter. Dan, opeens, als donderslag bij helder hemel, klinkt er een gerommel in de verte. Het geluid wordt harder en harder en lijkt uit de bodem te komen. Op het moment dat Persephone zich dat realiseert, barst de bodem open. Vanuit de ondergrond komt een wagen naar boven gestoven. Persephone wordt gegrepen en mee de ondergrond in gesleurd. De chaperonnes zijn uiteraard in paniek en rennen naar het meisje toe, maar als ze op de plek aan komen is de grond inmiddels weer gesloten en is alles weer als normaal.

Tuinvaas met daarop een naakte man die een half naakte vrouw grijpt. Links daarvan een cupido en drie huilende dames.
Hades schaakt Persephone, tuinvaas, 1875-1900. Collectie Kasteel Amerongen. Links de chaperones en cupido.

Wanhopige Demeter

Uiteraard is Demeter ontroostbaar. Ze vraagt rond of iemand weet wie haar meisje ontvoerd kan hebben, maar niemand heeft het antwoord. Demeter kwijnt weg en verzaakt haar taken. Hierdoor komen zaadjes niet uit, wordt niets meer rijp en mislukken de oogsten. Als de goden op de Olympus het geweeklaag van de wanhopige, verhongerende mensen horen, vragen ze zich af wat er toch met Persephone gebeurt kan zijn. Dan zegt Helios, de zon, dat hij alles gezien heeft. De goden zijn wat verbolgen dat hij niet eerder wat gezegd heeft. Helios vindt dat logisch, want hij ziet alles, maar niemand vraagt hem ooit iets.

Hades

Helios vertelt dat Hades, de god van de onderwereld, Demeter geschaakt heeft. Zeus is het jongere broertje van Hades, dus hij gaat verhaal halen en hij eist dat Persephone weer mee naar boven komt. Hades weigert en geeft Zeus duidelijk te kennen dat hij niet alleen het jongere broertje is, maar het jóngste broertje, en dat hij dus niets te eisen heeft. Dan vertelt Zeus hoeveel last de goden hebben van de chaos die ontstaan is doordat Demeter haar werk niet meer doet. “En”, voegt hij er dreigend aan toe, “als Persephone niet mee komt, sturen wij nooit meer een ziel naar de hel!”. Hier is Hades gevoelig voor en hij vraagt nog één dag met Persephone, voor Hermes haar kan komen ophalen. Zeus gaat akkoord en verdwijnt. 

Een man met baard en gespierde buik zit op een zetel met een twee tand in zijn linkerhand. Achter hem ligt een hond met twee koppen.
Hades op zijn troon, Maria Catharina Prestel (print), Giulio Romano (ontwerp), 1783. Collectie Rijksmuseum.

Hades’ list

’s Avonds klopt Hades, die echt van Persephone houdt en haar respecteert, op de deur van Persephones kamer. Hij vraagt haar verlegen of ze een hekel aan hem heeft. Ze antwoordt niet, maar Hades ziet een sprankje interesse, of dat hoopt hij te zien. Hij gaat naast haar zitten en vertelt haar wat hij met Zeus heeft afgesproken. Hij houdt haar een hand met granaatappelpitten voor, “Zullen we samen delen, gewoon om de goede wil te tonen?”. Persephone neemt voorzichtig zes granaatappelpitten die ze in haar mond stopt.

Onder een open granaatappel met pitjes aan een tak. Aan de tak zitten kleine blaadjes en rode bloemen. Op één van de takken kruipt een rups. Op één van de bloemen zit een vlinder met de vleugels gesloten. De vleugels zijn bruin, met ogen en een lila rand. Rechts boven vliegt een vlinder met blauw met bruine vleugels.
Granaatappel (Punica granatum) met twee vlinders, rups en pop, Joseph Mulder (print), Maria Sybilla Merian (tekening en kleur), 1705. Collectie Rijksmuseum.

De seizoenen

De volgende morgen komt Hermes, Zeus’ zoon, om Persephone op te halen en hij komt er al snel achter dat hij en Zeus beetgenomen zijn door Hades. Iedereen weet immers dat als je de vruchten van de onderwereld geproefd hebt, je naar de onderwereld terug moet. Persephone heeft zes granaatappelpitten gegeten, dus ze moet zes maanden per jaar naar de onderwereld. 
Demeter is zo blij haar dochter te zien, dat het spontaan voorjaar wordt en alles tot bloei komt en het voorjaar gaat over in de zomer. Als Demeter na zes maanden afscheid moet nemen, is ze zo verdrietig dat de bomen hun bladeren verliezen en de natuur dood lijkt te zijn. En dit gebeurt jaar, na jaar, na jaar… Zo zijn de seizoenen ontstaan. Opeens is het heel logisch dat dit verhaal op een tuinvaas staat, want als je ergens met de jaargetijden te maken krijgt…

BonnenFeiten
Stephen Fry (2018). Mythos, The Greek Myths Retold.pp. 149-155: Het verhaal van Persephone