Betengeling

In veel kastelen en oude rijke huizen hoor je het woord ‘betengeling’ als het over de wandbekleding gaat. Er waren diverse goede redenen waarom behang op dit soort locaties niet rechtstreeks op de muur geplakt werd, maar betengeling werd toegepast. In Amerongen is in principe alle wandbedekking betengeld aangebracht.

Onderconstructie

Vroeger was een binnenmuur vaak niet recht. Ook de beschutting tegen kou en vocht was niet optimaal. Door een onderconstructie van latten (rachels of tengels) op of voor de wand te plaatsen kon je dit oplossen. Deze onderconstructie is de basis voor de klassieke betengeling. Op dit houten raamwerk werd een drager van jute of linnen vastgemaakt, het ragdoek, waarna er lagen grondpapier op geplakt werden. Bij droging spande het linnen en dat gaf stevigheid voor de toplaag. Daarna werden daar overheen behangsels, stoffen of wandtapijten aangebracht.

Een ladder staat voor twee mensen die in een hoek van de kamer kijken naar de muur die achter het behang zit dat opzij gehouden wordt. Op de muur zijn de latjes van de betengeling duidelijk te zien.
Afhalen van het behang in de Lodewijkskamer, maart 2007. Collectie Kasteel Amerongen

Extra ondersteuning

Daar waar rugleuningen van stoelen het behang zouden kunnen raken werden extra latten aangebracht. Soms ook werd de wandbespanning boven een lambrisering aangebracht om beschadigingen aan de lage delen van de wandbespanning te voorkomen. Met behulp van extra latten konden de onderkanten van schilderijen veilig tegen de wand rusten.

Multifunctioneel

De ruimte die zo achter de bespanning ontstond fungeerde als een kunstmatige spouw. Hierdoor was luchtcirculatie mogelijk. Stoffen en papier werden daardoor niet door condens van koude muren aangetast en zo werden schimmel en verkleuring voorkomen. De oneffen muren werden afgeschermd en leken nu ‘recht’. 

Slaapkamer met groen boslandschap op de muur boven een lage lambrisering. Links in de muur een raam met daarnaast een tafel met een rood tafelkleed. Op tafel liggen wat accessoires, boven de tafel hangt een spiegel. In het midden van de wand een deur en daarnaast een rood hemelbed. Rechts staan ook n og een paar stoelen tegen de muur, één stoel ligt op de grond. Een hondje gaat ervandoor met een slipper. Een heer kijkt voorzichtig om het hoekje van de deur, verderop in de gang gaat de meid onverstoorbaar door met haar werk.
Scene in een slaapkamer, Franse school, ca. 1680. Collectie Victoria and Albert Museum. Let op de lambrisering een de wandbekleding die boven de deur loslaat.

Wandbedekking

In de middeleeuwen werden wanden met wandtapijten behangen. Dit soort tapijten werden door Arabieren of kruisvaarders in Europa geïntroduceerd. Later werd bedrukt papier voor de wanden gebruikt. Om de Franse zijde-industrie te beschermen, verbood Lodewijk XIV het bedrukken van stoffen, maar bekleden met goudleer en het bedrukken van papier vond hij geen probleem. Als we dan naar het midden van de 18de eeuw kijken zien we een massale behangselfabricage, vooral in Engeland en Frankrijk. De techniek van bentengeling kan je voor alle materialen gebruiken: papier (bijvoorbeeld in de bibliotheek), textiel (Koningskamer, eetzaal) of beschilderd linnen (Bentinckkamer).

Verder lezen
Marieke Knuijt, Historische behangsels op Kasteel Amerongen. In: Vriendenbulletin van de Stichting Vrienden van Kasteel Amerongen, jrg. 7 (1990) nr. 17, pag. 19-31
Frans Hazenbosch. betengeling.nl (prachtige beelden van betengelde ruimtes in Amerongen) en Specialisatie in wandbespanning volgens authentieke werkwijze (over betengelen)
Joost de Vree, Wandbespanning. Op: Bouwkundige kennisbank Joost de Vree.

Gerelateerde berichten

Marion vd Hurk avatar