De in augustus 1673 gevormde Quadruple Alliantie maakte van de Hollandse Oorlog een Europese oorlog. De Republiek bracht nu grof geschut mee naar de onderhandelingstafel. Wilde de Zonnekoning praten over vrede? Prima, maar dan kregen de nieuwe bondgenoten van de Republiek óók een stoel aangeboden. De Franse onderhandelaars konden hier niet mee akkoord gaan, en in de herfst van 1673 leek het er zelfs even op dat de Keulse Vredeshandel in zijn geheel zou worden afgebroken.
Met het Franse voorstel om een deel van de generaliteitslanden1De gebieden die wel bij de Republiek hoorden, maar geen stem hadden in de Staten Generaal en bestuurd werden door de Raad van State. Dit waren voornamelijk katholieke gebieden, vooral (rondom) het huidige Noord-Brabant en Limburg. af te staan óf Spanje te overtuigen een aantal plaatsen aan Frankrijk af te staan, gingen de geallieerden niet akkoord. Vervolgens lieten de Fransen niets meer van zich horen. Toch gingen de onderhandelingen door. Niet met Frankrijk en niet in Keulen, maar met Engeland in Londen.
Meij 16 1673 arriveeren de Sweedse Mediateuren tot Aaken de bestemde Handelplaats alwaar den 18 dito haar Ho Moge Gevolmachtigde Solemneel worden ingehaalt. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum
Junij 6, 1673 deden de Franse ministors tot keulen haar publijke intreden en vervolgens de sweedse Engelse en Nederlandse Gesanten om in het Comvent der Carmeliten de Tractaten aan te vangen. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum
De Kuelse Handelinge zijnde sonder gevolg depecheren haar Ho Mog. d ordres aan den Marq. del Fresno Spaans afgesant tot Londen om van een seperate Vrede te handelen. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum
De weg naar vrede
De overwinningen op zee in de zomer van 1673 en de veroveringen van Naarden en Bonn, had de Republiek bepaald geen windeieren gelegd. Een invasie op de Hollandse kust was er in het tweede oorlogsjaar wederom niet gekomen, en de Fransen moesten de Republiek noodgedwongen ontruimen. Het wapengekletter had de weg naar vrede vrijgemaakt.
Geen geld meer voor Karel
Karel II werkte met Lodewijk XIV samen om het katholicisme en absolutisme in Engeland te herstellen. Deze opvatting had zich in de hoofden van veel Engelsen genesteld. Dat de broer van de koning, de hertog van York, in september met een katholieke vrouw was getrouwd en de bruidsschat door de Zonnekoning was betaald, hielp bepaald niet mee. Daarnaast zagen de Engelsen een oorlog tegen Spanje — die er ongetwijfeld zou komen nu bondgenoot Frankrijk de oorlog aan Spanje had verklaard — niet zitten. Het Engelse parlement weigerde nog langer geld beschikbaar te stellen voor de oorlog tegen de Republiek. De Spaanse ambassadeur in Engeland, markies Del Fresno, bemiddelde tussen de partijen en op 19 februari 1674 werd de vrede beklonken.
De Marques del Fresno als Gevolgmagtigde van desen staat sluijt met de Engelse Heeren Commissarisen den 19 Febr 1674 den Vrede tusschen Engelandt en de Vereenigde Provincien. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum
De Vreede wort aan de Hr Staten en Sijn Hooght gebootschapt beswoorden geratificeert en gepubliceert. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum
De koning verklaart in sijn Parlament dat volgens der selver advijs den Vrede met de Heeren Staten Generael geslooten heeft. Fragment uit De vrede van Westminster, 1674, Romeyn de Hooghe, 1674. Collectie Rijksmuseum.
Niet veel later, respectievelijk op 22 mei en 11 april, verlieten ook Münster en Keulen de Franse partij. En Frankrijk? De oorlog verplaatste zich na de ontruiming van de Republiek naar de Zuidelijke Nederlanden. Het duurde nog vier jaar voordat de Vrede van Nijmegen een einde maakte aan de Hollandse Oorlog.
Fragment uit Vreugdevuren te Den Haag bij de Vrede van Westminster, 1674, Isaac Sorious, 1674. Collectie Rijksmuseum
1
De gebieden die wel bij de Republiek hoorden, maar geen stem hadden in de Staten Generaal en bestuurd werden door de Raad van State. Dit waren voornamelijk katholieke gebieden, vooral (rondom) het huidige Noord-Brabant en Limburg.
Dat met dat geld van de vorige week, dat is dus niet gelukt. De ontvanger geeft het gewoon niet. Echt niet. Hij kan het niet, want hij heeft het niet. De drie graven uit het Staatse leger, Waldeck, Van Nassau en Van Horne zijn wel uitbetaald. Montpouillian en Langerak hebben in de winter nog geld gekregen, maar Margaretha en haar zoon krijgen niks. Noppes. Nada. En dan nog klagen de buitenlanders dat ze slecht betaald worden. Dat is dus gewoon niet waar, want ze worden beter betaald dan de eigen mensen.
Mompeljan
Deze inleiding was maar een opwarmertje tot een complete tirade aan het adres van Armand de Caumont, markies van Montpouillan, door Margaretha Mompeljan genoemd. In het Noorden spreken ze zeer slecht over hem, het schijnt dat hij de troepen van de bisschop gewoon liet vertrekken zonder zelfs maar hun bagage te veroveren. Eerlijkheidshalve hebben we hier niets over gevonden: niet over het verhaal, maar ook niet over de roddel. De arme markies zat Margaretha al langer dwars, maar haar opmerkingen over hem redden het maar zelden tot dit blog. En wij zijn niet de enigen, ook chroniqueurs van deze periode als Luc Panhuysen en Olaf van Nimwegen noemen hem niet. Kennelijk valt hij net niet genoeg – positief of negatief – op om in de 21ste eeuw genoemd te worden.
Margaretha’s grootste grief is waarschijnlijk dat hij een geduchte concurrent is bij eventuele promoties van haar zoon. Armand is de zoon van Franse hugenoten. Zijn vader vecht echter wel in het Franse leger onder Armand’s grootvader die Maarschalk van Frankrijk is. Armand zelf vecht aan protestante zijde in het Hollandse leger en trouwt met Amelia Wilhelmina van Brederode. Zij is een dochter van Wolfert van Brederode, één van de laatste telgen van het illustere geslacht Van Brederode, heren van Vianen. Hij doet het kennelijk zo goed in het leger dat Margaretha steeds vermoedt dat hij gepromoveerd zal worden, maar hij doet het niet zo goed dat hij een glansrijke carrière heeft.
Uiteindelijk wordt hij in 1688 luitenant-generaal en hij gaat mee met Willem III naar Engeland. Daar schopt hij het tot Lord of the Bedchamber van Koning Willem III. De Armand en Amelia hebben alleen een dochter en zij trouwt met een Engelse edelman. Dat is ook een nadeel voor je plek in de geschiedenis: als je geen mannelijke nazaten krijgt, ben je een stuk minder interessant. Er zijn van hem, zijn vrouw en zijn dochter geen afbeeldingen bekend. De familie De Caumont gebruikt als familiewapen het wapen van hun andere titel Duc de Force. Die titel heeft Armands oudere broer gekregen.
Naast de kritiek op Mompeljan is er ook goed nieuws uit het Noorden: Nieuweschans is bestormd en ingenomen. Gelukkig hebben ze de bewoners niet slecht behandeld en alleen de militairen alleen in de kerk opgesloten. Johan Maurits van Nassau-Siegen was met zijn compagnie op weg van Friesland naar het zuiden en zij hebben en passant een aanslag op Zwartsluis afgeslagen.
[van hem geschreefve wort,] nu seijt me dat wij de nieuwe schans weer in hebbe wil hoope het waer sal sijn, donse soudense stormender hant ingenoome hebbe doch de menschge niet qualijck getrackteert hebbe de meliesie gevancklijck inder kerck gesloote hebbe, ock seijt me dat donse troepees die in vrieslant ondert komande van prins mouris1Johan Maurits van Nassau Siegen sijn en op wech waere om weer hier te koome kontree komande kreechge en Een aenslach op swarte sluijs soude gehad hebbe daer sij af soude geslage sijn, wat hier van is salme haest hooren, [wat de vreede handelin belanckt wort]
De verovering van Nieuweschans 1673 (fragment), anoniem, 1673 – 1675. Collectie Rijksmuseum.
Vredesconferentie van Keulen
Wat de Keulse vredehandel betreft heeft Margaretha goed door wat er speelt. Zowel Lodewijk XIV als Willem III willen eigenlijk helemaal geen vrede. Voor Holland zou eigenlijk Coenraad van Beuningen naar Keulen gaan, maar hij wilde echt vrede. Omdat Willem III dat niet wilde, ging uiteindelijk Hieronymus van Beverningh. De opdracht was om alleen en vooral te onderhandelen met eventuele bondgenoten.
De Dom in Keulen, Lambert Doomer, ca 1663. Collectie: Boijmans van Beuningen. De rechter toren van de dom werd maar niet afgebouwd en was bijna 3 eeuwen te zien met een kraan erop.
De gezanten van Lodewijk XIV hadden juist de opdracht om alleen met De Republiek te onderhandelen en niet met de andere partijen. Lodewijk legt gelijk in de eerste ronde van overleggen al exorbitante eisen op tafel: zes miljoen gulden en de Republiek moet afstand doen van de Generaliteitslanden (Brabant en Limburg). De Engelsen eisen de veiligstelling van hun handelspositie. De Münsterse bisschop was niet eens uitgenodigd, dus hij kan geen eisen stellen.
De Hollandse onderhandelaars kunnen en willen niet op deze eisen in gaan. Zij vertegenwoordigen het Hollandse standpunt dat de Fransen de oorlog op onrechtmatige gronden begonnen zijn. Lodewijk XIV doet dit af met ‘Ambitie en gloire zijn een vorst altijd te vergeven’. Van Beverningh en Van Haaren reizen terug naar de Republiek om te overleggen met de Staten Generaal. Die nemen hun tijd en pas twee maanden later keren de diplomaten terug aan de onderhandelingstafel.
[haest hooren,] wat de vreede handelin belanckt wort geseeckreeteert, dan van buijten af seijtme dat den koninck2Lodewijk XIV sulcke horijbele Eijsche doot die heel on aeneemelijck sijn, en so ick kan mercken soude het in gelt te geefve moete bestaen, de heer van schoonouwe3Frederik van Reede van Renswoude soude gistere in seecker salet4Salet: salon publijck geseijt hebbe dat hollant en seelant soude segge onmogelijck te sijn die Eijsch vande koninck te voldoe en dat sij ock niet langer inde oorlooch koste kontini =weere oversulcks de vreede soude soecke te maecke alleen tot konservaesie van haere provinsie laet =tende de overheerde provinsie so sij sijn, ick wil
niet geloofe het so gemeent sal sijn of wij so qualijck aen sijn, mij verwondert sijn hEd sulcke en diergelijcke diskoerse so publijck derft segge, men had geseijt hij seekreetlijck naer Enlant was gesonde maer is niet waer, den spaense Ambasadeur of anvoije5Envoye (Frans): gezant isser naer te men seijt noch datter desensie6Dissentie: onenigheid tusch vranckrijck en Enlant soude sijn waer wtmen wat goets hoopt, [uhEd schrijfve vande 18 deeser heb]
Compagnieën en de bouwmeester
Margaretha gaat ook nog in op vragen van Godard Adriaan over de compagnie die hij gezonden heeft en over hun zoon. Margaretha doet nauwkeurig verslag van wie waar is en welk geld gekregen heeft (of niet gekregen heeft). Kennelijk heeft Godard Adriaan ook geïnformeerd naar Michiel Mattheus Smits, de bouwmeester van de keurvorst. Margaretha denkt niet dat Van Ginkel hem gesproken heeft, zelf heeft ze niets meer van hem gehoord nadat hij in Den Haag bij haar langs geweest is. Kennelijk heeft hij Margaretha ook niet meer geïnformeerd of hij wat over haar Parmezaanse kaas gehoord heeft. De kaas was een belangrijk onderwerp, maar is inmiddels uit de brieven verdwenen. Zou hij al aangekomen zijn of niet?
In haar vorige brief schreef Margaretha over de kwitantie. Het lijkt goed te gaan, in tegenstelling tot de ordinantie van de 10.000 gulden… daar heeft ze nog geen cent van gezien. En dan zijn er ook nog Franse troepen gesignaleerd bij de Hinderdam en weet ze zich geen raad met de hoogzwangere Philippota. Zal de vloot binnenkort misschien goed nieuws brengen…?
Fransen aan de Hinderdam?
Fort Hinderdam. Uit Lambert van de Bos, Toneel des oorlog, 1675. www.edward-wells.nl/catalogus, Public domain, via Wikimedia Commons Wikimedia
Er is weer alarm geslagen! Het gerucht gaat dat de vijand zich rondom de Hinderdam begeeft. Een paar maanden geleden is de schans bij de Hinderdam omgevormd tot gebastioneerd fort. Margaretha vreest dat de vijand het op de Hinderdam heeft gemunt en een plaats zoekt om door te breken, maar er wordt geen woord over losgelaten.
[tijt gehandicht,] nu mijn lieste hartge krijge wij alweer Eene alarm en seijt me dat de vijant aenden hinderdam1Fort Hinderdam ligt in Utrecht aan de Vecht tussen Nigtevecht en Uitermeer en was onderdeel van de stelling van Amsterdam. In 1673 is er een stenen bastion gebouwd. In 1674, nog tijdens de bezetting van Utrecht door de Fransen, heeft Amsterdam bij Muiden een zeesluis gebouwd en de sluis in de Vecht bij Hinderdam gesloopt en het recht van inundatie van Utrechts gebied opgeeist. Ben geen aanval bij Hinderdam tegen gekomen.wil atack =queert daer is wat te doen dant wort seer geseeckreeteert ick vrees ick vrees dat wij der van sulle hebbe en dat den vijant op deene plaets of dander sal soecke door te breecke[, dat kraeme van]
Bericht uit de Oprechte Haarlemsche Courant van 13 mei 1673. Volgens het krantenbericht zouden zich op 10 mei inderdaad 150 Franse officieren en 600 soldaten bij de Hinderdam hebben opgehouden, maar zijn ze vertrokken zonder iets te ondernemen. Via Delpher.nl
Hoogzwangere Philippota
De toestand van haar schoondochter drukt zeer zwaar op de gemoedsrust van Margaretha. Zoals het er nu voor staat, is ze genoodzaakt de komende week met de hoogzwangere Philippota en de kleinkinderen richting Amsterdam te vertrekken. Oh, de heer almachtig wil ons land bewaren en ons allen bijstaan…
[soecke door te breecke,] dat kraeme van onse dochter leijt mij seer swaer opt hart en naer dat de saecke gaen sijn wij gereesolveert inde toekoomende weeck met haer en de kinderen naer Amsterdam te gaen, de heer almach =tich wil ons lant bewaere en ons alle bij staen[, onse pleijne potensiaerijse sij]
De plenipotentiarissen – de hoogste rang die een zeventiende-eeuwse Staatse ambassadeur kon hebben! – zijn gisteren en vandaag vanuit de hofstad richting Aken vertrokken. Johan van Reede van Renswoude heeft uiteindelijk tóch toestemming van de Franse koning gekregen om als gevolmachtigde namens de Republiek in Aken te onderhandelen, en zal binnen een aantal dagen zijn collega’s volgen. Voor hem is er een slaapplaats gereserveerd bij Hieronymus van Beverningh in huis.
[bij staen,] onse pleijne potensiaerijse2Plenipotentiaris: Gevolmachtigde, iemand die door een andergemachtigd is te handelen sij gistere en vandaech van hier naer Acken vertrocken, de heere van rhijnswou seijt me dat sijn pas vanden koninck om over de saecken van sijnhoo meede naer Acken te mooge gaen ge kreechgen en sal so geseijt wordt nu in weijnich dage volgen en bij den heere beeverline in Een huijs loosgeere[, onse]
Komt de vloot in actie?
De vloot is eergisteren met zo’n 48 schepen voorbij Scheveningen gezeild. Er gaan geruchten op dat het plan is om richting de rivier de Theems te varen om aldaar de vereniging van de Franse en de Engels vloot te beletten, waarbij ook de Engelse schepen in de haven in de hens zullen worden gezet. Afgelopen dagen heeft het goed gewaaid, dus de Staatse vloot zal zich waarschijnlijk al in de Engelse wateren begeven.
[beeverline in Een huijs loosgeere,] onse scheeps vloot is met ontrent 48 scheep eergistere merge voor bij scheefveline3Scheveningen geseijlt so geseijt wort naer de teems om te sien ofse de konsijonsi4Conjunctie: vereniging, samengaan vande Engelse met de franse scheepe kan belette en de Engelse scheepe in haer havene ruweneere , die =wijl de wint seer goet is geweest en noch so is gelooft men datter onse vloot al is, de heere wil haer deseijn seegenen en ons wat geluck geefve
De Staatse vloot verraste in 1667 de Engelse vloot bij Chatham, waarbij schepen in de hens werden gezet en tot zinken werden gebracht. Een herhaling van zetten…? Tocht naar Chatham, Willem Schellinks, ca. 1668. Collectie Rijksmuseum
En het Staatse leger?
Behalve op zee, woedt de oorlog ook op het land nog altijd door. Margaretha verlangt ernaar iets te horen. Prins Willem III is zojuist vertrokken, en op de Haagse wegen is het een hele heisa. Maar echt veel nieuws is er niet. En de postmeester wil weg, dus Margaretha moet afsluiten.
mij verlanckt seer waert hier te lant te doen is sijn hoocheijt is so aenstonts vertrocke het rijdt hier door den haech seer dan men kan niet weete wat het is, en de post wil wech ick blijf
Blijkbaar heeft de postmeester toch niet zoveel haast, want Margaretha heeft nog tijd om belangrijk oorlogsnieuws in een PS op te nemen. Het schijnt dat de vijand een hoop troepen heeft gemobiliseerd. De Prins is naar Muiden vertrokken en heeft Van Ginkel gelast hem te volgen, waar Van Ginkel uiteraard gehoor aan heeft gegeven. Ach, zijn zwangere vrouw en vier kinderen… Gelukkig kan ze nu nog wel even ‘Mijn lieste hartge’ toevoegen. Met ‘Adieu’!
de post so geseijt wort, wert noch niet geatackeert maer men heeft advertensie5Advertentie: kennisgeving, bericht dat de vijant al sijn volck bij Een treckt, waerom sijn hoocheijt naer muije6Muiden en daer ont= trent wil heeft de heer van ginckel belast mee te gaen die hem so aenstonts volcht tis hier als heel in roor de heere wilse en ons alle be= waere wij sitten hier in geen kleijne benoutheijt had ick die swangere vrou met haer vier kinderen niet, gafver niet om sou mij selfve wage adieu mijn lieste hartge
1
Fort Hinderdam ligt in Utrecht aan de Vecht tussen Nigtevecht en Uitermeer en was onderdeel van de stelling van Amsterdam. In 1673 is er een stenen bastion gebouwd. In 1674, nog tijdens de bezetting van Utrecht door de Fransen, heeft Amsterdam bij Muiden een zeesluis gebouwd en de sluis in de Vecht bij Hinderdam gesloopt en het recht van inundatie van Utrechts gebied opgeeist. Ben geen aanval bij Hinderdam tegen gekomen.
2
Plenipotentiaris: Gevolmachtigde, iemand die door een andergemachtigd is te handelen
Zelfs in oorlogstijd zijn er momenten dat er weinig gebeurt. Zo ook op vijf mei. Margaretha’s brief is met name een status-update over de onderwerpen die ze in haar vorige brief noemde.
Financiële perikelen
Godard Adriaan werft uit eigen zak een regiment soldaten voor zijn zoon. Zoonlief is hier erg blij mee maar het moet wel allemaal betaald worden. Eigenlijk al sinds het begin van de oorlog krijgt Godard Adriaan met grote moeite uitbetaald en het lijkt niet beter te worden. Margaretha is er recentelijk met hernieuwde energie tegenaan gegaan en ze heeft eindelijk de griffier zover gekregen dat weer over de vergoeding voor Godard Adriaans rustwagen gepraat gaat worden.
Dat dit nog niet afgehandeld is, is simpel te verklaren: Daniël van Hogendorp had deze zaak in handen maar is helaas gestorven. Nu is het wachten tot nieuwe heren zijn geïnstalleerd bij de Staten-Generaal. Er is ook altijd wel wat zeg! Margaretha blijft stug volhouden en doet steeds haar best maar het zit haar maar niet mee.
rec. 9e maij in Hamburgh haech den 5 meij 1673
Mijn heer en lieste hartge
uhEd aengenaeme vande 28 pasato is mij behandich geloofve wel uhEd veel moijlijckheede met de werfvine heeft, ick oordeelle de heer van ginckel geluckich dat uhEd die kompangi voor hem werft, daer sal noch al meer als niet van koomen, brant sijn soon schrijft Eenich gelt van uhEd ontfange te hebbe maer niet hoeveel, den heer griffier fagel1Griffier Hendrik Fagel belooft mij noch de reesoluijsi weegens de rustwage bij den staet, nu als de nieuwe heere inde vergaderine sulle sijn gekoome te bestelle, hoochgendorp2Daniël van Hogendorp diet in hande had is doot het welcke, so hij seijt oorsaeck is het so lange heeft getraeijneert3Traineren: langzaam zijn, talmen, uitstellen, de ordinansi4Ordinantie: verordening ter som van tien duijsent gul heb ick nu met haer volkoomene leede in hande doch sien daer noch so haest geen gelt van te bekoomen sal niet op houd mijn best daer om te doen , [de sweetse Ambassadeurs hebbe]
Een Brabants offensief?
De vredesconferentie in Aken nadert en eindelijk zijn de Zweedse ambassadeurs vertrokken. Uiteraard zullen er ook ambassadeurs van de Republiek aanwezig zijn. Deze zijn – natuurlijk – nog niet vertrokken. Het zou allemaal toch eens vlot lopen. Hopelijk doen de ambassadeurs hun werk goed en komt er snel een gunstige vrede voor de Republiek.
[daer om te doen,] de sweetse Ambassadeurs hebbe haer aftscheijt vande staet en sijnhoocheijt genoome vertrecke merge so geseijt wort de onse sulle En woonsdach volgen de heere wil geefse sij wat goets ten beste van ons liefve vaderlant mooge wt wercken, [den prinse van konde is te wttre =cht]
Vrede lijkt te naderen maar de Fransen lijken niet rustig te blijven wachten tot dit gebeurt. Generaal Condé is weer in Utrecht en er gaan geruchten over een nieuwe Franse aanval. Ditmaal in Brabant. Margaretha hoort dat Den Bosch, Heusden of Breda mogelijk doelwitten zijn. Waakzaamheid is dus vereist. Dat zit dan wel weer goed, stadhouder Willem III is langsgegaan bij alle posten. Als de aanval komt, is de Republiek er klaar voor!
[wt wercken,] den prinse van konde5Lodewijk II van Bourbon, prins van Condé is te wttre =cht
alwaer men seijt veel vaertuijch reet gemaeckt wort men gelooft sij twee a drij plaetse te gelijck sulle soecken te atackeeren, men spreeckt van den bos heusde of breeda dan dit sijn maer raetselen wij moeten op alle kante op onse hoode sijn, sijn hoocheijt heeft selfs in persoon alle onse poste weesen besichtigen en so geseijt wort wel besorcht gevonden, nu alledaech sulle wij weer deen alarm of dander hebbe te verwachten de heer wil ons bijstaen en geefve wat salich is, inwien heijlige bescherminge uhEd beveelle blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
Na al dit bloedserieuze nieuws eindigt Margaretha haar brief met een briesje frisse lucht: voor het eerst in tijden krijgt Godard Adriaan ook weer iets van de kleinkinderen te horen. Ze “presenteren hun trouwe dienst” aan hun grootpapa en Fritsje bidt zelfs dat opa Godard Adriaan snel gezond thuis komt. Het komt voor ons allemaal erg formeel over maar voor Godard Adriaan zal dit vast een fijne afsluiting van de brief zijn geweest. Behalve… de Parmesaanse kaas is nog steeds niet boven water. Schandalig nieuws!
onse vier kleijne preesenteere haere oot moedige6Ootmoedig, van ootmoed: Het gevoel van iemand tegenover anderen die boven hem staan, het gevoel van onderdanigheid en ondergeschiktheid tegenover een grootere in macht; nederigheid. Een gebruikelijke ondertekening van brieven. dienst aende groote papa so doet insonderheijt7Inzonderheid: voornamelijk fritsge die seer groot en sterck wort en alledaech voor groote papa bidt dat hij in ge sontheijt t huijs mach koome vande permesaense kaes hoor ick noch niet vrees die in verkeerde hande is geraeckt, hoope uhEd
nu het gesonde blicke servies sal hebbe ontfange
Margaretha schrijft haar brief op een gevouwen velletje papier. Deze brief was vrij kort, dus heeft ze alleen de voorkant en de linkerkant van de binnenkant gebruikt. De laatste regel past er niet helemaal op en die schrijft ze dus helemaal door. Dit blog heeft een vaste marge, dus we kunnen de breedte niet dubbel zo groot maken. Hier kun je de pagina op een leesbaar formaat bekijken.
Ootmoedig, van ootmoed: Het gevoel van iemand tegenover anderen die boven hem staan, het gevoel van onderdanigheid en ondergeschiktheid tegenover een grootere in macht; nederigheid. Een gebruikelijke ondertekening van brieven.
Margaretha is terug uit Amsterdam en daar heeft ze goede zaken gedaan, maar daar heeft ze in haar vorige brief al over verteld. Ze heeft alleen nog niet gezegd dat ze in geval van nood twee kamers bij de drost van Amerongen in Amsterdam kunnen gebruiken. En die nood blijft hoog bij Margaretha, want haar schoondochter is nog steeds hoogzwanger. De vrouw van Odijk moet ook bevallen en die heeft daarvoor een huis in Amsterdam, bij haar duurt het alleen nog twee maanden.
De Parmezaanse kaas is nog steeds zoek. Zouden de Fransen die onderschept hebben? Het blijft overigens rommelen bij de Fransen. Ze staan er sterk voor en nu is Condé ook in Utrecht aangekomen. Wirtz wordt juist naar Vlaanderen gestuurd om daar troepen te commanderen. Margaretha schrijft het niet letterlijk, maar ze is bang dat de Fransen daardoor te veel ruimte krijgen.
De enige plek waar het niet lijkt te rommelen is bij de Zweedse ambassadeurs. Die maken nog steeds geen aanstalte om naar Aken te gaan om de vredesonderhandelingen op te starten. En dat terwijl ambassadeur Van Haaren al staat te popelen om te gaan. Hij neemt zelfs zijn vrouw mee! Er is kennelijk ruimte om sociale bezoekjes af te leggen. Of de gravin van Waldeck echt zo’n mooie jeugdige vrouw was, is helaas niet meer te controleren. Er is één portret waar ze vermoedelijk op staat en dat zou dan ook nog postuum gemaakt zijn.
maer vande permesaense kaes hoore ick niet, vreese ofse inde franse hande mach gevalle sijn, men Aprehendeert1Apprehenderen: vrezen hier de franse die so men seijt seer sterck afkoomen seer, konde2Louis II van Bourbon, prins van Condé seijtme dat te wttrecht is aengekoomen, den heere wurts3Paul Wirtz is naer vlaendere om daer omdaer Eenige troepees te komandeere, de sweetse Ambasadeurs sijn noch hier, de heere haere4Willem van Haaren is hier wacht opt ver= =treck van de Ambassaede neemt sijn vrou met naer Aecken, gistere heb ick met de vrou van ginckel bij de graefvin van waldeck5Elisabeth Charlotte van Nassau Siegen, gravin van Waldeck geweest dewelcke noch Een ijeuchdige fraeije vrou is,
Postuum portret van Elisabeth Charlotte van Nassau Siegen, gravin Waldeck óf haar nichtje Amalia Catharina van Waldeck Eisenberg, anonieme schilder 1690-1700. Collectie Museum Elisabeth Weeshuis, Culemborg.
Gerommel in Amerongen
Er zijn pachters in Amerongen langs geweest die de pacht niet meer kunnen opbrengen. Het land wordt door de Fransen zo zwaar belast, dat dat al niet op te brengen is, dus de pacht lukt al helemaal niet. Margaretha kiest eieren voor haar geld. Ze vraagt de pachters te blijven, zodat het goed niet verlaten achterblijft. Ze moeten maar noteren wat ze allemaal aan contributies en schattingen moeten betalen, het belangrijkst is dat het rijshout (de staken en tenen van jonge bomen die onder andere gebruikt worden voor de beschoeiing van de rivier) niet gekapt wordt.
[over geschooten,] onse pachters van de langewaert sijn hier geweest versochte vande verdere huer ijaere ontslage te sijn seggende dat de landerij so seer beswaert worde dat niet moogelijck is op te brenge en de ongelde te betaelle veelmin Eenige pacht, ick heb niet goet konne vinde haer vandie huer te ontslaen omt goet niet
deesaert te laete legge, maer heb haer geseijt dat sijt soude kontiniweere int goet te gebruijcke en so veel toe sien alst doenlijck is dat de rijswaerde niet mishouwen worde dat wij in alle reedelijck heijt met haer sulle handelen dat sij aenteecke =nin moete houde vande kontreebuijsie en schat tine die sij weegens die waerde moete geefve op datse de rijs niet en verhouwe, [dat sij dat]
Hoewel de ps maar heel kort is, worden daar toch gelijk de belangrijkste roddels even bijeengebracht. Margaretha heeft de Lucia Walta, de Vrouw van Sommelsdijk gezien in de kerk, dus die is niet vertrokken uit Den Haag. Ze heeft kennelijk niet durven vragen naar haar dochters.
de vrou van someldijck heb ick gisteren hier inde kerck gesien, het ongeluck vande heer oencke van ripperda6Unico Ripperda die de graef van witgesteijn7Philip Ernst graf zu Sayn Wittgenstein Homburg heeft doot gesteecken te leeuwaerde sijnde sal uhEd hebbe gehoort, dat huijs komt ongeluck op ongeluck over hij is noch van de vijant niet ontslage anders al op sijn woort
Het tweede nieuwtje heeft Godard Adriaan waarschijnlijk via een ander roddelkanaal al gehoord: Unico Ripperda heeft de Graaf van Wittgenstein doodgestoken in Leeuwarden.
Lang niet alle roddels van Margaretha zijn waar of verifieerbaar, maar deze laatste stuiptrekkingen van het geslacht Ripperda zijn uitgebreid beschreven door Conrad Gietman. De drie laatste mannelijke Ripperda’s van deze familie staan zelfs op de kaft van het boek waarin de moord op Wittgenstein beschreven wordt. Het ongeluk waar Margaretha het over heeft zal gaan over de dood van de twee broers van Unico, Willem en Amelis, en de juridische strijd die Unico met zijn vader voerde. Unico wilde niet dat zijn vader met de moeder van zijn bastaardzoon (en de halfbroer van Unico) trouwde. De status van de jongen zou daarmee veranderen en Unico zou zijn erfenis moeten delen. Bij het schrijven van deze brief is Unico de enige overlevende van zijn familie. In 1678 overlijdt ook Unico, geen van de broers heeft wettige nakomelingen.
Zou Margaretha door deze familiegeschiedenis blij zijn dat ze zelf maar één zoon heeft en dat daardoor jaloezie geen probleem is? Of maakt ze zich misschien zorgen over het feit dat haar schoondochter nog maar één zoon gebaard heeft en daarmee het voortbestaan van de Amerongse van Reede-tak kwetsbaar is?
1
Apprehenderen: vrezen
2
Louis II van Bourbon, prins van Condé
3
Paul Wirtz
4
Willem van Haaren
5
Elisabeth Charlotte van Nassau Siegen, gravin van Waldeck
De hoop op troepen uit Duitsland is na het verraad van Brandenburg nihil. Het enige wat naar de Republiek is gekomen, zijn wat losse manschappen, waaronder een stel knechten en ruiters die Godard Adriaan speciaal voor zijn zoon geronseld had. Toch nog een beetje goed nieuws dus. Als een echt goede vader wist Godard Adriaan precies wat zijn zoon hebben wilde.
Mijn heer en lieste hartge uhEd aengenaeme sonder dato doch volgens die vande heer van ginckel vande 31 pasato hebbe wij ontfangen ock sijnde knechts en ruijters met de paerde wel over gekoome gelijck uhEd wt het schrijfve van onse soon sult sien, hij is bekomert uhEd sijn selfs sult ontrijft1ontriefd hebbe met het paert dat van onse neef van reede2neef Carel van Reede van Drakestein sali3zakiger is gekoome om dat hij oordeelt het selfve seer gemacklijck gaet en Een seer goet paert te sijn,
Hier blijft het goede nieuws niet bij: het gaat ook een stuk beter met Godard Adriaan na zijn ziekte. Margaretha is opgelucht en dankt twee figuren hiervoor: de Here God én Jenneke, Godard Adriaans dienstmeid. Het hemelse en aardse hebben duidelijk samengewerkt in Margaretha’s ogen. Ondanks deze zegens mag Godard Adriaan nog niet naar huis. Hopelijk komt dit goede nieuws snel.
ick ben van harte verblijt uhEd door de hulpe vande meedesijne voornaemlijck de seegen des heere begint te beeteren en de pijn vermindert ick kan niet segge hoeseer mij uhEd indisposisie4Indispositie: (lichtelijke) ongesteldheid, niet (geheel) gezond zijn heeft bekomert, heb jeneken te liefver en salt ock aen haer Eerkene dat sij uhEd so wel heeft op gepast en gedient, den graef van waldeck5Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg wort hier noch alle Eure verwacht mij sal verlange op sijn komste of uhEd ordere sult krijge om thuijs te koome of weer naer ber= =lijn te gaen, [den heere penits is noch hier, uhEd]
Het verraad van Brandenburg
Dat de keurvorst en zijn troepen de Republiek niet te hulp schieten blijft zwaar op Margaretha’s borst drukken. Toch laat de vrede tussen de keurvorst en de Franse zonnekoning nog even op zich wachten. De twee heersers zijn het oneens waar deze getekend zou moeten worden: Keulen of Aken. Het maakt natuurlijk niets uit, het is alleen een manier om de vrede uit te stellen. Wellicht kunnen de Fransozen dan een betere positie voor henzelf uithouwen. Hoe hard de Zweedse ambassadeurs ook roepen dat er vrede komt, Margaretha hoort dat Arnhem, Harderwijk en andere plaatsen versterkt zijn. Het lijkt er zo niet echt op dat de Fransen de Republiek willen verlaten.
[=lijn te gaen, den heere penits is noch hier,] uhEd sou niet geloofve hoe men hier spreeckt dat den heere keurvorst6Friedrich Wilhelm, keurvorst van Brandenburg ons bedroochge heeft uhEd kant best weete heere boecke sijn duijster te leesen7Herenboeken zijn zeer duister te lezen: Onderdanen kunnen niet oordelen over daden en beweegredenen van de overheid, ick heb uhEd in mijne voorgaende geschreefve hoe dat de stat van keulen vast gestelt en aenge =noome was tot de bij Eenkomste vande vreede han delin
nu brenge de franse briefve weermeede dat de konin8Lodewijk XIV die plaets daertoe niet en begeert maer het te Acken wil hebbe, daer ick geloof men hier weij= nich differensi in sal maecke of vinde maer men vreest dit alleen is om wtstel te vinden onse Ambassadeurs preepereeren haer vast tot die reijs, de sweetse Ambasadeurs segge haer sterck te wille maecke dat wij de vreede sulle hebbe dat ick en meer niet wel konne begrijpe om datse Aernhem harderwijck en meer plaetse fortifiseere doesburch hebbense teenemael geraeseert9Raseren: met de grond gelijk maken, [te]
Herdenkingsmunt traktaat tussen Brandenburg en de Staten Generaal, Wouter Muller, 1672. Collectie Rijksmuseum. Het traktaat met Brandenburg begon zo hoopvol…
Fort Utrecht
Ook in Utrecht is er veel gaande. De Fransen lijken het plan opgevat te hebben om vier citadellen te gaan bouwen op de Vredenburg. Wat voor fort zal Utrecht wel niet worden dan? Althans…
Margaretha gelooft niet dat dit plan is wat het lijkt. Volgens haar is het gewoon een tactiek van de Fransen om meer geld los te krijgen uit de bevolking. Voor de citadellen zouden nog meer huizen afgebroken moeten worden maar als je betaalt, laten ze jouw huisje staan. De Fransen lijken vastbesloten om zo veel mogelijk geld uit de Republiek te halen.
[doesburch hebbense teenemael geraeseert ,] te wttrecht spreeckense van vier sitedelle te maecke opt vreeburch hebense al materijaelle daertoe laeten brenge daer soude tot die Eene wel 11 a 1200 huijse moeten afgebroocken worde, doch veel meene dat dit maer tantefaere10Tantefèèr: druktemaker sijn om de liede alweer gelt af te perse tot behou denis van haer huijsen, sij hebbe wondere in vensie om de liede voort te ruijneere, [de procku]
Dat merkt de arme procureur-generaal Abraham van Wesel ook. Eerder schreef Margaretha dat hij een flinke borgsom had betaald om Utrecht te kunnen verlaten voor een gesprek met de raadspensionaris. Helaas kwam hij van een koude kermis thuis: na vier lange dagen wachten heeft Van Wesel uiteindelijk niemand weten te spreken. Teleurgesteld moest hij weer afdruipen naar Utrecht.
Waar blijft dat geld toch?
Margaretha kan het wel begrijpen: zelf probeert ze nu ook al maanden Godard Adriaans salaris uitbetaald te krijgen, zonder succes. Nu ook nog eens haar kasteel is afbrand, is er nog een reden om de raadpensionaris te willen spreken. Hoe langer ze daarmee wacht, hoe groter de kans dat ze niet vergoed gaat worden voor de schade. Was Godard Adriaan maar in de Republiek om zijn politieke gewicht en connecties in de schaal te werpen. Of hij meer succes zou hebben blijft een raadsel: Margaretha schrijft hem nog dat hij de mensen niet meer zou herkennen.
[vensie om de liede voort te ruijneere,] de procku reur generael weesel11Abraham van Wesel is weer naer wttrecht ver trocke sonder dat hij den r p fagel12Raadpensionaris Gaspard Fagel heeft konne spreecken heeft hem 4 dage lanck op alle Euren van den dach gaen op wachte ijae selfs niet Een oochgeblick versuijmt vande tijt die hij hem gestelt heeft, hij weesel dorst niet langer blijfve om de pas die hij vande franse had en in Een dach a2 wt is hij heeft daer voor de som van 5000f tot borch moete stelle dat hij in die tijt weer daer soude sijn, ick had wel gewenst hij den
heere rp13Raadpensionaris weegens onse affaerees had konne spreecke dan theeft met wille lucke, heb hem deese meemoorije die hier neffens gaet laeten opstelle op dat uhEd kont sien of gerade sal vinde die in tijde en wijlle aen de generaeliteijt so te preesenteere, kinschot14Gaspard van Kinschot kan men ock niet Eens te spreecke koomen uhEd sou niet geloofve hoe de mensche verandert sijn en hoe difisiel sij te spreecken worde, de belofte en woorde van dien heer aen uhEd geschreefve sijn goet alser het Efeckt op volcht maer ick vreese in uhEd apsensi ick niet veel op doen sal, ben ock seer beducht of ick deese memoorije al sal derfve overgeefe so lange het den r p niet goet en vindt, sal uhEd goetvinde verwachte, [ick heb uhEd met]
Margaretha is alle bureacratische moeilijkheden zo zat dat ze maar een aanvraag heeft gedaan voor tienduizend guldens in plaats van zesduizend. Op dit punt maakt het niet uit meer welk bedrag je vraagt, het is allemaal even onmogelijk om gedaan te krijgen
Toch is er op bureaucratisch vlak ook goed nieuws te melden: eindelijk, eindelijk, zijn de pagadoors begonnen met het uitbetalen van de Staatse troepen. Van Ginkel heeft een deel van de salarissen voor zijn troepen gekregen en hoopt dat de rest snel volgt. Een eerste teken dat de reorganisatie van het Staatse leger goed uit aan het pakken is wellicht?
[heb aen haer soon sijn getelt], de pagadoors15Pagador: van het Spaanse pagador = betaler, Hier geldschieters be= ginne nu gelt te geefve de heer van ginckel heeft 500f voor sijn komnpangi voort Eerste gelt van haer ontfange hoopt het resteerende van die maent haest volgen sal, [al onse kindere sijn de heere sij ge]
De appel valt niet ver van de boom: Reinout Diederik van Tuyll van Serooskerken, kleinzoon van deze Fritsje, speelt met zijn stokpaard. Fragment uit schilderij van de kinderen van Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken en Ursulina Christina Reiniera van Reede ca. 1750. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Amersfoort.
Letters leren en dromen over een paardje
Het land is verwoest en Kasteel Amerongen ligt in puin maar er is hoop voor de toekomst. De kleine Fritsje kent namelijk het ABC uit zijn hoofd! Na alle deprimerende praat eindigt Margaretha met nieuws over de kleinkinderen. De vele ziektes in de winter hebben ze achter zich gelaten en het gaat nu stukken beter met ze. Fritsje is flink aan het groeien en leert veel van zijn “groote mama”, van Margaretha dus, en de groote Visbach en van de huishoudsters. Nog belangrijker, Fritsje heeft door dat zijn grootpapa zijn vader een mooi paard heeft gegeven en nu wil hij er ook een! Wel maar een klein paardje, dan kan hij er ook op rijden.
[haest volgen sal,] al onse kindere sijn de heere sij ge danckt gesont fritsge wort seer groot en weesent lijck, leert bij groote mama en de groote visbach sijn vrage heel fraeij en ock al ommn o n onse kant Ab al en alde letters seijt dat groote papa hem Een kleijn paertge heeft gesonde daer hij met gewelt op wil rijde bedanckt groote papa seer bidt alle daech voor hem dat hij haest gesont mach worde en weer thuijs koomen, het welcke godt wil geefve, blijf Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
de graef van waldeck is gistere gearijveert
1
ontriefd
2
neef Carel van Reede van Drakestein
3
zakiger
4
Indispositie: (lichtelijke) ongesteldheid, niet (geheel) gezond zijn
5
Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg
6
Friedrich Wilhelm, keurvorst van Brandenburg
7
Herenboeken zijn zeer duister te lezen: Onderdanen kunnen niet oordelen over daden en beweegredenen van de overheid,
8
Lodewijk XIV
9
Raseren: met de grond gelijk maken
10
Tantefèèr: druktemaker
11
Abraham van Wesel
12
Raadpensionaris Gaspard Fagel
13
Raadpensionaris
14
Gaspard van Kinschot
15
Pagador: van het Spaanse pagador = betaler, Hier geldschieters
Wat is Margaretha bedroefd dat haar man nog zo veel pijn heeft en ook dat het er toch niet op lijkt dat hij met Waldeck mee naar Den Haag zal komen! Griffier Fagel wist gisteren namelijk te melden dat de laatste brieven van prins Willem aan haar man de bestemming Hamburg hadden, terwijl Waldeck al volgende week verwacht wordt. Het is dan wel duidelijk dat Godard Adriaan niet bij hem zal zijn.
ick had al gehoopt uhEd met den graef van waldeck1Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg Een keer herwaert2hierheen sout hebbe gedaen en weet niet wat ick dencken sal want gistere bij ockasie3gelegenheid dat ick den heer griffier fagel4Hendrik Fagel weegens uhEd rustwage ginck spreecke seijde hij mij niet te konne dencke dat deselfve hooger ginck5hoger gaan: eigenlijk stroomopwaarts reizen, in dit geval uit het buitenland naar Den Haag komen om dat sijn hoocheijt met de laeste post hem briefve aen uhEd had gesonde en belast die op hamburch te bestelle, en dat hij griffier niet anders wiste of den graef van waldeck wort noch deese weeck weer hier verwacht, [daer om]
Stadspoort te Hamburg (?), vanuit de buitenzijde gezien, Anthonie Waterloo, 1619 – 1690. Collectie Rijksmuseum
Verbroken zegels
Overigens had Margaretha de griffier eigenlijk aangesproken vanwege de rustwagen. Ook daar mogen ze niet te hard op rekenen, omdat Daniël van Hogendorp, nog steeds doodziek te bed in zijn huis te Rotterdam ligt. Wat Margartha niet weet, is dat hij op het moment dat ze dit schrijft, de vorige dag al is overleden.
Daarnaast verzekerde griffier Fagel haar ook dat de Staten-Generaal erg tevreden over haar man zijn, zowel over zijn onderhandelingen als over zijn adviezen, en dat ze Fagel hebben gezegd Godard Adriaan vooral op de hoogte te houden van alle correspondentie. Behalve met Theodore Brasser, vertegenwoordiger bij Brunswijk en Osnabrück, omdat Godard Adriaan daar zelf al mee schrijft. Fagel zei echter ook te merken dat de brieven regelmatig worden onderschept en opengemaakt. Godard Adriaans brief van de 14e aan de Staten was open geweest en wel heel bot en plomp weer dichtgeplakt. Een brief waarin Godard Adriaan verzoekt om naar huis te mogen heeft hij trouwens nooit gezien…
[gedaen worde,] seijde mij ock dat men heere de state volckoome kontentement6tevredenheid so van uhEd neegoosgasi7negotiatie: onderhandelingen als advijse neemen en hem hebbe gelast van tijt tot tijt alser Eits voorkomt uhEd kenise daervan te geefven, gelijcke hij seijt te doen behalfve van de briefve van brasser8Theodore Brasser, vertegenwoordiger van de Republiek bij de Hertogen van Brunswijk in Celle, Wolffenbütel en Hannover en bij de bisschop van Osnabrück om dat die selfs met uhEd korespondeert, maer seijt te bemercke dat de briefve worde geintersipiEert9intercipiëren: onderscheppen of op gebroocke gelijck die vande 14 die uhEd aenden staet heeft gesonde was open geweest en wel plomp bot weer toege daen, hij seijt ock noijt geen briefve van uhEd gehadt of ock niet aenden staet gesien te hebe waer in uhEd sijn demissie10ontslag, verlof of om Een keer her waerts te doen versocht heeft, so dat die daer uhEd inde mijne van mensioneert11mentioneren:vermelden hetselfve aende griffier versocht te hebbe niet moet ter hande gekoome sijn, [weegens onse ackte van garant]
Gesmolten zegels en een zegelring, Vincent Laurensz. van der Vinne (II), 1714. Collectie Rijksmuseum.
Geen geld voor Margaretha…
Het is Margaretha nog niet gelukt het geld voor de derde ordinantie los te krijgen. Ze heeft hem bij de drost van Amerongen in Amsterdam achtergelaten om daarmee naar de ontvanger te gaan. De ontvanger beweert helaas dat het echt niet kan, en dat hij zelfs niet kan zeggen wanneer hij wel kan betalen. Ze vreest dat het hoe langer hoe erger zal worden.
met de leste post heb ick uhEd geschreefve dat ick de tweede ses duijsent gulde heb ontfange, de ordinansi vande derde heb ick onder den drost van Ameron geleate op om de peninge tot Amsterdam bij den ontfanger in te vorderen, doch sien daer voor Eerst noch geen raet toe, vermits den ontfange seijt hem onmoogelijck te sijn alsnoch tijt te konne stelle tot de betaelline, ick sal nae de hoochtijt weese ses duijsent gul versoecke maer sien geen raet tot gelt of ick schoon ordinansi heb en vrees het hoe langer hoe erger sal worde, [dat de heer van ginckel]
Betaaltafel waarvan de hoekstijlen boven de poten zijn geschubt met geldstukken, anoniem, 1640 – 1660. Collectie Rijksmuseum.
… en ook niet voor van Ginkel
Voor van Ginkel is de geldkrapte nog erger. Margaretha weet niet hoe hij het zou rooien als hij met vrouw en kinderen niet bij haar terecht zou kunnen. Hij heeft nog steeds geen stuiver van zijn salaris gehad. Niet voor zijn functie als ritmeester en niet voor die als kolonel. Waar moet dat heen? Hij is zojuist teruggekomen uit Gorinchem, en wat hij vertelt over de omstandigheden waaronder mensen en paarden daar moeten leven doet Margaretha nog sterker wensen dat God alles ten goede zal keren.
[langer hoe erger sal worde,] dat de heer van ginckel met sijn vrou en kinder niet bij ons was weet voor waer niet hoe hijt maecken sou want krijcht alsnoch niet Een stuijver van sijn tracktement noch als rit =meester noch als kolonel, waer wil dit noch heen, so aenstonts komt den heer van ginckel van gorckom seijt het droefvich is te zien so de mense en en beeste teweete paerde daer wt sien, de heere wil ons alles ten beste schicke, [om weegens deese staet]
Gaan de onderhandelingen in Keulen vrede brengen? Ze somt, net als in haar vorige brief, nog eens de namen van de personen op die zullen worden afgevaardigd. Margaretha heeft er niet veel vertrouwen in. Wat voor vrede zal dat worden, want wat valt er te onderhandelen met een koning die alles zo heeft als hij het hebben wil? Ze zeggen dat Spanje op het punt staat met Frankrijk te breken, maar dat hadden ze veel eerder moeten en of het gaat gebeuren is nog maar de vraag.
[hier in verwacht,] ick ben seer swaerhoofdich indeese vreede handel konende niet sien wat vreede wij sulle konne maecke met Een koninck diet alles naer sijn wens gaet, men spreeckt seer dat spange12Spanje staet opt point om met vranckrijck13Frankrijk te breecken haddense dat wat Eer gedaen en oft och geschiede maer men heeft het so lan geseijt, [farijo die gouverneur van Maestricht is]
Welland moet wieberen
Neef Welland is naar Zeeland vertrokken, dat werd tijd. Margaretha merkt zuur op dat iedereen die uit Utrecht afkomstig is en er toe doet, ondertussen al een keer prins Willem III eer is komen bewijzen, behalve hij. Waarschijnlijk kan hij het zich niet veroorloven en komt hij niet uit met zijn inkomen. Hij heeft de hele winter op Margaretha’s zak geteerd en dat in deze kwade tijden met zware belastingen! Als hij terug is zal ze hem zeggen dat ze de kamer niet langer kan missen. Wat ook waar is, merkt ze op, want ze moet de meubels uit Amsterdam straks toch ook ergens kwijt?
[het gouvernement had hoore te geefve,] den heer van wellant14Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha is Entelijck Eens naer seelant15Zeeland gegaen, al de werlt van wttrecht16al de wereld van Utrecht: iedereen uit Utrecht gekoome sijnde hebbe sijn hoocheijt gesien en gesalweert17gesalueerd: begroet behalfven hij, sien niet dat hij der nae trachter18naar tracht:het probeert, wat soude hij sijn kost betaelle ick vreese hij met sijn inkoome niet toekomt daer hij alde winter de kost bij mij heeft gehadt, met deese quade ijaere indewelcke so swaere schatine moete gegeefve worde, ick sal als hij weerkomt hem segge dat wij die kamer niet langer konne misse gelijcke het waer is so ick onse meubele en alt goet van Amsterdam hier brenge salt daer op moete sette, nu ick verlange met de naeste post te hoore in wat Ent vande werlt19aan welk eind van de wereld: waar in de wereld uhEd is, hoope de heer almach =tich deselfve sal geleijde, blijfve uhEd getrouwe wijff M Turnor
Kaart van de heerlijkheid Noordwelle in Zeeland, eigendom van de heer van Welland, anoniem, 1649 – 1658. Collectie Rijksmuseum.
1
Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg
2
hierheen
3
gelegenheid
4
Hendrik Fagel
5
hoger gaan: eigenlijk stroomopwaarts reizen, in dit geval uit het buitenland naar Den Haag komen
6
tevredenheid
7
negotiatie: onderhandelingen
8
Theodore Brasser, vertegenwoordiger van de Republiek bij de Hertogen van Brunswijk in Celle, Wolffenbütel en Hannover en bij de bisschop van Osnabrück
9
intercipiëren: onderscheppen
10
ontslag, verlof
11
mentioneren:vermelden
12
Spanje
13
Frankrijk
14
Goderd Willem van Tuyll van Serooskerken, pleegzoon van Godard Adriaan en Margaretha
De laatste brief van Margaretha is van 19 maart 1673. Ze schrijft in de brief van 27 maart dat ze haar man acht dagen geleden heeft geschreven, dus er zijn geen brieven verloren gegaan.
Margaretha heeft genoeg te vertellen. Ze steekt meteen van wal: met veel bidden en moeite is het Margaretha gelukt om geld te krijgen. Van de 6000 ontvangen guldens heeft ze er – uiteraard met toestemming van Godard Adriaan – 5000 aan Van Ginkel gegeven voor de brandschatting voor Middachten. Zal het genoeg zijn…?
Mijn heer en lieste hartge
heeden achtdaech schreef ick uhEd dat ick naer Amsterda ginck om de betaeline van beijde de ordenansie te be= vordere, doen ick daer quam was den ontfanger nae den haech dat mij 2 a 3 dage naer hem deedt wachte met veel bidde en moijte heeft hij mij deene ordina =nsie ter som van 6000f betaelt seijde met de traene inde oochge hem onmoogelijck te sijn op dander als noch Eenich gelt te konne geefve ock geen tijt te konne stelle wanneer, uit deese 6000f heb ick volgens uhEd goetvinde de heer van ginckel 5000f gedaen tot betaeline vant bewuste waer voor sij geackordeert sijn waer onder harvelde en alle haere verdere goederen begreepen sijn, de heer almachtich wil geefve datse daer meede voor verdere schade be vrijt mooge weesen doch twijfele daer seer aen
Verlangen naar Godard Adriaan
Hoewel Margaretha’s laatste brief van 19 maart is, heeft ze maar liefst drie brieven van haar man ontvangen. Ze is ‘van ganscherharte verblijt’ te horen dat Godard Adriaan weer beter is; ze is erg ongerust geweest. Het is fijn te horen dat Godard Adriaan zo goed verzorgd is, maar gelukkig is hij nu weer in Hamburg – daar zijn medicijnen beschikbaar. Bovendien is hij nu veel dichterbij! Margaretha verlangt er zo naar haar lieve man weer eens te spreken… Misschien, als ze eens naar Friesland gaat, dat ze overstapt zodat ze naar Hamburg kan afreizen om haar man kan zien…
[koomen,] ick ben van ganscherharte verblijt uhEd weer beeter is en kan niet segge hoe ongerust ick ben geweest wij sijn den heere volckersem1Onbekend en voor al den goede heer en vrou van Ellere2Wolfgang Ernst von Eller zu Lauterbach en Juliane Charlotte von Kalkum genannt Leuchtmar wel ten hoochste ver oblijgeert3Verobligeren: verplichten voor de goetheijt die haer hEd aen uhE hebbe beweesen, doch ben blijde uhEd tot hamburch is om dat deselfve daer beeter van meedesijne kan gedient sijn als ock dat hij so veel naerder is, waer die reijs te doen als van hier naer vriesla soude Eens overstappe want kan niet segge hoe seer ick verlange uhEd Eens te mooge spreecken
Als Margaretha haar man spreekt, wil ze het in ieder geval hebben over huishoudelijke zaken. Alles is namelijk zo ongelooflijk duur! De belastingen rijzen de pan uit en de betalingen aan de milities lopen achter. Officieren krijgen niet eens één stuiver, en dat terwijl diegenen die zijn aangesteld om de betalingen voor het leger te regelen, de pagadoors, er allemaal prima bij lopen…
weet niet hoe ickt in onse domistijcke affaerees noch stelle sal, alles is hier ongelooflijcke dier daer toe loopen de schattine Exstreem hooch, de betaeline vande meeliesie seer slecht de pagadoors maecken der niet van geefve noch nergens nae Een maent op Een de Eerste maent maer sestien hondert gul daer konne de ruijters niet heel wt betaelt worden de offisiers krijgen niet Een stuijver, en deese schoone pagadoors trecke sulcken gelt
Feestmaal van de rijke man (Dives) met Lazarus bedelend aan de deur, Abraham Bosse, 1637 – 1638. Collectie Rijksmuseum.
De oorlog die niet wil lukken
Fragment met stormladders uit Bestorming van de vesting Galata, Jan Luyken, 1683. Collectie Rijksmuseum
Godard Adriaan zou niet kunnen geloven hoe slecht de mensen in de Republiek over het leger van de Republiek en over de keurvorst spreken, die inmiddels weer richting Berlijn is vertrokken. Er is geen enkele hoop meer. We kunnen alleen nog vertrouwen op God, die ons in onze ellendige staat wil bijstaan. De oorlog dient ons niet.
Laatst is er nog een poging gedaan om Harderwijk op de vijand te heroveren. Die aanslag was volgens horen zeggen zeer goed gepland. Kolonel Palm, die zijn dapperheid had getoond tijdens de aanval op Woerden, voerde het commando. Toen de aanvallers de stadswallen naderden, bleek dat enkele schepen waarmee de militairen naar Harderwijk gebracht moesten worden, te laat waren. En ze schijnen ook nog eens de stormladders te zijn vergeten! Daarnaast dachten de aanvallers dat de aanval ontdekt was. De aanval moest worden afgeblazen en de militairen trokken onverrichter zake terug. Een gevluchte inwoner van Harderwijk was niet blij met kolonel Palm, de officieren en de schippers. Kort samengevat: het wil gewoon niet lukken.
de meliesie verloopt seer, uhEd kan niet geloofve hoe de mense spreecke, en nu de keurvorst weer naer berlijn is ontsackt4Ontzakken: ontglippen, ontgaan ons al de moet en hebbe geen hoop meer als alleen op godt die ons in onsen Elendigen staet wil bijstaen, den oorlooch dient ons niet wij hebbe weer Een aenslach op harderwijck inde voorleedene weeck gehadt die so geseijt wort heel wel was aen geleijt, daer den kolonel palm5François Abrahamszoon Palm die so wel voor woerde gedaen heeft het komande hadt doense dicht onder de stats walle quaeme bleefvender Eenige scheepe met volck die te laet quaeme achter en so geseijt wort waeren de storm leere vergeeten en se inmaesgeneerende6Imagineren: zich inbeelden haer dat het in de stat ondeckt was, niet teegenstaende dat de Eene stats poort genoechsaem doordiensij de stat demoolijeere7Demolieren: slopen, slechten open lach, sijn donse sonder de minste atacke8Attaque: aanval te doen onverichter saecken weerom gekeert en met de kous opt hooft weer thuijs gekoome, Een burger wt de stat die de aenslach hadt gepracktiseert is met sijn vrou en kinder daer wt gevlucht, beschuldicht palm seer palm sijn offisiers en de schippers in soma9In somma: samengevat ten wil met ons niet lucken[, men spreeckt seer]
Plattegrond van en gezicht op Harderwijk, Nicolaes van Geelkercken, 1653 – 1672. Collectie Rijksmuseum
Liever vrede
Vrede is op dit moment eigenlijk de enige optie. Voor de vredeshandelingen was de stad Keulen aangewezen, maar dat weet Godard Adriaan ongetwijfeld al. Uit Holland worden Hiëronymus van Beverningh en Johan van Reede van Renswoude aangewezen. Zeeland wordt vertegenwoordigt door Justus de Huybert óf Willem Adriaan van Nassau-Odijk, Friesland door Willem van Haren en Stad en Lande door Johan IJsbrands. In Van Beverningh hadden weinig lieden vertrouwen. Johan van Reede was niet veel beter, en was bovendien te oud voor zulk belangrijk werk. Ach, Margaretha hoopt gewoon dat de heren snel aan het werk gaan en dat het snel zal leiden tot een goede vrede. Ze ziet anders ‘geen wtkomste ter werlt’.
[wil met ons niet lucken,] men spreeckt seer van vreede dat ons het beste waer, de stat van keullen gelijck uhEd sal verstaen hebbe, is tot de bij Eenkomste daertoe vast gestelt, men seijt dat weegens deese staet omderwaerts te sende voorgeslage, worde, wt hollant den heere beeverine10Hiëronymus van Beverningh en rhijnswoude11Johan van Reede van Renswoude wt seelant den heere huijbert12Justus de Huybert of oudijck13Willem Adriaan van Nassau-Odijk wt vrieslant, den heere haere14Willem van Haren vande stat en lande den heere ijsebrantse15Johan IJsbrands vande Eerste hebbe de gemeente geen goede opijnie den Eerste betrouwense niet te veel en den tweede seggense niet veel beeter behalfve datse segge hij te out is om sulcke wichtige werck te verichte, ick wenste men maer aent werck was en wij de hoop tot Een goeije vreede lagen sien anders geen wtkomste ter werlt[, de heer van ginckel is naer sijn garnesoen]
Krantenfragment over de afgezanten voor de Keulse Vredehandel uit de Oprechte Haerlemsche Courant van 1 april 1673. Via Delpher.nl
Over en weer
Er wordt heel wat over en weer gezonden. Van Ginkel heeft paarden ontvangen van Godard Adriaan, en zal binnenkort ook nog manden met zadels ontvangen. Margaretha zelf verlangt vooral naar de komst van Georg Frederik van Waldeck-Eisenberg en Phillipp Jacob von Emerhaus om te horen wanneer Godard Adriaan nu eindelijk eens naar huis komt… Oja, zou haar lieve man dan niet twee vaten Franse wijn kunnen meenemen? Die is hier zo ongelooflijk duur! Margaretha sluit haar brief af, maar voegt nog wel een P.S. toe: als de vrede echt doorgaat, wens ik dat je zo snel mogelijk hier komt. Ze verlangt niet alleen naar vrede, maar ook naar de aanwezigheid van haar ‘heer en lieste hartge’.
[wtkomste ter werlt,] de heer van ginckel is naer sijn garnesoen sal met de paerde daer uhEd van schrijft wel blijde sijn siet ock de mande met saels die van Hamburch hier soude koome alledaech int gemoet hoewel den jongen teminck seijt daer niet van gehoort te hebbe, ick verlange seer nae de komste vande graef van waldeck en den overste Eppe om te hoore wat hoop der is tot uhEd overkomste, de franse wijn is hier so dier men moet hondert gul boven den inpost voor Een oxshoof toesaene die goet is geefve, daerom ick dachte so uhEd te water van Hamburch hier quaemt of hij niet Een oxshooft of twee sou konne vande hamburch meede brenge alles is hier te ongelooflijck dier, nu sal ick dees Eijn =dige en met verlange blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor
so de vreede voort gaet wenste uhEd te meer hier sal anders met den heere beeverline en rhijns wou spreecke op dat se uhEd daer bij gedencke en dat wij daer in niet vergeete worde en hierna noch meerder swaericheijt voor den dienst die uhE doet
Man die het zadel van een paard verschikt, Gerard ter Borch (II), 1631. Collectie Rijksmuseum
1
Onbekend
2
Wolfgang Ernst von Eller zu Lauterbach en Juliane Charlotte von Kalkum genannt Leuchtmar
Is de keurvorst van Brandenburg eigenlijk nog wel van plan slag te leveren tegen de Franse troepen? Margaretha heeft vernomen dat het keurvorstelijke leger, tot verbazing van eenieder, de Rijn nog niet overgestoken is. Volgens Margaretha gelooft bijna niemand meer dat de keurvorst überhaupt nog van plan is de Rijn over te steken en Turenne een lesje te leren.
men seijt haer hoocheijt1Dorothea van Sleeswijk Holstein Sonderburg Glücksburg vande keurvorst van brandenburch briefve vande 23 heeft waer bij ver staen wort dat die troepees noch den rhijn niet waere gepasseert tot verwonderin van ijder, nu gelooft men hier niet dat den heere keurvorsts meeninge is die te passeere veel min slach teegens tureijne2Henri de la Tour d’Auvergne, burggraaf van Turenne te leefvere
Oorlog kost geld
En wat doet Willem III? Margeretha heeft alleen vernomen dat de Prins zich met zijn leger ergens in of rondom Tongeren ophoudt. Ze hoopt in ieder geval dat de Heer hen wil bijstaan en alle (krijgs)plannen wil zegenen. Vervolgens vertelt ze dat de Staten van Holland hebben vergadert over, zo heeft Margaretha gehoord, een nieuwe belasting. De 200ste penning, een extra belasting die wordt geheven wanneer er geldnood is, moet vóór 1 mei 1673 twee maal betaald zijn. Maar er komt dus een extra belasting bij. Deze belasting zal geheven worden over het salaris van ambtenaren. Zij moeten hiervan een vierde deel afstaan ’tot dienst van het land’. Margaretha moet eerst maar eens zien of het allemaal wel doorgaat.
[helpe en bijstaen en alle de deeseijne3Dessein: doel seegene,] men heere van hollant sijn weer vergadert, so geseijt wort opt inwilge van nieuwe schattine en soude den twee honderste penin4Vermogensbelasting weer noch twee mael voor meij Eerstkoomende moete gegeefve worde, en alle ofijsante en seepooste5Officiant en suppoost betekenen allebei ambtenaar of beamte Een vierde part van haer tracktemente6Traktement: salaris moete geefve tot dienst vant lant of dit al deur sal gaen staet te sien, [de raete]
Het innen van belastingen (?)., anoniem, naar Bernard Picart, 1704. Collectie Rijksmuseum.
Vredesonderhandelingen
Gelukkig lijkt er wat betreft de oorlog licht aan het einde van de tunnel te zijn: Zweden zal in het conflict gaan bemiddelen. Margaretha schrijft dat de strijdende partijen in Aken bijeen zullen komen. Ze hoopt dat de Heer hen een goede vrede zal geven.
[soude aen Appelboom geschreefve hebbe] dat de koninck van Engelant de mediaesie7Mediatie: Bemiddeling tusschenkomst met geneegen theijt heeft aengenoomen, en dat men meent de plae =ts van bij Een komst tot Acken sal genomineert worde, de heer almachtich wil ons Een goede vreede geefve [die in sijne]
Kolonel Bampfield
In haar brief van 28 november heeft Margaretha reeds geschreven over de Franse aanval op Ameide. De Staatse kolonel te Ameide, de Brit Joseph Bampfield, zou zwaar zijn mishandeld. Anderen zeggen zelfs dat hij dood is, schrijft Margaretha. Het is allemaal zo naar, en ze weet niet meer wat waar is en wat niet.
Margaretha vervolgt haar brief met nieuws over het thuisfront. Tietge is gelukkig bijna van de pokken af. Het kindje zal er waarschijnlijk geen of weinig littekens aan overhouden. De Here zij gedankt, ze is er genadig van afgekomen! En met de andere kleinkinderen gaat het ook nog goed.
[volgens uhEd begeerte,] ons tietge begint weer heel wel te worde de pockges sijn meest al af gevalle ick kan niet sien ofse sal geen of heel weijnich pock putte houde, is de heere sij gedanckt daer tot noch toe heel genadelijck afgekoomen de andere kinder sijn ock noch wel, [deese inge]
Hout uit Middachten
Er is ook bericht uit Gelderland: het garnizoen uit Doesburg is flink bezig geweest in het Middachtse bos. Het Dierense bos is inmiddels al door de Franse troepen kaalgekapt. Ze maken van het hout palissades en gebruiken het als brandhout.
De sterkte van de Fransen
Margaretha sluit haar brief af met de gebruikelijke groet. Maar ze voegt nog een notitie toe, waarschijnlijk wanneer ze de brief al heeft dichtgevouwen. De notitie gaat over Turenne. Men gelooft niet dat zijn leger meer dan 16.000 man telt. Het leger van Condé telt niet meer dan 8.000 man. Daarom is het volgens een ieder ook zeer verwonderlijk dat er nog geen slag geleverd is…
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff M Turnor tureijne8Henri de la Tour d’Auvergne, burggraaf van Turenne hout me hier voor seecker dat booven de 16000 man niet sterck is en konde diemen niet weet dat noch van mets vertrocke is, geen 8000 daer om men sich hier niet genoech kan verwondere datter niet geslage is
1
Dorothea van Sleeswijk Holstein Sonderburg Glücksburg
2
Henri de la Tour d’Auvergne, burggraaf van Turenne
3
Dessein: doel
4
Vermogensbelasting
5
Officiant en suppoost betekenen allebei ambtenaar of beamte
6
Traktement: salaris
7
Mediatie: Bemiddeling
8
Henri de la Tour d’Auvergne, burggraaf van Turenne