Mijn heer en lieste hartge

Tag: Aankoop onroerend goed

Land, berch en dijk

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 27 februari 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 6 maart 1677
Lees hier de originele brief

Jawel, Godard Adriaan is aangekomen in Minden! Margaretha heeft zijn brief van 19 februari ontvangen. Hij logeert bij generaal-majoor Eller en Margaretha hoopt die familie ooit in Den Haag te kunnen ontmoeten om iets terug te kunnen doen voor alles wat ze voor Godard Adriaan hebben gedaan: ‘so veel sivieliteijt en vriendschap’ heeft hij van hen ontvangen.

Brieffragment ontvangst Eller

Ameronge den
27 febrijwa 1677  
[rec. 5. Marti 1677]

Mijn heer en lieste hartge 

uhEd aengenaeme vande 19 deeser heb ick heede ontf 
en is mij lief daer wt te sien dat deselfve wel 
tot minde is aengekoomen en so wel bij den gene
=rael maijoor Eder1Ze bedoelt waarschijnlijk Eller: Wolgang Ernst Eller zu Laubach wert onthaelt, wij hebbe die 
goede liede wel oblijgasie2Obligatie: Het gebonden zijn door ontvangen dienst of gunst. daer uhEd so veel si=
=viEliteijt en vrienschap van ontfanckt ,
wenschte wijt geluck hadde van haer hEd Eens 
hier of inde haech te mooge naer ons kleijn ver 
=mooge te onthaelle, [ick sal verlange dat sijn] 

Vogelvlucht plattegrond van een ommuurde en omgrachte stad met bolwerken. Links langs de stad stroom een rivier. Binnen de stad zijn een aantal grote kerken te zien, de huizen hebben binnen tuinen. Er is een markt met een galg.
Vogelvluchtplattegrond van Minden, Wenzel Hollar. In: Teatrum Urbicum: Pars Secunda, Joannes Jansonius van Waesberghe, ca. 1657. Collectie: Staats- und Universitätsbibliothek Dresden. Bron: Deutsche Fotothek

Naar huis

Maar eerst wil ze toch eigenlijk graag weten wanneer Godard Adriaan nu eindelijk weer eens thuis komt. Ze hoopt dat van de Prins van Oranje te zullen horen zodra die weer in Den Haag is. Van Ginkel is op Middachten en Margaretha verwacht dat hij met de Prins mee naar Den Haag zal komen.

Land en een berch

Voor ze het vergeet, ze heeft sinds haar laatste brief twee morgen land van Lijsge Geurte aangekocht plus de ‘berch’ die zij deelt met Jan van der Merck. Een ‘berch’, dat kan gaan om een hooiberg maar ook om een berging, een schuur dus. Dat laatste ligt hier meer voor de hand. De prijs was 1050 gulden. In de komende week zal Margaretha 200 gulden contant betalen aan Lijsge en de resterende 850 gulden volgt dan in twee termijnen, waarvan de eerste met kerstmis verloopt. 

Eerste brieffragment land en berch van lijsge
Tweede brieffragment land en berch van lijsge

[den haech gaet,] seedert mijne laeste heb ick
het lant van lijsge3Liesje geurte te weeten de twee
merge die haer Eijgen toekoomen endenberch
die sij met ijan vander merck gemeen heeft

gekocht saeme voor de som van 1050f ick segge
Een duijsent en vijftich gul, onder kondiesie
dat ick haer inde toekoomende weeck twee
hondert gul kontant sal betaelle en de
resteerende 850f deene helft korsmis
Eerstkoomende en dande helft paesche daer
aen dat paesche 1678, hoope uhEd dit so sal
gevalle en aengenaem weesen, het schijnt sij
gelt van doen hebbe, [voort is hier niet gepasseert]

Achter een hek aan de rechterkant een weiland en aan de linkerkant een schuur verscholen in de bosrand.
Landschap met schuur en schutting, Jacob Isaacksz van Ruisdael, 1638-1682. Collectie Rijksmuseum.

Een natte dijk

Wat moet ze verder nog schrijven? Zoveel is er niet gebeurd. Nou ja, het regende in de afgelopen week, maar vandaag is het mooi weer en nog warm ook. Eigenlijk heeft Margaretha nog wel wat te vertellen, want het water in de rivier stijgt zo sterk dat er werkzaamheden nodig waren aan de sluis. En als er nog meer water komt, dan loopt de Grebbedijk4In 1677 gaat het goed, in 1855 gaat het mis, de sporen zijn nog steeds te zien in het landschap. gevaar. Door ‘alt natte weer’ is die al zo doorweekt, dat de wagens erin wegzakken en om moeten rijden over de Veluwe. Gaat de dijk doorbreken? Margaretha hoopt dat ‘de heer almachtich versien sal en alles tenbeste schicke’.

Eerste brieffragment hoog water
Tweede brieffragment hoog water

[gelt van doen hebbe,] voort is hier niet gepasseert
dat schrijfvens waert is mij hebbe deese weeck
hier veel reegen gehadt maer vandaech
seer schoon en warm weer, doch het water
wast hier ongemeen sterck se hebbe giste
=ren en vandaech aende sluijs met alle
macht gewerckte om die dicht te maecke
dat sij meenen nu meest gedaen te sijn,
maer soot water aent wasse blijft vreest
men weer voorde grebbendijck die so door alt
natte weer door weijckt is datse naulijck
bruijckbaer is, de wagens sacken daer so
in dat de meeste voerliede over de veelu
rijden so mij de kamelaer van geijn, die
tot rhienen woont heeft geseijt, so dat

men vreest dien dijck het hoochge water niet
sal konne wtstaen en de slaeper dijck
seggense dat ock niet sal konne houde, hoop
de heer almachtich versien sal en alles ten
beste schicke, [inwiens heijlige bescherminge]

Links een grote watervlakte, rechts wat hoger land waarop een wagen rijdt met een ruiter erachter. Het land is een soort dijk die provisorisch lijkt verstevigd met balken er tegenaan. Het is óf hoog water (water komt bijna tot aan de dijk) óf het water komt bij hoog water echt tegen de beschotting aan.
Landschap met een wagen en een ruiter, Jan van Goyen, 1606-1656. Collectie Rijksmuseum.

Kussen

Als ze het dan toch over de almachtige heer heeft, is dat gelijk een mooi bruggetje om een eind aan de brief te maken. Margaretha sluit af met Fritsje, Godertje en hun drie zusjes, die allemaal de handen van ‘groote papa’ kussen. In gedachten dan.

Afsluiting

[beste schicke,] inwiens heijlige bescherminge
uhEd beveele, blijfve

Mijn heer heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor
fritsge
godertge met
alle drij haer
suster kusse groote
papa oot moedich
de hande

  • 1
    Ze bedoelt waarschijnlijk Eller: Wolgang Ernst Eller zu Laubach
  • 2
    Obligatie: Het gebonden zijn door ontvangen dienst of gunst.
  • 3
    Liesje
  • 4
    In 1677 gaat het goed, in 1855 gaat het mis, de sporen zijn nog steeds te zien in het landschap.

Financiële rompslomp en zorgen om neef Welland

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 23 december 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 30 december 1676
Lees hier de originele brief

Op 22 december 1676 heeft Margaretha een brief ontvangen die Godard Adriaan heeft geschreven op de zestiende van deze maand. Op 23 december 1676 heeft ze een brief ontvangen die op 13 december is opgesteld door Godard Adriaan. Veel om op te antwoorden en om te vertellen!

Het doet Margaretha veel plezier dat haar Godard Adriaan zich goed voelt, ondanks de felle kou in Bremen. Margaretha vindt het fijn dat Godard Adriaans ontvangst van de Keizerse Ambassadeurs zo goed gegaan is en hoopt dat de zaken daardoor verder voorspoedig lopen. Dat zou voor alle partijen bevredigend zijn, schrijft Margaretha, hoewel ze vreest dat het geen eenvoudige zaak zal zijn.

Aanhef en ontvangst Keizerlijke ambassadeurs

Ameronge den 23
deesem 1676
[rec. den 30. dito]

Mijn heer en lieste hartge

uhEd mesiefve vande 16 deeser heb ick gisteren ontfange en heeden die vande
13 deese, het is mij seer lief daer wt te sien dat uhEd in deese felle koude sich
noch so wel bevint, en dat het tracktement vande keijserse Ambasadeus
so wel is vergaen, en voor al dat de heere afgesante aldaer haer over

In Amerongen

In Amerongen vriest het nog steeds en er valt dagelijks veel sneeuw. De kinderen zijn grote papa dankbaar voor de goede zorgen die hij voor hen doet. Margaretha hoopt dat Godard Adriaan binnenkort wel thuis zal zijn. Tijdens het realiseren van de kelders onder de voorburcht zou het namelijk wel handig zijn dat hij ter plekke is om keuzes te maken.

De molen

Een dag eerder zijn de molenaar en zijn vrouw bij Margaretha langs geweest om de koop van de molen te bespreken. Margaretha heeft hen 3000 gulden geboden. Het molenaarsechtpaar wil er liever 3500 gulden voor krijgen. De molenaars zitten verlegen om gelde en hebben alles wat zij bezitten al in de ‘lombert verset’. Ze hebben al hun bezittingen dus verpand. De molenaars vrezen dat hun bezittingen binnen twee weken echter wel verkocht zullen worden.

Brieffragment over de molenaar en zijn vrouw

[op de reevier doch slaplijck ,] de moolenaer is met sijn vrou
gisteren bij mij geweest en vande koop vande moolen gesproocke, ick
heb haer 3000f gebooden sij laetense mij voor 3500f, sij sijn
seer verleegen om gelt hebben alles wat sij hebbe tot wijck
inde lombert verset dat sij vreese inde toekoomen weeck of
de weeck daer aen verkocht sal worden, [sodat en kor=]

Margaretha vindt dat ze de molen niet moeten laten ontgaan. Ze realiseert zich dat het een grote aankoop is. Bovendien verwacht Margaretha ook nog wel kosten om de molen op te knappen. Zonder reparaties zullen ze geen winst maken als ze de molen zouden kopen.

Op de voorgrond zit een man op een volle, dicht gebonden zak. Hij kijkt toe hoe een andere man een grote volle zak op zijn nek draagt naar een bootje dat beladen wordt met de volle zakken. Het bootje ligt langs een sloot en aan die sloot staan tot aan de horizon verschillende molens. Bij een volgende molen liggen wat boomstammen in het water.
Molenaar, Jan Luyken, 1694. Collectie Rijksmuseum.

Inkomsten

Margaretha heeft Schut, Rietveld en de metselaar Jan Jansen al hun rekeningen betaald voordat zij vertrokken. Daardoor zit Margaretha nu volledig zonder geld. Ze heeft alleen de gebruikelijke toelage ontvangen van Godard Adriaan. Ze had gehoopt een deel te krijgen van Godard Adriaans’  traktement als superintendent van de ridderschap. Helaas heeft ze niks anders ontvangen dan de belofte dat tegen kerst betaald wordt.

Brieffragment over het geld van de ridderschap

[konne trecken, sulle haellen,] ick heb schut en rietvelt en
ijan ijanse metselaer alhier haer reeckenine ten volle voor
haer vertreck af betaelt waerdoor mij van gelt teenemal
ont bloot heb en alles op onfange wat ick krijge kost, had
gehoopt van uhEd tracktement als supreetendent vande
ridderschap wat te ontfange maer heb niet konne
krijge dan de reuver heeft mij belooft teegens korsmis
te betaelle waer op Monseu beusekom mij 700f heeft
verstreckt [die hij vant Eerste gelt dat ons vande reuver]

Gelukkig heeft Nicolaas van Beusichem Margaretha 700 gulden gegeven, die hij zal aftrekken van bedrag van de Ridderschap, als hij dat binnen krijgt. Daarnaast moet steenhandelaar Ot Barendsen nog betaald worden, daar staat nog een rekening open van 1400 gulden. Barendsen wacht al meer dan twee maanden op zijn geld, in de brief van 18 oktober 1676 schrijft Margaretha al dat Barendsen maar even moet wachten.

Overzicht

Margaretha heeft in Amsterdam 2000 gulden met rente geleend. Ze gaat er nu eens goed voor zitten om een financieel overzicht te maken. Zo hoopt ze inzichtelijk te krijgen wat ze nou daadwerkelijk heeft ontvangen en uitgegeven aan de timmerage, de bouw van het huis. Het zal wel behoorlijk hoog oplopen, het is het zwaarste financiële jaar tot nu toe voor de Van Reede’s. Als het dak en de vloer nou eens dicht waren, en ook de ramen in het huis zouden zitten, dan zou het allemaal een stuk makkelijker worden. Dan zouden de kosten beter gespreid kunnen spreiden terwijl ze het huis verder af maken. Er is nog geen haast bij is, maar binnenkort zal Schut of iemand anders hout voor de deuren moeten kopen. Zodat alles in het huis goed droog kan worden en blijven.

Verder zijn er nog wat schulden en zijn er een paar rekeningen waarvan Margaretha weet niet of ze al betaald zijn. Al met al een flinke boekhouding die Margaretha moet uitzoeken.

Rechthoekige monochrome glas-in-lood ruit met allegorische voorstelling van Aritmetica, een van de vrije kunsten. Zij wordt hier voorgesteld als een jonge vrouw op een stoel zit en op een schrijftafel rekent, terwijl drie oudere mannen bezig zijn met tellen van munten en controleren van rekeningen.
Aritmetica, Jacques de Gheyn (I) (mogelijk), na 1565 – in of voor 1582. Collectie Rijksmuseum.

Een fortuinlijk huwelijk?

Na de financiële passage in de brief verandert de toon van Margaretha dramatisch: ‘Verder, mijn liefste hart, moet ik met verdriet zeggen dat ik na de laatste brief die ik u schreef, deze week weer een brief van neef Welland heb ontvangen’.

Het zit Margaretha duidelijk niet lekker wat neef Welland van plan is. Margaretha is teleurgesteld in hem omdat hij niet persoonlijk bij haar is langsgekomen om het voorgenomen huwelijk met Eleonora Constantia van der Meijden met haar te bespreken. In plaats daarvan heeft hij per brief aan Margaretha verzocht om de kwestie aan Godard Adriaan per brief duidelijk te maken. Neef Welland verzekert zijn oom en tante dat de financiële middelen van Eleonora genoeg zijn om bij die van hemzelf te voegen. Welland heeft Margaretha niet verteld of het huwelijk daadwerkelijk door zal gaan.

Brieffragment voor het liefst hartge met leedwezen
Brieffragment over de smeekbede van Welland

voort mijn lieste hartge moet ick met leet weese segge
naer dat ick uhEd laest geschreefve heb, deese weeck

weer Een brief vande heer van wellant ontfange te hebbe, in
plaetse van dat hij selfver volgens mijn versoeck eens sou
de overgekoome hebbe, waer in hij persijsteert in sijn in
=tensie en versoeckt noch dat ick sijn inklenaesie bij uhEd
toch smaecklijck wilde maecke, dat hij verseeckert is dat
haer middelen suffisant sijn om de sijne te ackomodeeren

Een jonge man probeert een jonge vrouw weg te houden van een oude vrouw met een geldkist, die munten op tafel legt. De jonge vrouw draagt een boogmutsje op haar hoofd, een brede geplooide kraag en een overkleed met schouderwielen.
Jong paar en een oude vrouw met geldkist (Ongelijke liefde), anoniem, 1589 – 1607. Collectie Rijksmuseum.

Verloving

Van Beusichem heeft geschreven dat Welland afgelopen zondag in Utrecht in de kerk aan ieder die daar aanwezig was, zijn verloving met Eleonora bekend heeft gemaakt! De verbazing was groot bij de aanwezigen. En ook bij Margaretha, zij vindt het vooral vreemd hoe neef Welland dit allemaal aanpakt. Hij is oud genoeg om zelf beslissingen te nemen. Margaretha weet niet of er huwelijkse voorwaarden worden opgesteld en ze vreest dat Welland meer schulden heeft dan hij wil toegeven. Margaretha lijkt te impliceren dat het huwelijk vooral een financiële overweging zal zijn voor Welland. Het lesje moraal waarin Eleonora een aantal jaar geleden de hoofdrol speelde zal waarschijnlijk weinig indruk hebben gemaakt op de toen zestienjarige Welland.

Brieffragment huwelijkse voorwaarden van Welland, afsluiting en eerste psjes

[=gen sal,] ick hoor van geen houwelijckse voorwaerde of hij
wel sonder die sou trouwe, ick vrees hij vrij meer schulde
heeft als hij heeft wille weete, wij sulle ock Eens omt ons
dienen te dencken, ick beken tis bedroeft dan wat kone
wij doen alst weesen moet ist noch beeter van susters kin
deren als van Eijgen, de heer almachtich wil al de onse
voor sulcke laesge gedachte behoede, en uhEd in sijn heijli
=ge bescherminge neemen, verseeckert sijnde dat ick ben

Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor

de luijtenants vrou
juffrou anna kroot
is inde kraem sijnde Een
halfven dach verlost
gestorfven,
de jonge lapoote die met
de dochter van spronse
getrout was, is sijn vrou
quijt en weer weedunaer

Margaretha schrijft dat dit soort fratsen maar beter door de kinderen van je zus kunnen worden uitgehaald, dan dat je eigen kind je met zulke kopzorgen opzadelt. Ze vindt het bedroevend om over de hele situatie na te denken. Gelukkig wil de almachtige Heer hen behoeden voor zulke nare gedachtes. Daarna sluit Margaretha zoals altijd vol liefde haar brief af die vervolgd worden door zeer uiteenlopende p.s.-jes.

Uiteenlopende P.S.-jes

De eerste p.s. is geen vrolijke laatste noot. De vrouw van de luitenant, Anna Kroot, is helaas gestorven. Een halve dag nadat zij is bevallen, is zij helaas overleden. Ook de jonge Laporte is helaas voor de twee keer weduwnaar geworden.

Back to business. Margaretha stuurt op het einde van haar brief aan om de molen te kopen. Ze doet daarbij ook gelijk een voorstel hoe ze dat het beste kunnen doen. Als zij de molen kopen en de verkoopt bij decreet, dus in bevel van de overheid, laten regelen. Dan kan hetzelfde decreet gebruikt worden om de transactie te doen. Dan is het goed geregeld en altijd voor iedereen rechtsgeldig.

De vissen in de gracht houden zich gelukkig in het diepe gedeelte, waardoor de kans op overleven groter is.

Hoewel de mening van Godard Adriaan over de voorburcht duidelijk is, zou het toch makkelijk zijn als hij het even formeel goedkeurt.

Op een los papiertje dat bij de brief is gevoegd zijn de afmetingen van de Grote Zaal van Kasteel Middachten geschreven. Deze is 42 voet lang en 24 voet breed.

Briefje grote zaal Middachten

Drukte allom

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 2 december 1677 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 7 december 1676
Lees hier de originele brief

Margaretha is dolblij: ze heeft maar liefst twee brieven van Godard Adriaan ontvangen! Ze is blij om te horen dat steenhouwer Jan Prang aangekomen is in Bremen. Maar wat vindt Godard Adriaan nu van de tekeningen? Margaretha zit te wachten op antwoord.

Brieffragment Jan Prang

Ameronge den
2 deesem 1676
[rec. 7. dito 1676]
Mijn heer en liest hartge

gister heb ick uhEd aengenaeme vande 25 en
vandaech die vande 28 pasato ontfange, tis
mij lief ijan prang wel is overgekoomen, nu
verlanckt mij hoe uhEd al het overgesondene
so teeckenine als ander aenstaet, en wat daer
op sal reesolveere, [aengaende het verhoochge]

Druk, druk, druk

Bovendien ze wil aan de slag met de groentetuin. Ze wil de koolhof ophogen met aarde en zand en Van Ginkel wil daar ook nog fruitboompjes poten. Het werk aan het kasteel vordert. De metselaars zijn klaar met de bogen in de kelder maar de timmerlieden hebben nog wel een paar dagen werk. Het lood is aangekomen en de leidekker is bezig om het in de goten te leggen. Het werd hoog tijd.

Eerste brieffragment drukdrukdruk
Tweede brieffragment drukdrukdruk

[op sal reesolveere,] aengaende het verhoochge
vande kool hof achter den bloem hof, soot
sulcken vriesent weer blijft sulle wij met
den Eerste daer aengaen en sant en
Aerdt daer in laete brenge, de heer van
ginckel heeft geseijt te wille sien dat hij
Eenige vande kleijne fruijt boomtges die
hem toegeseijt sijn, te krijge om daer in
te pooten, de metselaers sijn gisteren alle
wt ons werck gegaen hebbende al de scheijt
boogen inde kelders gemaeckt dat Een groot
werck wt de weech is, de timmerli hebbe
noch wel acht dage werck, ijanhenderixs

den leijdecker is aent legge vant loot inde goote
dat hooch tijt is gedaen te sijn, [gistere is]

Op een groene kool zitten drie rode naaktslakken.
Drie naaktslakken op een kool, Julie de Graag, 1887 – 1924. Collectie: Rijksmuseum.

De molen

Maar er zit Margaretha iets dwars, een heel ander onderwerp: de molen. De molenaar heeft schulden en hij moet de molen verkopen. De schuldeiser wil de molen laten veilen, maar Margaretha wil liever zelf bepalen wie de volgende molenaar wordt. De molenaar vraagt er vierduizend gulden voor. Een beetje veel, vindt Margaretha, hij heeft er zelf indertijd 700 gulden voor betaald. Goed, sinds die tijd is er wat aan vertimmert en hij heeft er een huis en een rosmolen bij gebouwd, maar zoveel bijzonders is dat nu ook weer niet. Margaretha heeft er drieduizend gulden voor geboden, dat is het wel waard, maar waar haalt ze het geld vandaan? Moeten ze een obligatie verkopen? Zou Godard Adriaan per omgaande zijn ‘sentimente’ op dit punt kunnen laten weten?

Brieffragment molen

[dat hooch tijt is gedaen te sijn,] gistere is
onse moolenaer hier bij mij geweest die seijt de
moolen niet te konne houden ock heef kor=
=neelis verweij die in verwin en wilse te
koop veijlle tensijse uhEd niet wt de hant be=
liefde te koope, nu de moolenaer preesen=
=teertse ons te verkoope maer Eijster vier
duijsent gul voor ick seij als hijder drij
duijsent gul voor hadt dat hij heel wel toe
sou koomen, die heeft hij der voor gelooft,
en daer maer seeven hondert gul op betaelt ,
nu heeft hij der aen getimert Ent huijs dat
niet veel bijsonders is geset ock de rosmoole
so dat mijns oordeels alsmense voorde drije
duijsent gul kost krijge het niet te dier
sou sijn, maer waer koome wij aentgelt
of most oblijgasie verhandelen, uhEd be=
=lieft sijn gedachte hier Eens op te laete
gaen en sijn sentimente met den Eerste
te laeten weeten, [ick ben teegenwoordich]

Gravure van een landschap, rechts is het vlak, links iets hoger met bomen. Achter het heuveltje een dak. In de verte op de vlakte van links naar rechts een kerk, een molen twee torens en nog een dak. Op de voorgrond iemand op een wagen die wijst, een wandelaar met een kind. Diverse figuren verspreid in het landschap.
Gezicht op het dorp Amerongen uit het noorden. A. Rademaker, ca 1725, gemaakt naar een voorbeeld uit 1620. Collectie Het Utrechts Archief.

Worst

Margaretha springt werkelijk van de hak op de tak in haar brief. Ze heeft varkens geslacht. Vier varkens die ze zelf heeft gemest en twee ‘eijckel verckens’, varkens die in het bos hun voedsel (zoals eikels) hebben gezocht. Ze is heel tevreden over zichzelf: het is haar beter afgegaan dan hopman Blanche. De kleindochters Pootge (Salomé Jacoba van drie) en Niera (Reiniera van vier) zijn al druk bezig met het maken van worst voor ‘groote papa’. Hij moet nu maar eens snel thuiskomen!

Eerste brieffragment slacht
Tweede brieffragment slacht

[te laeten weeten,] ick ben teegenwoordich
ock int slachte van verkens heb vier van

ons Eijge gemeste en twee Eijckel verckens gesla
die alle ses heel suijver en klaer gevalle sijn
so dat mij slachte beeter als die vande heer
hoop man1Hopman: Bevelhebber van zekere afdeeling (een vendel of compagnie) krijgsvolk of schutters: kapitein. Ze geeft Blanche regelmatig verschillende titels: Kapitein, Monsieur en nu Hopman… Zou ze Blanche gekscherend de bevelhebber van Godard Adriaan noemen? blansche2Isaäc de Blanche, in dienst van Godard Adriaan geluckt sijn, pootge en
niera maecken al worst voor groote papa
maer segge dat hij haest thuijs moet
koomen, [Antge kijft op de groote bach]

In een schuurachtig interieur staat een vrouw achter een tafel een darm te vullen. Achter haar hangt een karkas van een geslacht varken aan een stok. Op schalen op een ton naast haar liggen worsten. Op de grond poten en in een schaal op de grond de kop van een varken. Links voor staan vier kinderen een blaas op te blazen, achter in het donker zitten mannen te drinken.
Interieur met een vrouw die worst maakt, Jacques-Philippe Le Bas, 1747. Collectie: Rijksmuseum

Drukke kleintjes

Antge (Anna van zeven) is boos omdat ze kousen voor ‘groote papa’ wil breien maar ze heeft geen voorbeeld voor de juiste maat. Nu ze geen kousen kan breien, is ze van plan om een brief te schrijven aan ‘groote papa’. Hopelijk is hij daar ook tevreden mee. Het is duidelijk: Margaretha geeft haar kleindochters een opvoeding waarmee ze van alle markten thuis zijn. En misschien moeten ze ook wel helpen omdat Margaretha anders geen tijd heeft om brieven te schrijven. Fritsje is nog op Middachten dus Margaretha heeft geen nieuws over hem. De kleine Godertje is gezond en groeit goed, maar hij draagt een ‘bant’ om te genezen van zijn breuk en Margaretha is de enige die de ‘bant’ mag verschonen. Baby Agnes brengt ook de winter bij haar grootmoeder door en ze groeit als kool.

Eerste brieffragment kleinkinderen
Tweede brieffragment kleinkinderen

[koomen,] Antge kijft op de groote bach3Sophia Visbach, trouwe huishoudster van Margaretha
dat sij haer geen hoos4Hoos: Min of meer nauw sluitende, langere of kortere bedekking van het been. van groote papa
heeft gegeefve om naer te breije, hoopt
teegens nieuwe ijaer Een brief aen groote
papa te schrijfve daer sijt weer mee goet
meent te maecken, hoet met fritsge
gaen sal weet ick niet die is noch op
Middachten, godertge is heel gesont en
fris groeijt seer maer is wat vast inde
bant die hem noijt af of aen gedaen wort
om te verschoone als in mijn preesensie
hoope hij met godts hulpe haest sal geneese,
het jonste kint dat Angnis genaemt is
naer de oude vrou van Meuwe5Agnes van Westerholt, grootmoeder van moeders zijde van Ursula Phlippota de groot
moeder van vrou van ginckel gelijck
uhEd int eerst van haer geboorte heb

geschreefve, groeijt ock heel wel, de heere wilse
alle in sijne vreese laeten opwasse, [sijn]

Een meisje zit met een breiwerk op een stoel, een kleiner meisje staat naast haar en kijkt mee naar wat ze doet.
Een meisje leert haar zusje breien
Petrus Johannes Arendzen (vermeld op object), 1856 – 1900. Collectie Rijksmuseum.

Winter

Het gaat een koude winter worden. Margaretha laat alle dagen bijten in het ijs in de gracht hakken zodat de vissen het overleven. Maar ‘al wat God belieft moete wij verwachte’. En op die berustende noot besluit Margaretha haar brief.

Brieffragment vorst en afsluiting

[naer Middachte,] het vriest hier sterck
ick laet alledaechge inde grafte bijten
om de vis te behoude, soot schijnt mochten
Wij wel Een harde winter hebbe, al wat god
belieft moete wij verwachte, inwiens heijlige
bescherminge uhEd beveelle en blijfve
Mijn heer en lieste hartge
uhEd getrouwe wijff
M Turnor vrou van

Een weids landschap met links bomen en een restant van een poort. Rechts de vaart met aan de oever twee mannen die een wak maken (een bijt hakken). In de verte schaatst iemand.
Landschap met figuren die een wak maken op een bevroren vaart, Andreas Schelfhout, ca. 1825 – ca. 1829. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Hopman: Bevelhebber van zekere afdeeling (een vendel of compagnie) krijgsvolk of schutters: kapitein. Ze geeft Blanche regelmatig verschillende titels: Kapitein, Monsieur en nu Hopman… Zou ze Blanche gekscherend de bevelhebber van Godard Adriaan noemen?
  • 2
    Isaäc de Blanche, in dienst van Godard Adriaan
  • 3
    Sophia Visbach, trouwe huishoudster van Margaretha
  • 4
    Hoos: Min of meer nauw sluitende, langere of kortere bedekking van het been.
  • 5
    Agnes van Westerholt, grootmoeder van moeders zijde van Ursula Phlippota

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén