Vandaag een raar kort briefje. Waarschijnlijk heeft Margaretha haar echte brief al klaar en aan de post gegeven. De post kwam niet alleen een brief halen, maar had ook een brief voor haar van Godard Adriaan. Daar stond nog wat in waar ze op wilde reageren en dus schreef ze nog een briefje voordat de postbode er weer vandoor moest. De ‘echte’ brief zit niet meer in het archief, dus we hebben alleen nog het kattenbelletje.
Ameronge den 14 maert 1677
Mijn heer en lieste hartge [rec 18 dito]
naert afgaen m vande mijne vandaech ont fange die van uhEd vande 10 deeser heb in lange geen so vers gehadt, [het doet mij]
Geldzaken
De reden om even een extra briefje te schrijven terwijl de postbode wacht is duidelijk: uit Godard Adriaans brief blijkt dat de 3000 gulden die Van Beusinchem bij Temminck zou leggen, niet voor Godard Adriaan beschikbaar is. Margaretha beschrijft nog een keer wat Beusinchem haar beloofd heeft te doen. Ze heeft geen idee waar het proces hapert, maar als het nog niet bij Temminck blijkt te zijn, dan zal ze zelf naar Utrecht gaan.
[lange geen so vers gehadt,] het doet mij leet beusekom het gelt te weeten de 3000f die hij mij volgens tgeene ick uhEd heb geschreefve had belooft al over acht dage te doen kan niet weeten waert aen haepert heb deesen dach daer over noch aen hem geschreefve, twijfele niet of teminck moet het nu al hebbe so niet sal icker Espres om naer wtt trecht gaen, [ick heb ock staet gemaeckt]
Zinnebeeldige voorstelling van het muntwezen, Romeyn de Hooghe, 1670 – 1708. Collectie Rijksmuseum. De vrouw in het middel is de vrouwelijke personificatie van het muntwezen of het geld. Ze heeft munten op haar schoot en in de hoorn. Ze is afgebeeld met Mercurius, god van de handel, mijnbouw, smeltovens en muntmakers.
Diepste wens
Tijd om af te ronden, want de postbode wil door. Margaretha gaat er vanuit dat de prins een brief aan haar man geschreven heeft. En volgens mij verlangt ze niet naar haar brief, maar naar wat ze hoopt dat er in de brief staat…
twijfele niet of sijn hoocheijt sal nu aen uhEd hebbe geschreefve,
waer naer ick verlange, de post staet en wacht op deese daerom moet sluijte blijfve
Het is een beetje stil hier. Het is niet zo dat wij (de schrijvers van het blog) het bijltje erbij neer gegooid hebben, maar er zijn gewoon even geen brieven. De laatste brief die we hebben is van 23 december 1676. De volgende is pas weer van 23 februari 1677. Waarom weten we eigenlijk niet.
We hebben nog gecheckt of Godard Adriaan misschien rond de jaarwisseling in de Republiek geweest is, maar nee, hij bleef op zijn post. Er zijn in de laatste dagen van 1676 en in de eerste maanden van 1677 ook geen dingen gebeurd die zo controversieel zijn dat er niet geschreven werd of dat Godard Adriaan haar brieven heeft vernietigd. Ook in de brieven is er geen aanknopingspunt, er wordt niet geschreven over slecht lopende post of missende brieven.
Zijn er verder wel brieven?
Van Ginkel schreef zijn vader een stuk minder regelmatig dan zijn moeder, maar ook voor hem geldt hetzelfde gat. Zijn laatste brief is van 19 december 1676 en de volgende is van 26 februari 1677. Ook van secretaris Godard van den Doorslagh zijn in deze periode geen brieven bewaard gebleven. Zijn laatste brief is van 16/6 december 1676. Bij hem duurt het alleen tot begin april voor we weer een volgende brief hebben.
Speculaties
We kunnen natuurlijk speculeren. Het was winter, misschien bevroor de inkt in hun pennen. Maar dan lopen we eigenlijk op de zaken vooruit. We kunnen de oorzaak ook bij de ontvanger zoeken. Ik ben zelf bijvoorbeeld iemand die best nog wel eens een kop koffie omstoot over belangrijke papieren, die toevallig op tafel liggen. Daar heb ik ook echt alle begrip voor. Ik heb ook ooit een kat gehad die op blauwe enveloppen plaste. Kon niemand wat aan doen. Maar het is eigenlijk ook helemaal niet erg om dingen niet te weten. We gunnen Godard Adriaan en Margaretha ook gewoon wat privacy. Bovendien zijn wij allemaal best druk met werk(-zaamheden).
Tips!
Aangezien er in die twee maanden verder ook weinig gebeurde wat opzienbarend was, kan het maar zo zijn dat we stil zijn tot 23 februari. Als één van onze lezers een idee heeft voor een onderwerp, laat het vooral weten! Beloven kunnen we niets, maar niet geschoten is altijd mis!
Fragment uit Trijn Antijddorst, Geb: Koffijlief. / Hoofdvrouw van het koffijzusters gezelschap. / Hans Altyddorst. / Hoofdman van het bierdrinkers gezelschap Monogrammist B (prentmaker), 1836 – 1849. Collectie Rijksmuseum.
Margaretha is heel even in Utrecht. Ze blijft maar een dag, want ze wil haar schoondochter niet te lang alleen laten, omdat die elk moment kan bevallen.
wttrecht den 4 ijuli 1667
Mijn heer en lieste hartge ick ben gisteravont hier gekoome met meeninge om merge vroech weer naer Ameronge te gaen als ick niet lange onse dochter alleen derfve laete
De ridderschap schrijft
De hele dag is ze druk met de provinciale politiek. Ze spreekt zowel mensen van de ridderschap als van de vroedschap. Binnen de ridderschap rekenen sommige partijen zeer op de invloed van Godard Adriaan. Van Reede van Drakestein heeft hem geschreven maar die brieven zijn waarschijnlijk in het Duitse plaatsje Celle (op de route naar Denemarken waar Godard Adriaan op missie is) blijven liggen. Nu stuurt hij dan maar een brief ingesloten in dezelfde enveloppe als waar deze brief van Margaretha zelf in zit.
[treck geen gesien,] den heer van drackesteijn1Gerard van Reede van Drakestein is dees merge bij mij geweest kan hem niet genoech verwonderen dat sijn briefve uhEd niet sijn ter hande gekoome, beusekom2Nicolaas van Beusichem meent die te sel3Celle sijn blijfve legge salder door de post maer doen ver neemen, hoet bekende werck hier staet sal de heer van draeckesteijn uhEd met deese post schrijfe dewelcke sijn hEd mij heeft belooft te sende om neffens deese onder Een koevert4Couvert: Briefomslag, enveloppe te doen, [nu]
Herdenkingsmunt Christiaan Lodewijk van Brunswijk-Lünenburg, Lippold Weber, 1654. Collectie: Museum August Kestner, Hannover. Het paard springt over de stad Celle.
De vroedschap speelt kunstjes
Bij een bezoek aan de vrouw van Cornelis Booth treft ze ook de oud- Burgemeester zelf aan. Van hem hoort ze dat de vroedschap helemaal niet unaniem was bij het opstellen van de zogenaamde ‘deductie’, een soort nota over het nieuwe regelement voor de samenstelling van de Staten. Ze waren het volgens Booth wel eens dat er een regelement moest komen, maar niet wat er in moest staan.
ben ick dees naer middach bij den heere boot5Cornelis Booth geweest sijn vrou besoecke daer ick hem selfs vondt en naer verscheijde diskoerse6discours: redenering quaeme wij op de deducksie7deductie: eigenlijk het redeneren op geldige wijze, waarbij de waarheid van de praemissen noodzakelijk leidt tot de waarheid van de conclusie. Hier het resultaat van de deductie: de afgeleide waarheid. bij de heere van de stat gemaeckt, die hij seijde daer in gans niet Eenpaerich8eenparig: unaniem geweest te sijn, dat hij wel van opijnie was geweest der Een reechgelement gemaeckt sou worde en datse in dat stuck9wat dat betreft Een= paerich waeren geweest maer verder niet [dat]
Het huis van Cornelis Booth tussen Janskerkhof en Voorstraat. Door J. Stellingwerf, ca. 1720 naar een ouder voorbeeld. Collectie Het Utrechts Archief
Dat ze unaniem zouden zijn geweest is er achteraf pas in gezet. Sterker nog, er zijn wel drie verschillende versies van de uiteindelijke tekst voor de verklaring tegelijkertijd in omloop geweest! Booth heeft ze thuis nog liggen. Godard Adriaan zal zich wel kunnen indenken ‘wat voor kunstjes zij spelen’.
[paerich waeren geweest maer verder niet] dat ock het woort van Eenpaerich daer naer10daarna bij of in is gevoecht, seijde ock dat hij drij verscheij de deducksie noch in sijn huijs heeft die vande andere deffireere11devieeren: afwijken en op Eene datem sijn, uhEd kan dencke watte kunsges sij speelle [altijt deese]
Van die kunstjes noemt Margaretha nog een paar voorbeelden, en een stuk of acht daar aan verbonden namen. Ze vraagt Godard Adriaan om maar niet in zijn brieven te benoemen dat Booth zo openlijk met haar gesproken heeft en om Drakestein zo snel mogelijk terug te schrijven. Hij en vele anderen zullen blij zijn als hij weer thuis komt.
Godard opgeroepen
Ondertussen heeft zoon Godard een oproep gekregen om zich bij zijn regiment te voegen in Arnhem of Doesburg. Daarom gaat hij morgen al naar Middachten en van daaruit verder. Margaretha hoopt dat God zorgt dat hij wijs en voorzichtig zal zijn.
[te moogen hebben] gisteravont heeft de heer van ginckel ordere of patent gekreechge om hem opt spoedichste naer sijn rande voes12Rendez Vous, afspraak, ontmoeting(splek) te begeefve hetwelcke te Aernhem en Doesburch is en gaet merge weer naer Middachte de heer hoope ick sal hem wijsheijt en voorsichticheijt geefve
Wirtz wordt generaal
Niet lang geleden is Paulus Wirtz benoemd tot generaal van het leger van de Republiek. Naar men zegt zou dat mede op aanbeveling van Godard Adriaan zijn. Een groot deel van de manschappen zou daar niet bepaald enthousiast over zijn. Wat ze precies tegen Wirtz hebben weet Margaretha niet13Misschien heeft het iets te maken met verdeling van geroofde buit en zijn optreden in het algemeen tijdens zijn gouveneursschap van Krakau in Zweedse dienst in 1657..
Omdat er zo ontevreden over Wirtz wordt gesproken is Margaretha er niet blij mee dat zijn aanstelling zo in verband wordt gebracht met haar man. Godard Adriaans rol daarin wordt volgens haar groter gemaakt dan hij in werkelijkheid was. Ze sluit af met de mededeling dat van de regimenten van De graaf van Horne en Aquila gezegd wordt dat ze naar zee moeten.
[hoope ick sal hem wijsheit en voorsichticheijt geefve,] men spreeckt hier seer van wurts tot generael van ons leeger die so geseijt wort van uhEd gereeckomaandeert soude sijn, so ick van veel hoor sal hij seer teegens de borst van heelle meliesie weese watse teegens hem hebbe weet ick niet dan se sijn heel teegens hem ingenoomen en
somige derfve al wat misnoecht spreecken daer om ick wel wenste uhEd naem hier niet in gespelt wiert, doch geloofve der hier al sijn diet vrij wat grooter uhEd reeckomandasi van sijn Persoon maecke alst inderdaet geweest is, het reesgement vande graef van hoorn en van Aquila seijt me dat op see moeten, hiermede blijfve, uhEd getrouwe wijff MT
Portret van Paulus Wirtz, Christiaan Lodewijk van Kesteren, 1842-1897. Collectie Rijksmuseum.
1
Gerard van Reede van Drakestein
2
Nicolaas van Beusichem
3
Celle
4
Couvert: Briefomslag, enveloppe
5
Cornelis Booth
6
discours: redenering
7
deductie: eigenlijk het redeneren op geldige wijze, waarbij de waarheid van de praemissen noodzakelijk leidt tot de waarheid van de conclusie. Hier het resultaat van de deductie: de afgeleide waarheid.
8
eenparig: unaniem
9
wat dat betreft
10
daarna
11
devieeren: afwijken
12
Rendez Vous, afspraak, ontmoeting(splek)
13
Misschien heeft het iets te maken met verdeling van geroofde buit en zijn optreden in het algemeen tijdens zijn gouveneursschap van Krakau in Zweedse dienst in 1657..
Deze brief begint net als veel brieven met een overzicht van de brieven die ontvangen zijn. Anders dan een paar maanden geleden, komt de post tegenwoordig keurig op tijd aan. Als het goed gaat, is het eigenlijk geen onderwerp meer om over te schrijven, maar Margaretha noemt het deze keer toch maar even. Godard Adriaan heeft een brief bijgesloten voor zijn zoon, die Margaretha ook maar even gelezen heeft. We weten niet wat er in staat, maar ze vindt het wel nodig liefste hartje even te waarschuwen. Hij weet niet hoe het hier is, en je kan niet alles aan het papier toevertrouwen. Ach, kon ze hem maar even een uurtje spreken…
[rec. 7. Junij in Hamburg]
haech den 2 ijuini 1673
Mijn heer en lieste hartge
uhEd schrijfvens van de 26 meij heb ick ter rechter tijt ontfange, en de ingeleijde aende heer van ginckel gesonde ick vinde deselfve wel heel wel gestelt maer mijn lieste hartge wij moete wel voorsichtich sijn uhEd kan hem niet inmaesgeneer1Imagineren: zich in den geest een voorstelling maken van hoet hier is dat hij de briefve alleen las en hielt waert wel, maer derf alle de pen niet vertrouwe wenste uhEd Eens maer Een Eur te konne spreecke d welcke niet weesen kan, [hoope als deese komisie]
Het regelwerk
Margaretha zou willen dat de missie van haar man nu eens voorbij was. Ze heeft gehoord dat ze er zelfs in de Staten Generaal over gesproken hebben. Wat betreft het nog openstaande geld is ze al eens naar Amsterdam geweest. Daar zit ‘ontvanger’ Uytenboogaard2De schrijfwijze van zijn naam is divers, Margaretha schrijft zijn naam al vaak verschillend, maar ook op internet vind je verschillende schrijfwijzen. Een ontvanger int de belastingen en kan het geld uitkeren bij het overhandigen van een assignatie. Margaretha heeft nog steeds geen geld, dus eigenlijk moet ze weer eens naar Amsterdam. Ze heeft alleen een probleem: haar vers bevallen schoondochter durft ze niet alleen te laten. Later in de brief komt ze er op terug: Uytenboogaard heeft laten doorschemeren dat er mogelijk geld beschikbaar is. Misschien kan ze dan over 14 dagen om de volgende ordinantie vragen…
De dreiging blijft. Nu schijnt de vijand van vier kanten tegelijk aan te willen vallen. Alle posten schijnen goed voorbereid te zijn, maar Margaretha kan nog geen uur rustig op bed liggen van al die alarmen.
[generael van gesproocken,] ick had al Eens naer Amsterdam geweest om
te sien of gelt vande ontfanger wtdenboo= gaert koste krijge maer derf niet van hier en de kraem vrou met alde kinden alleen hier laeten dewijlle aende poste seeckere advijsen sijn dat den vijant voorneemens is vier vande selfve te gelijck t Ackateere hoewel men seijt die alle wel versorcht en versien sijn kan me niet weeten hoet gaen mocht tis wel bedroeft in sulcke gestadige allarm te sitten men leijt niet Een r uer gerust ofs op sijn bedt, sijn
Portret van een man, vermoedelijk Augustijn Wtenbogaert (1577-1655), Govert Flinck, ca. 1643. Collectie Rijksmuseum.
Nieuwersluis
Wat het rusten wat zou moeten helpen, is dat Zijn Hoogheid, Stadhouder Willem III, waakt. Dat de Staatse troepen de post op Nieuwersluis hebben ingenomen, zint de Fransen allerminst. Er wordt rond Breukelen flink gevochten en Gunterstein wordt zo beschoten dat de muren naar beneden vallen.
[r uer gerust ofs op sijn bedt,] sijn =hoocheijt treckt ock en reijst gestaedich vande Eene post opt dander die post die wij aende nieuwersluijs hebbe ge noomen inkomodeert den vijant seer beschietense op gundersteijn datter stucke van muere vant huijs valle en belette haere wercke diese te breuckelen opwerpe te maecke, [de]
Gezicht op het omgrachte kasteel Gunterstein te Breukelen uit het noorden, met links een gedeelte van de voorburcht en rechts op de achtergrond de Vecht, vóór de verwoesting in 1672.Kasteel Gunterstein, Willem van Drielenburg, 1655-1665. Collectie Het Utrechts Archief. Dit is een digitale reproductie van het schilderij dat op een schoorsteenboezem in het tegenwoordige huis is bevestigd.
De Fransen samen met…
Ook de oorlogsontwikkelingen buiten de Republiek houden Margaretha bezig. Iedereen heeft het over de Keurvorst die achter de rug van de Republiek om een verdrag sloot met de Fransen. Van de eigen vloot horen ze niets. Wel gaat het gerucht dat de Engelse en de Franse vloot geconjugeerd zijn: dat ze samen gegaan zijn tot één grote vloot.
uhEd kan niet geloofve hoe groot en kleijne hier vant doen vande keurvorst spreecken men schrickter van te hoore bij konsequensie krijge wij ock al vrij wat, van onse scheeps vloote hoore wij niets als dat somige wille segge dat de Engelse met de franse soude ge konsgingeert3Consigneren: in bewaring geven. Ze bedoelt waarschijnlijk conjugeren: zich verenigen sijnde doch niet seeckers
Veld van achtenveertig tegels met schepen, anoniem, ca. 1650 – ca. 1680. Collectie Rijksmuseum.
Kennelijk is Ursula Philippota inmiddels uit haar kraambed opgestaan en is tijdens het schrijven van de brief uit bed gebleven. Daardoor is Margaretha duidelijk opgelucht in de PS. Als de kraamvrouw 11 dagen na de bevalling een hele middag op kan zijn, dan kan ze ook mee in de koets als ze onverhoopt moeten vluchten.
Toverlantaarnplaat met twee rijtuigen, anoniem, ca. 1700 – ca. 1790. Collectie Rijksmuseum
sulle sijn, de groene kaes heb ick gesonde hoop het blickwerck wel overgekoome is , sal hier meede Eijndige blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff M Turnor
de vrou van ginckel die nu 11 dage kraems is, is de heere sij gedanckt so wel alstder op aen sou koome dat godt verhoede souse wel inde koetse konne sitte sij is al heelle naer middage op
1
Imagineren: zich in den geest een voorstelling maken van
2
De schrijfwijze van zijn naam is divers, Margaretha schrijft zijn naam al vaak verschillend, maar ook op internet vind je verschillende schrijfwijzen
3
Consigneren: in bewaring geven. Ze bedoelt waarschijnlijk conjugeren: zich verenigen
De brief die Godard Adriaan op 10 maart 1673 ontvangt is een lange brief. Maar Margaretha heeft ook veel te vertellen, ook al is er sinds haar vorige brief niet veel meer duidelijk geworden over Kasteel Amerongen. Het doet haar ‘vande gront mijns harte leet’ dat ze haar man, die in grote onzekerheid in het Duitse Minden verblijft, geen duidelijkheid kan verschaffen over zijn have en goed. Maar zodra ze nieuws heeft, begint ze van alles te regelen: typisch Margaretha.
[kontiniweert] en nochtans schrijft mij noch van wttrecht noch van Ameronge niemant Een woort daer over ick mij niet genoech kan verwonderen wat en aen wien ick schrijf krijch niet Een letter tot Antwoort heb aende preedikant kepel1Dominee Bernhard Keppel aen weesel2Abraham van Wesel aende seekreetaris3Secretaris Van den Doorslagh geschreefve en hoor van niemant Een woort
Van horen zeggen
Via via heeft Margaretha toch enige snippertjes informatie kunnen bemachtigen. In een brief uit Amsterdam leest ze dat Jan Evertsen, de zoon van Evert Jansen, die in Amerongen woont, heeft geschreven dat kasteel Amerongen volledig is afgebrand. Ook de voorburcht zou de Franse vernielzucht niet overleefd hebben. Enkele andere gebouwen, waaronder het huis van de hovenier en de woning van Teunis Huijbertse, konden gespaard worden. Nu móét Margaretha de onheilstijdingen wel geloven… De olifant in de kamer blijkt een olifant in een porseleinkast te zijn, en hij draagt een Frans uniform.
onsen drost van kleef schrijft mij van Amsterdam dat ijan Evertse de soon van Evert ijansen die tot Ameronge int santvoort4Zandvoort is nog steeds een straat in Amserongen, vlakbij het kasteel woont hem van daer schrijft dat ons huijs te Ameronge met het voor burch teenemael is afgebrant, dat sij het huijs van joost van omeren den hoofeniers huijs teunis huijbertsens huijs ent huijs van den drost ock wilde aensteecke maer dat sij dat met twintich rijxsdal hebbe afgekocht, sonder dat hij verdere pertikulierij =teijte schrijft, nu moet ickt geloofve en kan niet segge hoe bedroeft ick ben , [de heer van ginckel sal]
Maar Margaretha zou Margaretha niet zijn als ze niet meteen ook van alles begint te regelen. Tuurlijk, ze is bedroeft, maar ze heeft inmiddels ook al weer contact opgenomen met de Prins van Oranje en ze is tevens bij griffier Hendrik Fagel en diens broer raadpensionaris Gaspar langs geweest. Hoewel ze het niet met zoveel woorden schrijft, is het evident dat het over de vergoeding voor het afgebrande huis in Amerongen gaat. Veel kan ze daar verder nog niet over schrijven, want ze moet eerst weten wat er precies vernietigd is. Hebben de plantages de Franse vernielzucht overleefd? Margaretha regelt ook maar meteen dat er een speciale bode richting Amerongen wordt gestuurd om inlichtingen te verzamelen. Was Godard Adriaan maar thuis… Helaas lijkt her erop dat dat die hoop inmiddels vervlogen is.
[=teijte schrijft, nu moet ickt geloofve] en kan niet segge hoe bedroeft ick ben, de heer van ginckel sal uhEd schrijfve het beleeft en siviel antwoort dat sijn hoocheijt hem op dat subijeckt heeft belast aen mij te segge, dan dit sijn maer tot noch toe maer woorde wil hoope het Efeckt daer op sal volgen, ick ben ock bij den heer griffier fagel geweest hebt hem ock
bekent gemaeckt die aengenoome heeft den heere rp daer over te spreecke, verder kan ick hier niet in doen voor dat ick al de pertikulaerijteijte weet, ock hoet met de plantaesie staet ofse die ock hebbe gehouwe, of onbeschadicht gelaeten , den Espresse die de heer van ginckel naer Aernhem heeft ge sonde heb ick gelast op Ameronge aen te gaen en hem op alles te informeere , ick wenste wel uhEd nu hier waert dan sien daer voor Eerst geen hoop toe gelijck uhEd wt het schrijfve vande heer van ginckel sal sien, [kost deselfve noch met den]
Margaretha is nog net zo bezorgd of die Acte van garantie wel iets waard is als in september. Om haarzelf moed in te praten schrijft ze maar dat het huis wel in brand gestoken moet zijn vanwege een specifieke haat van de Fransen jegens Godard Adriaan. Bij niemand treden de Fransen immers zo rigoreus op? Van Johan van Reede van Renswoude hebben de Fransen bijvoorbeeld 2000 gulden geëist, maar hij heeft niet betaald. En er gebeurt niets… Neef Hieronymus van Tuyll van Serooskerken, de heer van Wulven, is voor 6000 gulden aangeslagen. Hij wordt er van verdacht zijn spullen ergens verborgen te houden of te hebben ingemetseld. Hij heeft zijn hele huis leeggehaald en heeft niet eens meer een bed om op te slapen! Tot overmaat van ramp schijnen de goederen in Zeeland ook geconfisqueerd te zijn. Achter de waterlinie geldt hij namelijk als verrader omdat hij in Utrecht blijft. Terwijl ze het zo opsomt realiseert ze zich dat hij er ook wel ellendig aan toe is. Gelukkig is er een klein lichtpuntje voor hem: het gaat met zijn vrouw iets beter…
[salt wel moete overlegge,] tis seecker dat sij dit wt Een pertikulijere5Particuliere: bijzondere, specifieke haet die sij teegens uhE ten opsichte van sijn komissie hebbe gedaen, want
niemant so rijgereus getrackteert wort den heere van rhijnswou6Johan van Reede van Renswoude hebbense 2000 f geEijst de welcke hij niet gegeefve heeft en niet weer om aengesproocke wort, den heer van wulfve7Neef Hieronymus van Tuyll van Serooskerken wort weer op nieu 6000 f geEijst om dat hij Eenich van sijn Eijgen goet ver burge of Eiwers8Iewers: ergens in gemetselt heeft, en hebbe al sijn meubelen so deeger9Deger: geheel, volkomen wt sijn huijs gehaelt dat hij niet een bedt om op te slaepen heeft ge= houde, in seelant seijt den heer van oudijck10Willem Adriaan van Nassau Odijk datsij ock al den heer van wulfvens goet hebbe gekonfis= =keert so dat waer is, sijn sij wel te beklage en der Elendich aen, ick ben bij de vrou van wulfve11Anna van Renesse van Moermont ge weest sij was wat beeter[, uhEd briefve vande]
Geld
Margaretha probeert er alles aan te doen om te zorgen dat zij en haar man het geld krijgen waar ze recht op hebben. Ze belooft haar man dat ze naar Amsterdam zal afreizen zodra ze de ordinantie binnen heeft. In totaal heeft ze twee ordinanties, die bij elkaar opgeteld 12000 gulden waard zijn. Ze wil zo veel ontvangen als mogelijk is, want ‘hoe langer hoe erger men aen gelt sal raecken’.
[briefve,] ick sal met het gelt doen volgens uhEd ordere, verwachte deese weeck noch Een ordinan die inhande vande gekomiteerde raden is om de kontree ordinansi op te maecke so haest ick die heb sal daermeede naer Amsterdam gaen om te sien of ick kost het gelt van beijde die ordienansi het welcke ter som van 12000 f sal sijn saeme kan krijgen, moet so veel ontfange alst mogelijck is want hoe langer hoe erger men aen gelt sal raecken[, de heer en vrou van ginckel bedancke]
Zuinig leven
Margaretha belooft dat ze zo zuinig mogelijk probeert te leven, maar ze verzoekt hem er wel rekening mee te houden dat haar huishouden momenteel uit 28 à 30 man bestaat en dat alles ongelooflijk duur is.
ick bidt weest verseeckert dat ick so seer op Alles menaesgeere12Menageren: sparen alst Eenichsins moogelijck is, dan uhEd belieft te dencke dat hier Een swaere huijshoudine is wij sijn meest 28 en 30 mense sterck en alles is so wttermaete dier dat ongelooflijck is[, den heer van]
Paar weegt geld, Frans van der Steen, naar David Teniers, 1643 – 1672> Collectie Rijksmuseum
PS: Je nieuwe rustwagen komt eraan!
Van de winter is Godard Adriaan zijn rustwagen kwijtgeraakt. Nu het bijna lente is, komt er dan eindelijk een nieuwe rustwagen. Griffier Hendrik Fagel zal het gaan regelen. Het duurde zo lang omdat degene die verantwoordlijk was voor de nieuwe rustwagen, Daniël van Hogendorp, zes weken afwezig is geweest.
de tweede rustwage seijt den griffier fagel te sulle besorchge datse uhEd sal goetgedaen worde, het is so lan in hande vande heere hoogendorp13Daniël van Hogendorp geweest die wel sesweecke of langer apsent is geweest, dat oorsaeck is het niet is afgedaen
1
Dominee Bernhard Keppel
2
Abraham van Wesel
3
Secretaris Van den Doorslagh
4
Zandvoort is nog steeds een straat in Amserongen, vlakbij het kasteel
Het begint inmiddels een beetje traditie te worden: ook deze brief opent weer met Margaretha’s klachten over de trage post. Ze heeft nu net pas Godard Adriaans brief van 12 februari ontvangen. Ook deze brief, die ze nu schrijft, zal er uiteindelijk bijna een maand over doen om aan te komen. Bisdommer zweert dat hij zijn best doen om alles zo snel mogelijk te bezorgen, “datter sijn leefven aen hinck”. Dat zijn leven er van af hangt zou best nog wel eens kunnen. Inmiddels begint stadhouder Willem III ook te klagen over de te trage post en hij staat in het leger bekend als een man die weinig geduld heeft voor mensen die hun taak verzaken.
Godard Adriaan komt terug! Hopelijk…
Erg lang blijft Margaretha niet bij de posterijen hangen. Er is namelijk reden voor blijdschap en hoop: Godard Adriaan heeft aangegeven terug te willen komen naar de Republiek! Hopelijk keurt Willem III dit goed. Zoon Van Ginkel heeft een afspraak met de stadhouder gemaakt om dit én de aanhoudende dreiging bij het kasteel te bespreken.
Geruchten over de brand
Nog niemand heeft het Margaretha direct verteld, maar het gonst in heel Den Haag van de geruchten. Het schijnt dat de Fransen haar kasteel aan vier hoeken aan hebben gestoken en dat het twee hele dagen gebrand heeft. De lokale boeren hebben nog geprobeerd het te redden met hun laatste rooie centen, maar helaas, het heeft niet mogen baten.
[sijn hoocheijt het selfve sal toestaen] de heer van ginckel is wt, om sijn hoocheijt daer over1Over de mogelijke thuiskomst van Godard Adriaan te spreecke alsmeede weegens onshuijs te Ameronge daer gistere den heelle haech vol van is geweest en aen verscheijde geschreefve is dat de franse het selfve aende vier hoecke soude aen brant gesteecke hebbe, dit soude voorleeden dijnsdach227 februari 1673 was een maandag, dus het huis is dinsdag 21 februari 1673 in brand gestoken. al geschiet sijn so geseijt wort en dat onse arme boore noch wt haer armoetge twee duijsent gul tot behoudenis va vant selfve soude gepreesenteert hebbe, dat dat niet helpe kost het soude twee dage brant hebbe, en niemant schrijft mij Een woort hier van dat mij doet hoope het niet waer sal sijn den heer vande haechgedoorn seijt dat dat den rentmeester Euwijck3Rentmeest Ewijk van wttrecht koomende seijde het brande, den jonge vermeer heeft het ock aende soons soon vande profeser voetsius4Gijsbert Voetius geschreefve ock ist aende heer van rhijnswou5Johan van Reede van Renswoude en meer andere geschreefve, en niet Een woort aen mijn daer ick mij niet genoech van kan verwondere en weet niet wat ick dencke sal hoe
Fragment van Deel van fries op schouw in Vroedschapskamer van het Stadhuis op de Dam, Hubert Quellinus, naar Artus Quellinus (I), 1663. Collectie Rijksmuseum
Niemand heeft haar een woord erover geschreven of iets tegen haar gezegd, dus misschien is het niet waar? Margaretha verkeert ernstig in de ontkenningsfase. Maar ja, wie zou dat niet zijn? Het huis, waar zij en Godard Adriaan tientallen jaren aan hebben gewerkt om het zo mooi mogelijk te krijgen, is niet meer. Ze is gewoon ziek van de stress. Zou God haar straffen? Als dat het geval is wil ze deze straf overwinnen en er als beter mens uit komen.
wel ick dit langenoech gehoort en sien koome heb heeft het mij so gealtereert6Altereren: veranderen, verouderen en ontstelt7Ontstellen: verschrikken, maar ook iets ontredderen dat ick der half sieck van ben doch wil noch al hoope het niet waer sal sijn en alst al so is moet ick dencke het de wel ver diende straffe van mijn sonde sijn godt biddende ick hier door van soude mach gebeetert worde hoope de heer almachtich sal geefve uhEd hier in ock geduldich sult sijn en dencke worde wij hier daer door van godt besocht dat hij hondert midlen heeft om ons weer te seegenen alst sijn godlijcke wil is, so niet sijne wil geschiede hij doet met ons naer sijn wel behaechgen, [de vrou van wulfveheeft]
Ziekte in de familie
Ook binnen de familie gaat het niet goed. Haar eigen gezinnetje is gelukkig weer helemaal, maar elders in de familie gaat het wat minder goed. Anna van Renesse van Moermont, de vrouw van Godard Adriaans neef, de heer van Wulven, is ernstig ziek geworden. Ze heeft last van hevige koorts en flinke diarree. Morgen gaat Margaretha op ziekenbezoek naar Rotterdam, om haar aangetrouwde nicht en haar vijf kindjes te zien.
[naer sijn wel behaechgen,] de vrou van wulfve8Anna van Renesse van Moermont heeft mij vandaech ock laeten segge dat sij Een kontin weele koorts met Een swaere loop9zware loop: diarree heeft ick sal merge met godtshulp naer rotterdam gaen om te sien hoet met haer is, dat sij quam te sterfve wat sou ick doen sij sit te rotterdam met haer vijf kinderen de heer van wulfve10Neef Hieronymus van Tuyll van Serooskerken is te wttrecht de vrou van sandenburch11Nicola van Baexem is ock naer wttrecht toe, in soma12In somma: kortom ick hoope de heer almacht haer beeterschap sal geefve en int leefve behoude , [den heere van]
Bezoeken van de zieken. Eén van de zeven daden van barmhartigheid. Prent van Abraham Brosse, uitgegeven door Jean Leblond (I), 1640-1642. Collectie Rijksmuseum
Ook schrijft Margaretha dat de heer van Heeze en Leende weg bij het garnizoen is omdat zijn vrouw, een nicht van Godard Adriaan, zo ziek is. Het is de vraag hoeveel leden van de familie van Reede het Rampjaar gaan overleven.
Nog een brandschatting
Of het nog niet erg genoeg is dat Amerongen afgebrand is, nu krijgen zoon Godard en Philippota bericht uit Gelderland, dat ze een brandschatting voor Kasteel Middachten moeten betalen. Hun zoon gaat nog aan zijn vader schrijven, maar Margaretha stelt toch Godard Adriaan alvast op de hoogte. Met dit slechte nieuws er ook nog eens bij is het nog belangrijker dat hij snel thuis komt.
Stadhouder Willem III heeft gezegd Godard Adriaan te gaan schrijven, maar met de trage post is dat nog wel even duren. De stadhouder vraagt of Godard Adriaan wil blijven, tot Generaal Waldeck bij de keurvorst aangekomen is… Alles gaat zo traag, terwijl Margaretha het liefst haar echtgenoot nu al aan haar zijde had. Het tweede fragment lijkt op de afbeelding kleiner geschreven, maar Margaretha heeft haar briefpapier een kwartslag gedraaid, waardoor ze nu in de breedte schrijft. We hebben hier de grote van afbeelding aangepast aan de breedte van dit weblog.
[kontiniweelle koorts,] de heer van ginckel heeft ock van sijns vrous goet wt gelderlant vandaech geen goede tijdin gekreechge daer willense al meede gelt hebbe, twijfele niet of hij salt uhEd schrijfve alsmeede dat hij sijn hoocheijt niet heeft
konne spreecke maer so ick hoor heeft sijn hoocheijt uhEd self ge= schreefve en versocht de wijle uh hij van meeninge is den graef van waeldijck13Georg Frederik van Waldeck-Eisenbergaen de keurvorst te sende dat uhEd noch so lange daer sout blijfve, ick verlan wel naer des selfs overkomste en sal bekomert sijn hoe hij sonder peerijckel14Perikel: dreigend gevaar, hachelijke toestand wel overkoome sal, de heer almachtich wil uhEd op alle sijne weechge bewaeren met gesontheit bij ons bren ge dit bid en wenst van harte
Mijn heer en lieste hartge
UhEd getrouwe wijff MTurnor
P.S. Een gewaagde ontsnapping
In haar PS belooft Margaretha aan achterblijvers in Utrecht te schrijven om haar op de hoogte te houden. Margaretha en familie zijn niet de enige mensen die een enorm boete opgelegd gekregen hebben door de Fransen. Ook de heer Pieter Ruijsch lijdt onder de Fransen. Zijn vrouw en kinderen waren gevlucht en daar stond een geldstraf op van wel 42.000 guldens! In betalen had Ruijsch geen zin, dus heeft hij zichzelf Utrecht uit gesmokkeld met een slimme verkleedtruc.
ick schrijf nog van deesen avont naer wttrecht datsij mij met den Eerste souden schrijfve hoet met Ameronge staet den heer pieter rhuijs15Pieter Ruijsch, geëligeerde in de Staten van Utrecht ist in schipper of vissers kleere ontkoome en te Amsterdam bij sijn vrou en kindere gearijveert de franse binne wttrecht wilde van hem voor sijn vrou en kindere en sijn vrous voor kindere twee en veertich duijsent gulde hebbe
Margaretha begint haar brief maar weer eens met het klagen over de post. Het duurt maar en het duurt maar en Franco Bisdommer speelt de vermoorde onschuld. Er is iets wat niet klopt, maar Margaretha komt er maar niet achter wat.
tis toch in deese meer als bekomerde tijde wel bedroeft dat de briefve so lansaem overkoome ick vreese wel datter Eits onder schuijlt maer kander niet achter koomen, heb bisdomer verscheijde reijse daer over ge sproocke ent hem geseijt, die hooch en laech antwoort datter sijn leefve aen hinck se niet seeckerder noch beeter en weet te bestelle [hij leevertse de post die]
Een postiljon (postvervoerder) op een varken. Fragment uit een spotprent, anoniem, 1720. Collectie: Rijksmuseum.
Geld
En natuurlijk komt de niet gevoerde slag van de Brandenburgse troepen tegen Turenne weer aan bod. De legers willen alleen maar vechten op het moment dat de subsidies betaald moeten worden. Het draait allemaal alleen maar om geld. Eerlijk is eerlijk, ze gooit er wel weer een paar mooi ‘Margarethiaanse’ gezegdes tegenaan. Waarom gebruiken we “Een lege beurs maakt een berooid hoofd” en “Ze bijten in de stok zonder te zien wie hem werpt” eigenlijk niet meer?
[maer dat het noch al als voor deese is,] teegens dat de maent vande subsijdi peninge verschijnt dan schijnens wat te wille doen als dat over is so hapert het aent Een of aent ander, so spreeckt het volck dickmael met onverstant en bijten inde stock sonder te sien wie die werpt , het schijnt dat Een leege beurs Een beroijt hooft maeckt dat ick vrees der niet op sal beeteren, want men geeft veel en siet geen hoop van Eenich ontset der vijande, [de kapijtaelle leenine die voor ons]
Over geld gesproken: Margaretha’s (en dus ook Godard Adriaans) financiële situatie blijft complex. Margaretha heeft de schulden allemaal afbetaald, maar er komen weer belastingheffingen aan. Honderden guldens is ze kwijt. De zadels zijn ook helemaal afbetaald. In Utrecht worden nu inwoners belast voor hun familieleden die veilig achter de waterlinie zitten. Komen je broers niet thuis? Jammer! 1.400 gulden. Zit je zus in Rotterdam? Ook al is ze getrouwd met een Rotterdammert? Pech! 18.000 gulden. Heb je je vrouw en kinderen in veiligheid gebracht? Kassa! 24.000 gulden. Je zal maar onder zo’n koning moeten leven.
Een los huus of los hoes. Een boerderij uit Herreveld. Collectie: Openluchtmuseum. Bron: Collectie Gelderland.
Oogst
Ursula Philippota is eigenaresse van het Huis Herreveld (Achterhoek) met bijbehorende landerijen. De rentmeester heeft de opbrengst van het landgoed voor 400 gulden verkocht. Helaas zijn de Fransen erachter gekomen en willen zij die 400 gulden hebben. Plus 1.800 gulden boete. Nu wordt verwacht dat Van Ginkel dat betaalt, maar waarvan? Alleen de Heer kan nog helpen.
[=luckich sijn,] de heere vande kloese1Jacob Schimmelpenninck van der Oye heeft vande rent= meester broen weegens de heere van ginckel van koorn dat van harevelde quam en verkocht was ontrent 400 f ontfange, dit is ondeckte of de franse sijnt te weete gekoome, hebben den heere vande kloese boofve die 400 f noch 1800 f tot boete doen geefve dit pretendeert hij vande heer van gincke weerom te hebbe, waer hij dit gelt ock bij Een sal krijge weet ick niet in soma2kortom tis niet als swaericheijt aen alle kante, de heere wil ons te hulpe koome ick sie anders geen wtkomst
Hete brij
Margaretha heeft nog niks gehoord van de secretaris die bij de Fransen om uitstel en een lager bedrag ging vragen.
[sende,] ick heb noch geen antwoort vande heer weesel noch van seeckreetaris op mijn briefve waer in versocht s dat sij bij den intentant veertien daege wtstel s tot de gedreijchde Ex sekusie3Executie: uitvoering van vonnis van Ameronge of in het beloofve vande 3000 f soude versoecke, of mijn brief niet overgekoome is weet ick niet hoor vant teen noch tander niet Een woort, wil noch al het beste hoope, [nu komt weer tijdine dat het parle]
Amsterdam of Den Haag
De oude vraag duikt weer de kop op: waar is het veilig? Het schijnt dat het parlement in Londen vergadert en dat Koning Karel II een vloot op laat tuigen en dat hij in het voorjaar ergens wil landen. Is Den Haag veilig genoeg? Moet Margaretha dan toch maar weer een huis zoeken in Amsterdam?
beste hoope, nu komt weer tijdine dat het parle =ment tot londen vergadert sijnde met groote animeusiteijt4Animositeit: vijandelijkheid begeert den koninck Een aensien lijcke scheeps vloot sal doen equipeere om teegens
het voorjaar in see te brenge , daertoe sij een merckelijcke som ter maent voor acht maende lan hebbe gekonsenteert, so dat =men niet twijfelt of sij sulle soecke te lande hoet ons dan hier gaen sou staet te vreesen en weet niet of ick sal durfve wagen of weer een huijs in Amsterdam hueren,
Ondertussen in Friesland
Volgens Margaretha liggen ze in Friesland overhoop. Ze schijnen een akkoord gesloten te hebben zonder medeweten van Albertine Agnes, dochter van Frederik Hendrik en Amalia van Solms, weduwe van de Friese stadhouder en regentes voor haar minderjarige zoon. Albertine Agnes heeft ondertussen wel een volksopstand voorkomen en het stadhouderschap van haar zoon veilig gesteld.
in vrieslant hebbense heel over hoop gelegen dat bedroeft is in deesen tijt, nu seijt me het ackoort gemaeckt is en dat sijt volkoome eens sijn dit is in d apsensi vande vorstin ge ackordeert [te gronninge hebbense den heere rengers twee]
Een schelm
In Groningen wordt ene Johan Osebrandt Rengers op de pijnbank gelegd. Deze vriend van Johan de Witt wordt verdacht van verraad. Hoewel hij in werkelijkheid blijft ontkennen, heeft hij in Margaretha’s versie bekend gecorrespondeerd te hebben met de bisschop. Daarvoor moest hij wel twee keer op de pijnbank! Wat een schelm!
[ackordeert] te gronninge hebbense den heere rengers twee mael op de pijnbanck gehadt die bekend heeft dat hij met den bischop heeft gekorespondeert denck wat en schelm [nu mo ick kan niet segge hoe blijde ick ben]
Ze kan niet zeggen hoe blij ze is dat Godard Adriaan verzocht heeft om naar huis te komen! Naar zijn getrouwe wijff…
[schelm] nu mo ick kan niet segge hoe blijde ick ben dat uhEd versoeckt hier te mooge koome wij sulle den anderen al veel verhaelle hebbe, ondertusche blijfve uhEd getrouwe wijff M Turnor
Margaretha heeft haar vorige brief nog maar net meegegeven onder couvert met de post van Matthias Romswinckel, of daar arriveert dan toch de Keulse post met het nieuws van de legers aan de Rijn waar Den Haag zo naar heeft uitgekeken. Helaas, geen goed nieuws:
Geen Brandenburgs succes
Er is helemaal geen slag geleverd! Turenne is een confrontatie met het leger van de keurvorst van Brandenburg uit de weg gegaan en heeft post gevat bij een plaatsje met de naam Beukeboom of Eickeboom, Margaretha weet het niet precies. Hij zit daar in een comfortabele positie waar hij bijna niet aangevallen kan worden. En net nu zijn leger zo verzwakt is (hij heeft veel zieken en gewonden achter moeten laten) en een overwinning voor de Duitse troepen binnen handbereik lag!
nae dat ick uhEd vandaech ondert koe= vert1Couvert: briefomslag van den heere romswinckel2Matthias Romswinkel heb ge schreefve, komt hier met de keulse post tijdine dat tureijne met sijn volck voor keurvorst is geweecke en geen slach heeft wille leefveren, maer post aende beucke of Eijcke boom so die plaets genoemt wort soude genoome hebbe, daer so geseijt wort hij heel avontages =ijeus3Avantagieus: gunstig, voordelig lijet4ligt ijae5ja so dat me niet gelooft den heere keurvorst hem daer sal derfvedurven atakeere6Attakeren: aanvallen men seijt ock dat tureijne veel gedevaeliseert7Gedevaliseerd: gewond of ontwapend volck en siecke heeft op de wech gelaeten, och had het godt belieft dat tureijne had mooge geslage worden, [nu met deese vorst]
Het vriest weer, dus misschien zal Willem III toch iets ondernemen. Maar dan moet hij wel snel zijn en moeten we bidden dat de Heer het wil zegenen.
[mooge geslage worden,] nu met deese vorst gelooft me dat sijn hoocheijt noch wel Eits8iets sou atenteere9Attenteren:ondernemen soot so is10Zo het zo is: als dat zo is salt haest moeten aen gaenzal het snel moeten beginnen en sou ons wel te bidde staen dat de heer het wilde seegenen, en ons voorspoedich maecken,
Vriendendienst
En dan nog een verzoekje: Mevrouw van Steelandt (geb. Emmerentia van Aerssen van Sommelsdijk) vraagt of Godard Adriaan haar zoon, de heer van Vredestein, die blijkbaar ook in het leger verblijft, 300 gulden voor kan schieten. Hij is namelijk zijn hele uitrusting kwijt geraakt. Zijn moeder heeft geen mogelijkheden om hem vanuit Den Haag iets te sturen. Ze zal het geld terugbetalen aan Margaretha zodra Godard Adriaan haar laat weten dat hij het geld gegeven heeft. Waarschijnlijk is dat goed gekomen. Mevrouw van Steelandt was zelf een dochter van de schatrijke François van Aerssen, heer van Sommelsdijk.
Waarschijnlijk Emmerentia van Aerssen van Sommelsdijk naar Cornelis van der Voort. Collectie RKD
[maecken,] mevrou steelant heeft mij versocht uhEd te versoecke dewijlle haer soon den heer
van vreedesteijn11Lodewijk van Steelandt, heer in Grijsoord, heer van Vredestein het ongeluck heeft gehadt van al sijn equipaesge verloore te hebbe, dat uhEd hem de som van drije hondert gulde wilde van haerentweechge geefve die sij mij hier weerom belooft te geefve so haest uhEd sal schrijfve die peninge getelt te hebbe, of sijn quitansi te sende, sij heeft hier heel geen geleegentheijt om hem gelt te sende of over te maecken, [de heer van ginckel is noch]
Het plan van Willem III
Margaretha komt nog even terug op het plan van Willem III. Van Ginkel is nu bij zijn moeder en natuurlijk zijn vrouw en kinderen in Den Haag, maar staat klaar om zich morgen als vrijwilliger bij de prins te voegen.
[te maecken] de heer van ginckel is noch hier, maer dewijlle hij hoort sijn hoocheijt Eenich deseijn voor heeft12Dessein: plan is hij van meenin merge derwaerts te gaen om met godts hulpe dewijl sijn reesgement int gar =nesoen weer is, sijn hoocheijt als volon= =taere13Volontaere: vrijwilliger op te wachte, de heer almachtich wil hem bewaere en voorsichticheijt geefve in wiens bescherminge uhEd beveelle en blijfve Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff MTurnor
de heer en vrou van gincke met haer 4 kindere preesenteere haere ootmoedige14Ootmoedig: nederig/onderdanig dienst aen uhEd, deese gaet nu weer met bisdomer nu sal uhEd zien welcke Eerst en best overkomt
Nog even over de post: doordat Godard Adriaan zo trouw de ontvangstdatum op de brieven zet, weten we nu dat Bisdommer een dag trager is dan Romswinckel.
1
Couvert: briefomslag
2
Matthias Romswinkel
3
Avantagieus: gunstig, voordelig
4
ligt
5
ja
6
Attakeren: aanvallen
7
Gedevaliseerd: gewond of ontwapend
8
iets
9
Attenteren:ondernemen
10
Zo het zo is: als dat zo is
11
Lodewijk van Steelandt, heer in Grijsoord, heer van Vredestein
Al eerder schreef Margaretha over gedonder met de post. Nu schrijft ze dat ze gisteravond drie brieven van Godard Adriaan heeft ontvangen. Het zijn oude brieven; twee van begin februari en één van 30 januari. Zou er misschien iemand zijn die de brieven ophoudt…?
Een andere postdienst
Ondertussen krijgt Willem III brieven van de keurvorst van Brandenburg van veel recentere datum dan de brieven die Margaretha van Godard Adriaan ontvangt. Margaretha besluit haar brieven met de Brandenburgse gezant Matthias Romswinckel mee te geven.
[wel moeijelijck,] met gelooft hier datter Eimant onder moet speelle die de briefve op houde en uhE daermeede Een part soecke te speelle, want so ick bericht wort krijcht sijn hoocheijt wt het leeger vande keurvorst briefve die wel Een post verser sijn als die van uhEd koome, ick sal nu de mijne met romswinckel sien te sende, en sien ofse beeter sulle bestelt worden[, nu moet ick tot mijn leet]
Margaretha moet zich verontschuldigen voor het slechte nieuws: intendant Louis Robert eist nu echt drieduizend gulden van de Van Reedes. Wanneer de Franse ambtenaar het geld niet ontvangt, zal hij het huis in Amerongen in vlammen doen opgaan. Margaretha’s smeekbede heeft dus geen enkele zin gehad. Zoon Van Ginkel heeft aangeraden het bedrag te betalen, maar Margaretha twijfelt. De intendant beweert dat het bedrag maar eenmalig dient te worden betaald, maar geeft tegelijkertijd aan dat hij dat niet zwart op wit kan zetten. Louis Robert is immers ook afhankelijk van de wil van de Zonnekoning.
[sulle bestelt worden,] nu moet ick tot mijn leet weesen alweer van swaericheijt spreecken, hierkoo= =mende viend briefve van de seeckreetaris van Ameronge en vande prockereur generael, daer de heer van ginckel uhEd de kopijen van heeft met de laeste post gesonde, die segge dat den intendant perforse1Parforce: met (alle) geweld drije duijsent gul van ons wil hebbe of wil met de Exsckusi van ons huijs te doen springe en voort alles te ruweeneere voort gaen, ick ben
[alles te ruweeneere voort gaen,] ick ben ten hoochste bekomert niet weetende wat hier in sal doen den heer van ginckel sou niet gaere sien dat sij tot d Exsekusi soude koomen hij meent wij daer die 3000f aen hoorde te wagen, de intendant seijt dat het maer voor Eens te geefve sal vrij sijn doch wil daer geen verseeckerin vandoen seijt het opt woort van koninck moet aen laete koo =me se segge ock dat onse ackte van garant als der op Aen sou koome maer Een acksi sou sijn daer mij het naer loope meede sulle hebbe ick kan niet segge hoe benaut ick hier over ben [sou ock wel licht het gelt geefve om ons]
Wat wil Godard Adriaan?
Margaretha weet zich geen raad. Als ze wist dat Godard Adriaan van mening is dat ze het geld moeten betalen om het huis te behouden, dan zou Margaretha dat in een oogwenk doen. Maar ze heeft geen tijd om zijn advies af te wachten en besluit bij goede vrienden te rade te gaan.
[ben] sou ock wel licht het gelt geefve om ons huijs te konserveere so ick wist uhEd aengenam sou sijn, daer is geen tijt om uhEd advijs af te wachte sal met goede vriende te rade gaen
Verse rekruten
Ondertussen heeft Willem III in de vergadering van de Ridderschap voorgesteld om de oude regimenten te ontbinden en verse rekruten uit Duitsland aan te nemen. Hier is niet iedereen het mee eens; er wordt flink over gemopperd. Margaretha zegt het niet met zo veel woorden, maar het is duidelijk dat haar man verantwoordelijk gaat zijn voor het werven van nieuwe rekruten. Het is een korte brief geworden. De stalmeester van Georg-Friedrich von Waldeck-Eisenberg is namelijk met spoed door Willem III naar Godard Adriaan gestuurd en staat op het punt te vertrekken. Margaretha geeft de voorliggende brief dus niet met Romswinckel mee, maar met de stalmeester van de graaf van Waldeck.
sijn hoocheijt heeft inde va vergaderin van rider schap, alhier geprooponeert2Proponeren: ter tafel brengen om de oude reesge =ment die heel wat gedevaeliseert3Devaliseren: ernstige beschadigd zijn, zwaar verlies aan manschappen (eigenlijk bij schip), kan ook zijn dat men buiten bezit gesteld is van zijn uitrusting (ontwapend) sijn te kasseere4Casseren: afzetten, uit ambt ontzetten en weere nieuwe aenteneeme die wt duijtslant soude koomen, hier murmereere veel seer over, brenger dees is de stalmeester vande graef van waldijck die Espres van sijnhoo aen uhEd wort afgesonde en so vertreckt daerom dees moet Eijndige blijf Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
MTurnor
Prent van Georg Friedrich, prins van Waldeck-Eisenberg, Christiaan Hagen, ca. 1663-1695. Collectie Rijksmuseum
P.S.: Hoe gaat het met u?
Op het laatste moment besluit Margaretha toch nog even snel te vragen hoe het er voor staat met de Brandenburgse troepen. En oh ja, niet onbelangrijk, hoe gaat het eigenlijk met Godard Adriaan?
sal seer naer uhEd briefve verlange hoet daer met de leegers van heere keurvorst sal sijn, en insonderheijt5Inzonderheid: voornamelijk met uhEd, de heer almachtich wil twerck tot onsen beste seegene en uhEd bewaere
1
Parforce: met (alle) geweld
2
Proponeren: ter tafel brengen
3
Devaliseren: ernstige beschadigd zijn, zwaar verlies aan manschappen (eigenlijk bij schip), kan ook zijn dat men buiten bezit gesteld is van zijn uitrusting (ontwapend)
Jawel, er is goed nieuws. Eindelijk lijkt er schot in de oorlog te zitten! Margaretha’s lieve vaderland heeft eindelijk een beetje geluk. Na maanden wachten komt het leger van de Keurvorst eindelijk de kant van de Republiek op! Hopelijk wordt dit leger gezegd door de Heer en slaagt het plan om de Republiek te bevrijden.
Ook het Staatse leger lijkt niet stil te zitten. Er zijn weer schoten gehoord maar wat er precies gaande is weet Margaretha nog niet. Ze heeft sowieso niet veel tijd om te schrijven op het moment. Nog even een gebed dat de Heer Godard Adriaan zal beschermen en weg gaat ook deze brief met de post.
De Grote Keurvorst, Friedrich Wilhelm, als veldheer tijdens de slag, Wilhelm Camphausen (1818-1885). Collectie onbekend. Bron: Kunsthaus Lempertz
Mijn heer en lieste hartge seedert het af sende van mijne van heede ge schreefve ontfange die van uhEd vande 26 ijanwarij die nu verser is en Eer overge koome als in lange gehad heb, men is hier verheucht met de op tocht vande keer keurvorsts leeger het welcke de heer al= =machtich wil seegene en wel laeten ge =lucke alle sijne deseijne1dessein: plan ten beste van ons liefve vaderlant, het welcke wel in noot is, ock die van sijn hoocheijt die met meest al ons vo krijsvolck op is men heeft hier deesen avont seer hooren schieten dan men weet niet van waer of wat het is men verlanckt seer naer de wtkomst vant deeseijn, daer worde meest al de wagens en sleen op geprest2pressen: Dieren of zaken ten bate van het gemeenebest, inzonderheid voor militair gebruik, opeischen, al het volck vlucht meest wt den haech de
almachtich wil ons bij staen, het jamert mij seer uhEd weer op moet de heer hoop ick sal deselfve voor alle ongeluck in gesontheijt bewaere, nu sal ick met inpaeseijensie3inpatentie: ongeduldigheid verlange naer uhEd briefve om te hoore het suckses vande deseijns vande keurvorst, het gelt sal ick aen romswinckel4Matthias van Romswinckel, diplomaat van de Keurvorst in Den Haag betaelle so haest het heb ontfange, nu moet ick om kortheijt des tijts Eijndige blijfve
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
1
dessein: plan
2
pressen: Dieren of zaken ten bate van het gemeenebest, inzonderheid voor militair gebruik, opeischen,
3
inpatentie: ongeduldigheid
4
Matthias van Romswinckel, diplomaat van de Keurvorst in Den Haag