Margaretha is nog bij haar zoon en schoondochter op Middachten. En hoewel ze in Gelderland zit, houdt de Utrechtse politiek haar bezig. Gelukkig wordt die ten dele in Nijmegen uitgevochten, misschien dat ze er daarom van hoort.
naert schrijfve van mijne laeste het welcke den 15 deeser is geweest, worde ick seeckerlijck bericht hoe dat men heer schadee1Jasper Schade van Westrum, aen sijn swager den heere luchtere2Hendrick van Lochteren die te nimweege geweest heeft geschreefve, dat hij bij den heere vande boethof3Frederik van der Capellen, heer van de Boedelhof die broeder vande heere kapel4Gerlach van der Capellen, heer van Aersbergen is, soude intersideere5Intercedeeren: bemiddelen om den voorseijde heere kapel te beweechge dat hij soude afstant doen van sijn pretensie om volgens de leste augementasi inde ridderschap te wttrecht te kompareere6Compareren: Verschijnen, kan ook in de betekenis van vergaderen, hier ter vergadering verschijnen? , met belofte dat sij hem aenstonts raetsheer te hoof soude maecke en verseeckere dat se hem binne den tijt van twee ijaere inde ridderschap soude sette, [daer bij voechgende]
Jasper Schade van Westrum
En omdat in deze brief Schadee genoemd wordt, maken we van de gelegenheid gebruik om het schilderij van Frans Hals nog een keer te plaatsen. Uiteraard is Schade bij het schrijven van deze brief al ouder dan dat portret. Hij is zelfs al ouder dan het portret dat Jonson van Ceulen schilderde. Zou Margaretha de portretten kennen? Een mening zal ze in ieder geval hebben.
Wie denken deze mannen wel niet wie ze zijn? Welke rechten denken ze eigenlijk wel niet dat ze hebben? Kunnen ze dit wel waar maken? Margaretha hoopt maar dat hoogmoed voor de val komt. En ze gaat gelijk over tot de afsluiting van de brief. Hoe zou het komen dat Ursula Philippota zo dik is?
dan hoope dat hoochmoet voorde val komt, onse soon en dochter is noch wel dan sij wort heel dick, onse kindere en nicht van raetsfelt7Agneta Margaretha van Raesfelt, zus van Ursula Philippota preesenteere haeren dienst aen uhEd so doen ick en blijfve Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff en dieners M Turnor
Ze krabbelt nog onder de brief dat Van der Capellen niet geneigd is om af te zien van zijn plek. Godard Adriaan moest eens weten hoe hier in Nijmegen op de Gelderse Landdag over gesproken wordt.
De brief die Margaretha Turnor op 3 januari 1661 schrijft, is haar vroegst bekende brief. Ze schrijft hem niet aan haar man, maar aan Constantijn Huygens, heer van Zuilichem.
De Spaanse missie
Waarom schrijft Margaretha aan Constantijn Huygens? Daarvoor moeten we terug naar oktober 1660. Op dat moment vertrok namelijk de eerste officiële Staatse missie sinds de Vrede van Münster in 1648 naar Spanje. Het doel van de missie is om koning Filips IV geluk te wensen met het huwelijk van zijn dochter Maria Theresia met de Franse koning Lodewijk XIV. Het huwelijk is een bezegeling van de in 1659 tussen Spanje en Frankrijk gesloten Vrede van de Pyreneeën. Met het overbrengen van die gelukswensen wil de Republiek uiteraard een hoger doel bereiken, namelijk het hernieuwen van een aantal eerder gemaakte afspraken op het gebied van staatszaken.
Eén van de drie ambassadeurs die op 3 december 1660 in Madrid gearriveerd is, is Godard Adriaan van Reede. Hij wordt niet alleen vergezeld door zijn 16-jarige zoon, Godard van Ginkel, maar ook door Lodewijk Huygens, de zoon van Constantijn. Voor beide zonen geldt de missie als onderdeel van hun opvoeding. De inmiddels 29-jarige Lodewijk spreekt Spaans en kan dus af en toe optreden als vertaler, maar heeft verder geen officiële taak en wordt ook niet betaald. Maar ach, vader Huygens was allang blij dat zijn derde zoon mee kon op deze gezantschapsreis. Misschien hoefde hij dan niet langer in de schaduwen van zijn succesvolle oudere broers, Constantijn jr. en Christiaan, te staan.
Godard van Reede van Ginkel (1644-1703), Jurriaen Ovens, 1661. Collectie: Kasteel Amerongen. Foto: Peter Cox.
Afscheid nemen bestaat niet
Lodewijk Huygens had veel vrije tijd en hield al sinds het begin van de reis een dagboek bij. Het dagboek is bewaard gebleven. Daardoor weten we onder meer dat Margaretha haar gezin in oktober 1660 tot aan het vertrek van het gezantschap vanuit Hellevloetsluis heeft vergezeld. Onderweg van Den Haag naar Hellevoetsluis speelde het gezelschap, onder wie Lodewijk, een kaartspelletje. Het afscheid viel zowel de vertrekkenden als de achterblijvers zwaar, aldus Lodewijk: er vloeiden veel tranen. Maar Lodewijk beschrijft een saillant detail. Probeerde Godard van Ginkel zich groot te houden tegenover zijn reisgenoten? Volgens Lodewijk huilde Godard namelijk tranen met tuiten wanneer hij in de richting van zijn moeder keek, maar lachte hij smalijk wanneer hij zich omdraaide naar zijn reisgezelschap.
Alvorens verder te gaan kan ik me niet bedwingen om hier hier nog een nogal zeldzaam en vermakelijk voorval in herinnering te brengen dat plaatsvond bij het vertrek van mevrouw Van Amerongen. Het was namelijk zodat als mijnheer Van Ginckel haar zoon, een edelman met een nogal vrolijk karakter, naar de ene kant keek om afscheid van zijn moeder te nemen, dan zag hij haar samen met haar nichtje staan huilen. Ik had zo even al verteld dat ze dat deden Keek hij naar de andere kant, dan zag hij zijn metgezellen van wie dat soort afscheid misschien niet zo hoefde. Op hetzelfde moment dat hij van de ene naar de ander kant keek, deed hij dan hen en dan ons na. Draaide hij zich nar de zijde van zijn moeder, dan huilde hij namelijk tranen met tuiten en op hetzelfde ogenblik dat hij zich naar ons keerde, begon hij minstens zo smakelijk lachen. Hij deed dat iedere keer als hij zich van de een naar de ander wendde zonder dat hij zichzelf daarbij in de hand had.
Maurits Ebben (red.), Lodewijk Huygens’ Spaans journaal. Reis naar het hof van de koning van Spanje, 1660-1661 (Zutphen, 2005).
Margaretha Turnor en Constantijn Huygens delen hetzelfde lot: ze zijn thuisblijvers en moeten hun zonen missen. Uit haar brief van 3 januari 1661 blijkt dat Margaretha reageert op een eerdere brief van Huygens. Blijkbaar heeft de heer van Zuilichem haar al eerder een brief geschreven, misschien onderhielden ze al langer een briefwisseling en is alleen deze brief bewaard gebleven. Hoe het ook zij, de thuisblijvers hebben elkaar opgezocht en vertrouwen hun zorgen aan het papier en aan elkaar toe.
Omdat Margaretha herhaalt wat ze in een ontvangen brief van Constantijn gelezen heeft, weten we ongeveer wat er in die brief gestaan moet hebben. Er stond waarschijnlijk iets in over het verloop van de reis, want Margaretha is er zeer content mee te horen dat de reis niet over ‘de bergen en kwade wegen’ was gegaan. Constantijn had zijn lotgenoot met zijn woorden gerustgesteld.
uEd schrijfvens is mij seer wel behandich waer voor uEd hoochlijck bedancke te meer doordien die mij heel wel te pas quam, als de kontreije in spange diede heere Ambassadeurs moeste passeere niet kenende was ick seer bekomert en aprehendeerde de reijs overde berge en quade weege van die seer, waer van uEd mij het kontrarije door deselfs schrijfve beliefde te segge, heeft mij een =nige gerustheijt gegeefve, [sedert heb]
Bekwaam en modest
Margaretha deelt ook een aantal complimenten uit. Ze schrijft haar lotgenoot dat Godard Adriaan in een brief heeft laten weten ‘zeer gelukkig’ te zijn met het gezelschap van Lodewijk Huygens; de zoon van Constantijn is zeer ‘bekwaam en modest’.
Zou Margaretha hopen dat haar lotgenoot in een volgende brief complimenten aan Godard Adriaan uitdeelt? We zullen het helaas misschien wel nooit weten, want er zijn – zover bekend – geen andere brieven van Margaretha aan Constantijn Huygens bewaard gebleven.
[schrijfve heeft besocht,] vint sich doort geselschap van men heer uEd soon geluckich want kan mij niet genoech scrhrijfve van sijn Ed bequ =aem en modest leefven[, seijt ock]
Portret van Constantijn Huygens (1596-1687) en zijn vijf kinderen, 1640, Adriaen Hanneman. Collectie Mauritshuis.
Wat bijzonder is, is dat er op zijn doodsbed een portret van hem gemaakt is en dat dat portret bewaard gebleven is. Het portret is niet in Wijk bij Duurstede of Amerongen, maar het is in bezit van de Heilige Suitbertus parochie in Culemborg. Hoe het portret in Culemborg terecht gekomen is, is niet met zekerheid te zeggen.
Dirk Adolf is de derde zoon van Frederik van Reede, de grootvader van Godard Adriaan. Waarom weten we niet, maar hij bekeert zich tot het katholicisme. Als hij 33 is wordt hij pater jezuïet in Wijk bij Duurstede. In Wijk bij Duurstede was het enthousiasme voor het nieuwe geloof niet erg groot is, maar de meeste bestuursfuncties werden wel door protestanten uitgevoerd. Uiteraard waren de protestante predikanten niet blij met de activiteiten van Dirk Adolf in hun stad. En ze beklagen zich regelmatig bij het stadsbestuur. Dat belooft altijd wat te doen, maar doet dat uiteindelijk nooit.
De wapens van Jan Van Oostrum (zoon van neef Johan) en Kasteel Moersbergen. Uit: Handschrift met afbeeldingen van de ridderhofsteden in het Nedersticht, voorafgegaan door pagina’s met afbeeldingen van de wapens van de vijf Utrechtse kapittels, van de vijf steden, van de ridderhofsteden en hun bezitters en van verschillende onbekende wapens en wapenbekroningen, ca 1660. Collectie Het Utrechts Archief
De Van Oostrums
Het zal Dirk Adolf zeker geholpen hebben dat hij van die belangrijke familie Van Reede is. En die familiebanden liepen door tot in bestuurlijk Wijk bij Duurstede. In Wijk bij Duurstede waren twee van nichtjes van vaders kant, getrouwd met Willem en Johan van Oostrum, twee neven van moederskant, en schouten van het stadje. Als Dirk Adolf in Wijk bij Duurstede aankomt, is Johan al overleden, maar Willem kan hem tot 1639 de hand boven het hoofd houden. Wellicht kan ook zijn broer Godert dat, die tot 1641 Heer van Amerongen is.
Gezicht op het huis Molenstein aan de Langbroekerwetering te Rijsenburg, L.P. Serrurier naar Cornelis Pronk, 1730. Collectie Het Utrechts Archief.
Jezuïeten
Dirk Adolf overlijdt in Wijk bij Duurstede en wordt bijgezet in het graf van de Van Oostrums. Wie de opdracht gegeven heeft voor het bijzondere portret weten we niet.
Na het overlijden van Dirk Adolf verandert de houding van de inwoners van Wijk bij Duurstede jegens jezuïeten. Nieuwe jezuïeten worden weg gejaagd. Mogelijk is daarom het portret in veiligheid gebracht. In Culemborg waren sinds 1628 jezuïeten gevestigd. Zij maakten veel gebruik van klopjes: katholieke vrouwen die hun leven aan het geloof wijden, zonder in een klooster in te treden. De klopjes kregen hun naam van het kloppen op de deuren van katholieken als er een religieuze bijeenkomst was. Deze Culemborgse klopjes maakten volgens de classis van de gereformeerde kerk ook de buurt rond Wijk bij Duurstede onveilig. Waarschijnlijk werkte Dirk Adolf dus samen met de Culemborgse jezuïeten. Mogelijk is het portret in opdracht van hen gemaakt of is het door de familie ter bewaring aan hen gegeven vanwege het anti-jezuïtische sentiment in Wijk bij Duurstede.
Margaretha hoort dagelijks van schermutselingen tussen de twee troepen rondom Naarden. Omdat ze zich grote zorgen maakt om haar zoon, heeft besloten nog twee dagen in Amsterdam te blijven. Samen met haar schoondochter logeert ze daar, zodat ze het nieuws over Naarden beter kunnen volgen. De drost is kort bij het leger geweest en heeft verteld dat haar zoon elk kwartier druk is en geen rust heeft, overdag niet en ’s nachts ook niet.
Nieuws uit Naarden
Het lijkt erop dat de Fransen wachten op versterking van buitenaf en er kunnen inderdaad troepen uit Overijssel of Zeist komen. In Naarden wordt er van binnenuit met musketten geschoten: een wanhopige poging tot verdediging. Maar het is zeker dat de vijand bijna al zijn troepen heeft samengebracht en het leger over de IJssel heeft gestuurd. Men zegt dat ze nu ongeveer 14.000 man sterk zijn.
die van binne schiete weijnich met kanon maer heel seer met muskette hebbe haer vaendels op de stats walle geset, het schijnt zij op ontset hoope, tis seecker dat de vijant ontrent seijst al sijn macht bij Een treckt sij hebbe haer voclk wt over= ijssel en daer ontrent ontboode so veel se daer konne misse, men seijt sij te seijst wel over de 14000 man sterck sijn, [donse hebbe Eergistere weer Een]
Gewonden, gevangen en doden
Twee dagen geleden was er een schermutseling. De troepen van Willem III bestonden uit ongeveer 200 man en hadden de overhand. Maar het noodlot sloeg toe, toen de vijand met ongeveer 2000 man een hinderlaag opzette. De Staatse troepen werden omsingeld, maar er werd dapper gevochten en velen konden ontsnappen. De majoor van het regiment is zwaar gewond geraakt, en er vielen ook doden. Aan beide kanten zijn mannen gevangen genomen.
[man sterck sijn,] donse hebbe Eergistere weer Een reijnkontre1Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen. gehad wij waere maer over de twee hondert die Een troep vande vijant ontmoete en
haer sloechge, doch sij hebbende noch ontrent 2000 man in ambuskade2Embuscade: hinderlaag legge daerdonse niet op verdacht waeren quame en omsingeldeese, daer donse haer door sloechge en dapper vochte ent meest ontkoome sijn troxses3Onbekend de Maijoor vant reesgement vande heer van langeraeck4Frederik Hendrik van den Boetzelaar die donsevolck komandeerde is swaerlijck gequetst de ritmeester heemskercke5Onbekend doot en so gevangene als doode ontrent de sestich gebleefve men seijt vande vijant niet min gebleef sijn donse hebbe ongemeen wel gevochte maer men geeft vrij wat schult aen ons offisiers dat sij niet voorsichtiger geweest sijn van konschape6Kondschap: Kennis, inlichtingen te neeme, [nu so komt schravemoor die hier bij bur]
Belegering en verovering van Naarden in 1673, Jan Luyken, 1680. Collectie Rijksmuseum.
Vijandelijke troepen opkomst
Maar dat was twee dagen geleden. Deze nacht hebben de troepen een deel van Naarden ingenomen, waar hevig gevochten is en opnieuw zijn veel mannen aan beide zijden gesneuveld. Er is bericht dat er nog veel meer vijandelijke troepen vanuit Utrecht richting Naarden gaan. Margaretha vreest voor het leger; een ontsnappingsroute lijkt bijna onmogelijk, dus zal er tot de dood gevochten moeten worden als Naarden zich niet overgeeft. Het zal veel inspanning vergen, en ze kan amper haar pen vasthouden van zorgen.
Zoetelende vrouw
Het goede nieuws is dat haar man heeft geschreven dat hij snel thuis zal zijn. Ze bidt tot God dat de reis spoedig en zonder problemen zal verlopen. Het zou goed zijn als hij eindelijk thuis is, want als zijn regiment zonder kolonel blijft, vreest ze dat het ten onder zal gaan. De ene officier heeft geen flauw idee waar hij mee bezig is en gebruikt geweld, de andere laat sjoemelt met geld en zijn vrouw zoetelt bij Nieuwersluis. Zoetelen is een mooi woord voor het drijven van een handeltje in proviand.
[=we en hoope,] wt uhEd vande 5 deeser sien ick deselfve staet maeckt om nu in korte thuijs te sijn godt de heere wil uhEd Een geluckige en spoediege reijse geefe het sal wel goet sijn dat deselfve hier waert want so sijn reesgement langer sonder kornel blijft vreese ick dat het selfve heel te niete sal gaen want weddel7Georg Ernst von Wedel so ick hoor slaet en smijt onder de offisiers met onverstant en staet hier ock maer tamelijck wel te hoof, kapteijn Miltenaer8Onbekend die teminck so wel voor sijn gelt alst geene uhEd hem heeft gedaen heeft doen maene en aenspreecke heeft hem niet gegeegve seijt noch paesijensi te moete hebbe tot dat hij weer gelt ontfanckt, sijn vrou soetelt9Zoetelen: Proviand, vaak ook toebereide eetwaar slijten inz. aan militairen te velde aende nieuwer sluijs verkoopt bier en alderhande Eet waere aende soldate, [lorijn de luijtenant vande heer]
Fragment uit Drankverkopers, anoniem, naar Cornelis de Wael, 1613 – 1667. Collectie Rijksmuseum.
Het arme beest
En dan, het verdrietige nieuws dat nog eens bovenop alle ellende komt: het hondje Citroen is overleden. Het arme beest wilde vier dagen niet eten en was erg ziek. Ze had een zweer aan haar buik. Ook de kleinkinderen Frits en Tietje zijn erg bedroefd. Maar het is duidelijk dat het voor Margaretha zelf ook enorm zwaar valt. Ze heeft veel vriendschap voor het hondje gevoeld.
onse Arme sijtroen, naer datse 4 dage niet heeft wille Eeten en heel sieck was issij aen Een sweer in diessij onder aenden buijck had gistere merge hier ge= storfve, is van frits en tiege beweent, mij jamert het arme beest noch daer ick so veel vrienschape van ge= =hadt heb
Jonge vrouw met een hondje, Eberhard Cornelis Rahms, naar Eglon van der Neer, 1861. Collectie Rijksmuseum.
1
Rencontre: Min of meer toevallige ontmoeting tusschen twee vijandelijke strijdmachten ter zee of te land, ongeregeld gevecht, treffen.
2
Embuscade: hinderlaag
3
Onbekend
4
Frederik Hendrik van den Boetzelaar
5
Onbekend
6
Kondschap: Kennis, inlichtingen
7
Georg Ernst von Wedel
8
Onbekend
9
Zoetelen: Proviand, vaak ook toebereide eetwaar slijten inz. aan militairen te velde
Tussen 24 juli en 28 augustus 1673 hebben we geen brieven van Margaretha. We kunnen er zeker van zijn dat ze brieven is blijven versturen, want dat doet ze zorgvuldig: met elke post een brief.
Sleeswijk
Het kan zijn dat haar brieven Godard Adriaan niet bereikt hebben. De brief van 24 juli ontvangt hij in Gottorf, het kasteel in de stad Sleeswijk in het Noorden van Duitsland. Daar was hij aan het hof van Christiaan Albrecht, hertog van het Gottorfse deel van Sleeswijk Holstein. Godard Adriaan was hier in opdracht van de Staten Generaal en Stadhouder Willem III om daar ook troepen te werven. Als dat de reden is dat er brieven missen, is de grote vraag waarom de brief van 24 juli dan wel aangekomen is en de brieven daarna niet.
Het is ook goed mogelijk dat Margaretha dit keer echt te ver gegaan is en dat Godard Adriaan zelf de brieven “heeft laten verdwijnen”. Ze is al vaker terug gefloten door Godard Adriaan. Bijvoorbeeld toen hij vond dat ze hem nodeloos ongerust maakte.
Het begin van haar brief van 28 augustus 1673 suggereert dat het om zoiets gaat.
uhEd schrijfvens vande 22 deeser heb ick ontfange, het doet mij leet daer wt te sien uhEd so qualijck neemt het geene ick tot Enckele waerschouwine heb ge= schreefve , waer toe ick oordeelle niet alleen verplicht maer ock gerechticht te weese doch sal hier niet meer van segge, [ick verstaen haer hooch Mo]
Wat voor waarschuwingen zou Godard Adriaan zo erg vinden dat hij haar brieven vernietigt? Zou het over diplomatieke zaken gaan? De vredesonderhandelingen in Keulen hebben de boel wel op scherp gezet. Zeker als er mee gelezen wordt, zou ze best zout in sommige wonden kunnen strooien. Of zou het over familie gaan? In hetzelfde fragment trok Margaretha aardig van leer tegen neef Frederik van Reede, die de bezette provincies min of meer opgaf. En familie-eer is voor adel misschien nog belangrijker dan ’s lands eer…
Latijn
Waarschijnlijk zullen we nooit weten wat er in de missende brieven van Margaretha stond. Wat je wel merkt is dat ze in haar laatste brieven een beetje aan het eind van haar Latijn is. Zo nu en dan zijn er kleine lichtpuntjes als het leger een succesje behaalt, maar over het algemeen zit het niet mee. Ze verzucht ook steeds vaker dat het tijd wordt dat haar man terug komt. Dan hoeft ze hem niet op de hoogte te houden van alles in de Republiek, maar kunnen ze gewoon overleggen. En dan kan hij zijn eigen geld regelen, in de 17e eeuw krijgt een man toch nog meer voor elkaar dan een vrouw.
En Amerongen
De opmerking van Frederik van Reede dat voor een vrede de bezette gebieden dan maar afgestaan moeten worden, zal er ook ingehakt hebben bij Margaretha. We weten niet of hij het echt gezegd heeft, en of het alleen zijn mening was of dat ook anderen er zo over dachten. Het kan best zijn dat Margaretha haar ergste nachtmerrie hoort in woorden die iets heel anders moesten betekenen. Want als Holland en Zeeland kiezen voor vrede ten koste van de bezette provincies, wat gebeurt er dan met Amerongen? Ze zei het in haar brief niet, maar ik kan me voorstellen dat dat in je hoofd ook een eigen leven gaat leiden. Eens te meer een reden dat haar Heer en liefste hartge thuis moet komen. Zodat ze samen de spoken kunnen temmen en plannen kunnen maken voor de toekomst…
Margaretha heeft een brief van Godard Adriaan van 13 juni jl. ontvangen. Uit de brief van Margaretha van 19 juni blijkt dat Godard Adriaan zich zorgen maakt over zijn familie. Ze verontschuldigt zich er dan ook voor dat ze tot nog toe alleen maar onheilstijdingen heeft medegedeeld. Maar in haar vorige brieven, die Godard Adriaan op het moment dat hij zijn brief op de 13de aan de postmeester meegeeft nog niet heeft gelezen, heeft Margaretha geschreven over het goede nieuws omtrent de strijd op zee. Welke toon overheerst in de brief van de 19de?
Onverschrokken en vol moed
In haar brieven van 12 en 16 juni heeft Margaretha uitgebreid geschreven over de twee zeeslagen bij het Schoonveld. Nu schijnt het dat er weer is geschoten, maar er is geen nader bericht over gekomen, dus het zal wel niet waar zijn. Wat wel waar is, aldus Margaretha, is dat de vijanden – en vooral de Engelsen – er zwaar de pest in hebben. Zij waren namelijk van plan om in Zeeland of op Walcheren aan land te komen.
De twee zeeslagen op Schoonevelt, 1673, Romeyn de Hooghe (omgeving van), 1673. Collectie Rijksmuseum
Oh ja, er is trouwens ook strijd geleverd in Gorinchem, Muiden, en op de Nieuwerbrug. Wat Margaretha op dat moment niet weet, is dat het regiment dat Godard Adriaan geworven heeft nét in Alkmaar was aangekomen en al direct is ingezet bij Muiden. Alle aanvallen zijn succesvol afgeslagen, en daar is Margaretha wel van op de hoogte: het Staatse krijgsvolk is onverschrokken en zit vol moed. De hele gemeenschap heeft trouwens goede hoop! Als de vijand nóg een keer aanvalt, en de overwinning nóg een keer door onze jongens behaald wordt, dan staat ons een glorieuze vrede te wachten.
[hebbe gehadt,] nu wilmen weer segge dat se hebbe hoore schiete als of de vloote weer aenden an= =deren soude sijn geweest, dan also daer geen naerdere tijdine van is wort het niet gelooft dan dat is waer dat dat den vijant seer ver= =set is met de twee rankonterees die de vloote ter see hebbe gehadt, en dat sij hadde gemeent te lande in seelant oft lant van walgeren wants dengelse veel krijsvolckere op haer scheepe hadde om aen lant te setten en dat is de heere sij gedanckt gemist, te lant hebben se ock verscheijde aenslage gehadt als op gorckom muijde en ock op de nieuwer bruch en alles heeft met haer niet wille aengaen dat nu groote moet en koraesge1Courage/coragie: kloekmoedigheid so ondert
krijsvolck als onder onse gemeente2Gemeenschap geeft, mocht onse scheeps vloote die geseijt wort last te hebbe den vijant noch te atackeere weer de vicktoorije behoude, gelooft me dat ons Een seer gloorijeuse vreede sou doen hebbe[, ondertuschen is Maestri]
Maastricht
Maar al snel verandert de toon. Maastricht is belegerd en koning Lodewijk XIV zou in eigen persoon bij het beleg aanwezig zijn. De belegerden hebben genoeg proviand en munitie, hebben er alle vertrouwen in, behalen grote successen met hun uitvallen… Maar het blijven belegerden. De ogen zijn nu vooral gericht op de troepen van de keizer; maar liefst 30.000 man! Een ontzettingsleger? Iedereen hoopt dat de keizer en Spanje binnenkort de banden met Frankrijk zullen verbreken. Maar Margaretha is sceptisch; ze wil het pas geloven als ze het ziet. Want waarom is er niet eerder met de Fransen gebroken? De Fransen hebben immers al huisgehouden op Spaans grondgebied… Met de wispelturigheid van de Brandenburgse keurvorst in haar achterhoofd, vertrouwt Margaretha geen enkele vorst of prins meer. Daarom, om met profeet David te spreken, is het beter op God te hopen dan op prinsen of heren.
[vreede sou doen hebbe,] ondertuschen is Maestri3Maastricht beleegert daer men seijt de koninck selfs in Persoon voor te sijn, die van binne4Het garnizoen sijn van alles wel versien en heel wel gemoet, doen ver scheijde wtvalle met goet suckses maecken groote buijt, hoope op de troepe vande keijser die men seijt 30000 man sterck te sijn en af te koomen, men hoopt hij en spange met vranckrijck sulle breecke het welcke ick sal geloofve als ickt sien sal maer Eer niet want had de laeste dat int sin had het al moeten gedaen hebbe daer de franse haer reedene ge= noech toe hebbe gegeefve met de wtneemende insolensie5Insolentie: onbeschaamdheid, onbetamelijkheid en vijandelijcke feijtelijckheeden diese tuschen antwerpe en bruijsel sijnde opt spaense boodem hebbe gepleecht, sints men het veranderen vande keurvorst heeft gesien isser geen staet op vorste of prinsen te maecke nu seijt me dat die weer begint wat om te slaen in soma den salm6Psalm of proofheet david seijt seer wel dat het beeter is op godt te hoope als op prinse of heeren te staen[, tis alleen de]
Beschieting van Maastricht door de Fransen, 1673 (detail), anoniem, 1673. Collectie Rijksmuseum
Een oxhoofd Franse wijn
Moet Godard Adriaan binnenkort weer richting Berlijn, wanneer de wispelturige keurvorst tóch partij kiest voor de Republiek? Margaretha heeft enkele heren erover horen speculeren. Voorlopig zit hij in ieder geval nog in de Duitse gebieden. Ze is in ieder geval wel blij dat Godard Adriaan haar wij en boter heeft gestuurd, want in de Republiek is het allemaal niet meer te betalen. Een oxhoofd (231 liter) wijn kost ruim honderd gulden, en een pond boter zeven stuivers! Wel spijtig dat de groene kaas die Margaretha richting Hamburg heeft gestuurd niet aangekomen is. Ze zal deze week wel nieuwe sturen.
somige heere meene uhEd verlicht wel ordere sult krijge om weer naer berlijn te gaen insonderheijt soot waer is dat den keurvorst weer naer onse kant sou helle, ick wenste uhEd sijn reijse naer den hartooch van holsteijn7Johan Adolf van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Plön hadt geEijndicht, ick bedancke deselfve seer dat hij ons weederom van wijn hee en booter heeft versorcht, hier kost Een oxshooft8Oxhoofd: 231 liter franse wijn die goet is over de hondert gul, het pont booter 7 stuijvers, de wijn die uhEd ons heeft gesonde is heel goet ick meen men in rinse fustaesie wel franse wijn van Hamburch sou konne sende maer krijge wij de vreede sal de wijn wel afslaen, het doet mij leet de groene kaes niet over is ge koomen, so ick met de briefve van merge niet hoor sal ick noch deese weeck weer andere sende, en ondertusche blijfve
Mijn heer en lieste hartge uhEd getrouwe wijff MTurnor
het volck dat uhEd heeft gesonde seggese heel schoon volck te sijn, de heer van ginckel verlanckt naer sijn kompagni, [tis goet dat de soon van brant]
Nadat Margaretha het laatste streepje in de ‘r’ van haar achternaam op het papier heeft gezet, vindt ze het toch nog even nodig om iets over de familie te melden. Van Ginkel verlangt naar zijn compagnie, zijn vrouw is weer hersteld van de bevalling en komt weer beneden eten, Frits, Tietge en Antge gaan naar de Franse school (maar Margaretha laat ze voor de handigheid ook Nederlands leren spellen en lezen). De trotse oma vertelt dat Frits het best van allemaal leert, hij kan zelfs al spellen! Als Godard Adriaan thuiskomst, zal Frits vragen: ‘Comment portez vous grand papa?’ (Hoe gaat het, grootvader?).
de vrou van ginckel die met al haer kinder haeren dienst aen uhEd preesenteere is weer heel wel komt al beneeden Eeten, frits tietge en Antge gaen int franse school maer laetse duijts leere spelde en leesen frits leert int boeck best van alle leert al spelde sal als groote papa thuijskomt vrage komen porte voeu granpapa9Comment portez vous grand papa?, sij sijn de heere sij gedanckt heel wel vaerende en gesont
De schoolmeester, Jan Adriaensz. van Staveren (kopie naar), 1650 – 1750. Collectie Rijksmuseum
Al met al overheerst in Margaretha’s brief een positieve toon. Het glas is eindelijk halfvol. Zou er dan toch spoedig een einde aan de oorlog komen?
Margaretha zit er helemaal doorheen. Ze is in een ingewikkelde discussie gewikkeld met haar zoon en haar man en allemaal op afstand en per brief.
Met of zonder man
Ze komt er niet uit of ze nou beter af is in deze tijden met haar man thuis of met haar man in het buitenland. Feit is dat ze hem mist. Kennelijk heeft Godard Adriaan in zijn brief wat commentaar gehad op haar geklaag, want ze vraagt of hij het haar niet kwalijk wil nemen dat ze schrijft wat er zoal gezegd wordt.
is, tis waer tis bij deese tijt Een raetsel te kiesen, want men niet kan weete wat ons best soude sijn
ick heb almeede dewijlle de tijde so loope dickmael bij mijn selfve gedacht niet te weeten of uhEd preesensie of apsensie ons best is, het welcke sou konne sijn al naer dat het wtvalt wil hoope en godt bidde hij alles tot onsen beste wil bestieren, onderttuschen kan ick uhEd verseeck =ren dat sijn landuerijge apsensie indeese be= komerlijcke tijde mij niet weijnich verdrietich in mijn Eensaenheijt valt inde welcke ick dick =mael sonder raet ben, dan daer moet ick paesijensie in hebbe, wil hoopen uhEd niet qualij sal neemen wij somtijts schrijfve wat hier om gaet en geseijt wort so wel het geene ons teegen als meede gaet men moet het weete of me sijn meesuerees daer wat naer konde neemen, uhEd sou niet geloofve hoe de liede spreecke insonderheijt vant werck vande keur =vorst men heeft geschrickt bij de mense te koomen nu begint het wat te stille,
Een beetje plichtmatig heeft Margaretha het over het geld dat ze nog steeds niet krijgt. Ze probeert haar man ervan te overtuigen dat ze echt doet wat ze kan en ze verontschuldigt zich: de milities krijgen ook nog steeds niet uitbetaald. Kennelijk is het geld er echt niet, want er komt weer een belastingheffing aan: de 200ste penning op vermogen. Het spijt haar zo dat ze haar man niets anders dan zwarigheid kan schrijven. En dan is ze er nog niet eens. Je hoort haar bijna diep adem halen voor ze aan de volgende passage begint.
Fragment uit Geliefden in een formele tuin, Gesina ter Borch, 1658. Collectie Rijksmuseum.
Amerongen
Secretaris Van den Doorslag is de belangrijkste informatiebron voor alles wat er in Amerongen gebeurt. En het is ook daar niets dan zwarigheid. Er zijn 100 soldaten in het dorp gelegerd. De gemeenschap draait op voor alle kosten en ze richten vernielingen aan. Ook aan het huis van Godard Adriaan en Margaretha zijn vernielingen aangericht, en in de tuin hebben ze de beelden omvergeworpen en in stukken gegooid. De weiden staan vol met paarden, en er schijnt overal artillerie te staan.
Ach, hoe zal het toch gaan op hun oude dag nu ze alles kwijt zijn…
[het meede brenge,] so aenstonts krijch ick Een brief vande sc seekreetaris doerslach die wel lamentabel luijt, voor Eerst datter 100 soldate int ons arm dorp tot laste van de gemeente1Gemeenschap leijt die voor alles vernielle en ock noch schade aent huijs doen al de beelde in den hof om veer hebbe geworpen en ontstu =cke gesmeeten, inde weijen en waerde gaen 5 a 600 paerde van vande karre het schijnt dat ter artelgerij2Artillerie leijt, inde hoofve konnenser niet houde, daer moet 12 man wt dat dorp naer wijck gaen wercke so dat de luij de die der noch sijn so seer ver armen dat ser niet langer konne harden, och hoe salt ons inde oude dach noch gaen so alles quijt te weesen, [uhEd seijt wel van daert te pas]
Een vrouw pratend met twee mannen, Gesina ter Borch, 1651 – 1655. Collectie Rijksmuseum.
Laatste nieuws
Margaretha sluit een brief van Van Heteren bij, daarin staat meer over wat er bij Schooneveld gebeurt. Men zegt ook dat Maastricht berend is…
Tegenwoordig is men daar niet meer zo open en eerlijk over, maar Margaretha start haar brief met te zeggen aan haar man dat ze liever een kleinzoon had gehad in plaats van een kleindochter. Maar, uiteraard is het Gods keuze geweest en is ze vooral dankbaar dat het kindje er in goede gezondheid is gekomen.
Salomé Jacoba van Reede
Op 25 mei 1673 in de ochtend is het kind gedoopt en kreeg het de naam Salomé Jacoba, vernoemd naar Margaretha’s moeder en oom. De kraamvrouw, moeder Philippota, maakt het redelijk en ook het kindje doet het goed. En de vader? Het is duidelijk dat er nog geen geboorteverlof bestond in de 17e eeuw, want de heer van Ginkel is vandaag naar Gorinchem vertrokken naar zijn regiment. Er blijkt veel onderlinge ruzie gemaakt te worden tussen de officieren aldaar. Alsof er niet genoeg vijanden zijn…
Wat betreft die vijanden, er gaan geruchten rond dat Muiden en Gorinchem vannacht of morgen zullen worden aangevallen – beiden plaatsen tegelijkertijd. Margaretha bidt tot God in de hoop dat de bevelhebbers wijsheid en voorzichtigheid zullen tonen, en dat alle krijgshelden moed en een “manelijcke harte” zullen hebben.
Voorzichtigheid, Kracht en Moed, anoniem, 1787 – 1788, Collectie Rijksmuseum. De oude vrouw, de man met een puntmuts en het beest met drie koppen zonder ogen die symbool staan voor de eigenschappen Voorzichtigheid, Kracht en Moed. Collectie Rijksmuseum.
Dag en nacht onrust
Angst overheerst opnieuw, het is bijzonder dat Margaretha haar kalmte in haar pen weet te bewaren. Ze schrijft dat ze dag en nacht onrust ervaart omdat er zoveel gevaar dreigt voor haar zoon en andere geliefden. Hoe kan ze een kraamvrouw met vijf jonge kinderen en zichzelf beschermen? Daarnaast zijn er ook geruchten over een mogelijk verdrag tussen de Keurvorst en de Fransen. Zucht… Er valt nog veel meer te vertellen, maar ze zou liever hebben dat hij hier was. Het is gemakkelijker om alles persoonlijk te bespreken dan het allemaal op te schrijven.
[in sijn heijlige bescherminge neemen,] och ick ben so bekomert kan nacht noch dach ruste dat ons wat over quam wat soude ick met Een kraem vrou die maer 4 a 5 dagen out inde kraem en 5 sulcke kleijne kinderkens gaen beginne, de heere hoope ick sal ons bij staen ist sijn godlijcke wil ons aen te taste en noch swaerder te besoecken mij ten beste raden en Een genaedige wtkomste geefve
En nu is het uit (2)!
En dan de kwestie van de tienduizend gulden, die de heren van de gecommitteerde raden nog steeds niet hebben betaald. Ze is daadwerkelijk naar hen toe gegaan, maar niemand was aanwezig. Volgende week gaat ze het nog eens proberen in Amsterdam en de ontvanger persoonlijk te vragen de betaling te regelen. Ze vreest echter het ergste en dat de andere problemen die op hen afkomen nog erger zullen zijn.
Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen, Clara Peeters, 1615. Collectie Mauritshuis. De voorste kaas is een groene kaas.
Pakketje, brief en kazen
De heer van Ginckel heeft gisteren een brief aan Godard Adriaan geschreven en deze persoonlijk naar Temminck in Amsterdam gestuurd. Margaretha heeft zelf ook een brief in een deken verpakt, samen met een mandje met verschillende kazen, en verzocht dat Temminck deze met de eerste gelegenheid aan haar man zou bezorgen. En hoewel er een luchtje aan deze zaak hangt, is het niet de lucht van Parmezaanse kaas, want die is nog steeds niet aangekomen…
[sende,] ick heb aenden selfve teminck in Een man= =deken gepackt 3 schraefvesantse kaese twee groene met Een witte gesonde met versoeck hij die met deerste geleegentheijt aen uhEd wilde bestelle mij verwondert noch niet te hoore dat de blicke serviesie uhEd ter hande sijn gekoome, vande per= =mesaense kaes hoore ick ock niet, [men seijt hier]
Bericht van overlijden
Tot slot meldt Margaretha haar man dat er een aantal personen uit Amerongen zijn overleden. Zo is Huibert van Velpen niet meer onder hen en ook de oude juffrouw van Amerongen en juffrouw van Nijevelt te Wittevrouwen zijn overleden. Alsof Margaretha wil benadrukken dat naast de vreugde van het nieuwe leven van hun kleindochter ook altijd de dood om de hoek ligt.
Margaretha zit er duidelijk doorheen. Niet zo vreemd: de gemiste promotie van Van Ginkel ligt haar zwaar op de maag en weer is er een kasteel aan de Franse fakkels ten prooi gevallen. Bovendien zijn er nieuwe vijandelijke troepen in aantocht, terwijl naar het veiligere Amsterdam gaan voor de kraam al geen optie meer is. Want hoewel de vreugde in deze brief ver te zoeken is, is er heugelijk familienieuws…
Fragment uit Twee studies van een vrouw met kind, Rembrandt van Rijn (manier van), na ca. 1650. Collectie Rijksmuseum
Godard Adriaan werft door
Maar daar begint ze niet mee, ze heeft nóg een teleurstelling te verwerken. Margaretha had verwacht dat haar man nu wel klaar zou zijn met de troepenwervingen, maar uit zijn laatste brief begrijpt ze dat dat niet het geval is. De heer van Renswoude is verbaasd (en Margaretha zelf vast ook) dat van Amerongen niet vaker om terugkeer verzoekt. Daarnaast weet Renswoude te melden dat Godard Adriaan zelfs een nieuwe opdracht heeft gekregen om naar Gottorp (Sleeswijk-Holstein) te gaan, om de werving daar verder te ondersteunen.
[is,] ick had gehoopt uhEd daer nu al haest meede sout te recht geraeckt1terecht geraakt: in orde, klaar sijn, so ick hier verstae heeft sijn hoocheijt ordere gestelt dat uhEd de geldere2het geld daer toe sulle werde versorcht, vandaech seijt de heer van rhijnswou mij dat hij verlanckt en wenste uhE hier waert en verwondert te sijn dat de selfve daer niet meer om schrijft, ock dat uhEd weer Een nieu =we komissie gekreechge heeft om naer d godtdorp3Gottorp (Sleeswijk-Holstein) te gaen om aldaer de werfvin te helpe fasieliteere4faciliteren
En nu is het uit!
Zo gaat het niet langer: wel nieuwe opdrachten geven, maar geen geld. Margaretha zal de heren van de gecommitteerde raden morgen eens flink op dit onbeschaamde uitgangspunt aanspreken. Zij móeten nu zorgen dat die tienduizend gulden worden betaald.
weer nieuwe komisie5commissie: opdracht te sende en geen gelt te geefe kan niet gaen, ick sal nu op dit preesopoost6(?) wrsch. van presumptie: aanname, vooronderstelling, maar ook arrogantie merge Eenige heere vande gekomiteerde rade gaen spreecke en versoecke dat sij ordere wille stelle dat mij die ordinansi van tienduijsent gul betaelt worde sal sien wat ick krijgen kan,
Goed werk wordt niet beloond
Fragment(-je) uit Beleg van Brussel, (rechterhelft), 1697, Jacobus Harrewijn, 1697. Collectie Rijksmuseum
Maar geld is schaars, ook de betaling aan van Ginkels regiment hapert weer. Margaretha windt zich steeds verder op: dat haar zoon gepasseerd is voor promotie zit haar hoog. Van Ginkels compagnie kan zich meten met welke andere binnen het Staatse leger dan ook, maar ondertussen worden anderen die minder goed zijn voorgetrokken. Goed of slecht presteren: het maakt blijkbaar niet uit.
het gelt is seer qualijck te bekoomen t begint al weer met de betaelline vande heer van ginckels kompangi en reesgement te hapere, sijn reesge= ment en insonderheijt sijn kompangi is so goet alser Een in staten dienst is, daer andere die voor hem gepreefereert worde op veel naer niet tegens op en konne, dant schijnt of men hier wel of qualijck doet dat Even veel is, [ons scheepsvloot]
Slechts zes Zeeuwse schepen
De vloot ligt nog steeds bij Schoneveld te wachten op de Amsterdamse schepen die eerst waren blijven steken bij Pampus en nu onder Texel liggen, én op de Zeeuwse schepen, waarvan er nog maar zes gereed zijn. De Zeeuwen krijgen van Margaretha een veeg uit de pan: het is een schandaal hoe slecht ze leveren. Ze interesseren zich alleen maar voor hun eigen kaapvaart.
[qualijck doet dat Evenveel is,] ons scheepsvloot
leijt noch op schoonevelt wacht de rest van onse scheepe die overt pamphes7Pampus niet koste maer nu int tessel gereet om wt te loope lege in alsmeede de seuwse8Zeeuwse scheepen daer der noch maer ses van wt sijn de seuwe9Zeeuwen maeckent so slecht in alles dat schande is, sorchge alleen voor haer kaperije,
Schepen onder de kust voor anker, Willem van de Velde (II), ca. 1660. Collectie Rijksmuseum.
Nieuwersluis houdt stand
De nieuwe versterking van Nieuwersluis door het Staatse leger blijkt een blijvertje. De Hertog van Luxemburg is weliswaar met een paar honderd man uit Utrecht komen kijken, maar heeft zich teruggetrokken onder achterlating van wat manschappen op Gunterstein.
De schans Nieuwersluis in 1673, Louis Philip Serrurier, ca. 1730, naar een prent in: ’t Ontroerde Nederlandt , deel 2, uitgegeven in 1676. Collectie Het Utrechts Archief.
de post die onse aende nieuwersluijs hebbe gevat en nu al in defensi is, heeft den vijant binnen wtrech seer geanlarmeert10gealarmeerd, den hartooch van lutsenbur11François Henri de Montmorency Bouteville, Hertog van Luxemburg die te breuckelen in Persoon is geweest heeft hem vandaer met sijn volck gereetiereert12retireren: terugtrekken en Eenich volck opt huijs te grundesteijn13Gunterstein geleijt
Franse pyromanen
Volgend op deze terugtrekking hebben de Fransen Breukelen bijna helemaal afgebrand. Wat ze in haar vorige brief al uit geruchten had gehoord blijkt waar: Ook Huis ter Aa ging in vlammen op, ondanks de brandschatting van 1500 gulden die de heer van der Aa had betaald! Kasteel, brouwerij, de bijgebouwen: alles in de fik. “Zij moeten groot vermaak in het branden nemen”, blijkbaar beleven ze aan brandstichting veel lol, merkt Margaretha bitter op.
Gezicht uit het noordoosten op de ruïne van het kasteel Aastein, ook wel Huis ter Aa genoemd, bij Ter Aa, Tekeningetje van Dirc Engel uit ca.1690. Collectie Het Utrechts Archief
so men seijt hebbense breuckelen meest afgebrant gelijcke sij ock het huijs te de a14te der Aa: in Ter Aa hebbe gedaen niet teegenstaende dat de heer van der A15Frederik van Renesse van Moermont die teegenwoordich hier is, 1500f tot afkoop of be vrijdine van dien heeft betaelt en Een savegarde vanden hartooch van lutsenburch16François Henri de Montmorency Bouteville, Hertog van Luxemburg daer op of voor hadt, heeft den voornoemde hartooch selff 600 man gesonde Ent huijs met brouhuijs en al watter omtrent stont laeten af brande, sij moeten groot vermaeck int brande neemen
8000 Fransen onderweg naar Utrecht
Ondertussen ligt de hoogste Franse legeraanvoerder in Utrecht ziek te bed, maar dat maakt het gevaar niet minder. Er schijnen nog 8000 verse soldaten in aantocht te zijn. De Heer wil ons voor een inval bewaren…
de prins van kondee17Louis II van Bourbon, prins van Condé seijtme dat te wtrrecht aent fleerensijn18Flerecijn: jicht, rheumatiek leijt, en dat se daer noch 8000 man hebbe ontbooden men gelooft vast dat sij teen of tander op ons sulle atenteere19Attenteren: ondernemen , de heer wil ons voor Eenich inval bewaeren
Genadige verlossing: Salomé Jacoba
Een Franse inval komt nu slechter uit dan ooit want…. Philippota is van een dochtertje bevallen. En dat met maar twee uur baren. Als het aan Margaretha had gelegen zaten ze nu in Amsterdam, maar ‘naar ouder gewoonte’ heeft het niet zo mogen zijn. Philippota heeft net als de vorige keer het vertrek steeds opgehouden. Moge de Heer Almachtig die haar een genadige verlossing en een “rechtschapen vrucht” heeft geschonken, hen ook een rustige kraamtijd geven. Margaretha maakt zich zoveel zorgen over haar schoondochter en de kinderen dat ze het bijna niet kan verwoorden. Ze sluit af met de wens dat de Heer hen wil geven wat zalig is, en Godard Adriaan wil beschermen. Na het zetten van haar handtekening moet ze haast wel in tranen zijn uitgebarsten.
se komen mij segge dat de vrou van ginckel niet wel is, die nu naer twee Euren sittens20Zittens wordt in het woordenboek samen vermeld met zitster. Dat is dan een vrouw die een zittend leven leidt (door zittend werk) en het betekent daarmee ook een vrouw die vlijtig zit te werken. Waarschijnlijk heeft de bevalling dus twee uur geduurd van Een dochter geleegen21Geliggen: Blijven liggen in het kraambed, daarvan afgeleid “bevallen” is22Ursula Philippota is bevallen van dochter Salomé Jacoba , ick had gewenst mij te Amsterdam met haer geweest waere maer t heeft naer ouder gewoonte met haer niet moogen weesen wil sij wilde niet voort lest vandees oft Eerst vande toe koomende weeck niet van hier, de heer almach =tich die haer so genadige verlosine en Een recht schape vrucht heeft gegeegve wil ons verleene dat sij haer kraem in rust mach wt houde maer ick ben so met haer en al die kleijne kinder bekomert meer als ick kan segge, de heer wil ons verleene wat salich is in wiens heijlige protex =sie uhEd beveelle, blijfve
1
terecht geraakt: in orde, klaar
2
het geld
3
Gottorp (Sleeswijk-Holstein)
4
faciliteren
5
commissie: opdracht
6
(?) wrsch. van presumptie: aanname, vooronderstelling, maar ook arrogantie
7
Pampus
8
Zeeuwse
9
Zeeuwen
10
gealarmeerd,
11
François Henri de Montmorency Bouteville, Hertog van Luxemburg
12
retireren: terugtrekken
13
Gunterstein
14
te der Aa: in Ter Aa
15
Frederik van Renesse van Moermont
16
François Henri de Montmorency Bouteville, Hertog van Luxemburg
17
Louis II van Bourbon, prins van Condé
18
Flerecijn: jicht, rheumatiek
19
Attenteren: ondernemen
20
Zittens wordt in het woordenboek samen vermeld met zitster. Dat is dan een vrouw die een zittend leven leidt (door zittend werk) en het betekent daarmee ook een vrouw die vlijtig zit te werken. Waarschijnlijk heeft de bevalling dus twee uur geduurd
21
Geliggen: Blijven liggen in het kraambed, daarvan afgeleid “bevallen”
22
Ursula Philippota is bevallen van dochter Salomé Jacoba
In haar vorige brief schreef Margaretha over de kwitantie. Het lijkt goed te gaan, in tegenstelling tot de ordinantie van de 10.000 gulden… daar heeft ze nog geen cent van gezien. En dan zijn er ook nog Franse troepen gesignaleerd bij de Hinderdam en weet ze zich geen raad met de hoogzwangere Philippota. Zal de vloot binnenkort misschien goed nieuws brengen…?
Fransen aan de Hinderdam?
Fort Hinderdam. Uit Lambert van de Bos, Toneel des oorlog, 1675. www.edward-wells.nl/catalogus, Public domain, via Wikimedia Commons Wikimedia
Er is weer alarm geslagen! Het gerucht gaat dat de vijand zich rondom de Hinderdam begeeft. Een paar maanden geleden is de schans bij de Hinderdam omgevormd tot gebastioneerd fort. Margaretha vreest dat de vijand het op de Hinderdam heeft gemunt en een plaats zoekt om door te breken, maar er wordt geen woord over losgelaten.
[tijt gehandicht,] nu mijn lieste hartge krijge wij alweer Eene alarm en seijt me dat de vijant aenden hinderdam1Fort Hinderdam ligt in Utrecht aan de Vecht tussen Nigtevecht en Uitermeer en was onderdeel van de stelling van Amsterdam. In 1673 is er een stenen bastion gebouwd. In 1674, nog tijdens de bezetting van Utrecht door de Fransen, heeft Amsterdam bij Muiden een zeesluis gebouwd en de sluis in de Vecht bij Hinderdam gesloopt en het recht van inundatie van Utrechts gebied opgeeist. Ben geen aanval bij Hinderdam tegen gekomen.wil atack =queert daer is wat te doen dant wort seer geseeckreeteert ick vrees ick vrees dat wij der van sulle hebbe en dat den vijant op deene plaets of dander sal soecke door te breecke[, dat kraeme van]
Bericht uit de Oprechte Haarlemsche Courant van 13 mei 1673. Volgens het krantenbericht zouden zich op 10 mei inderdaad 150 Franse officieren en 600 soldaten bij de Hinderdam hebben opgehouden, maar zijn ze vertrokken zonder iets te ondernemen. Via Delpher.nl
Hoogzwangere Philippota
De toestand van haar schoondochter drukt zeer zwaar op de gemoedsrust van Margaretha. Zoals het er nu voor staat, is ze genoodzaakt de komende week met de hoogzwangere Philippota en de kleinkinderen richting Amsterdam te vertrekken. Oh, de heer almachtig wil ons land bewaren en ons allen bijstaan…
[soecke door te breecke,] dat kraeme van onse dochter leijt mij seer swaer opt hart en naer dat de saecke gaen sijn wij gereesolveert inde toekoomende weeck met haer en de kinderen naer Amsterdam te gaen, de heer almach =tich wil ons lant bewaere en ons alle bij staen[, onse pleijne potensiaerijse sij]
De plenipotentiarissen – de hoogste rang die een zeventiende-eeuwse Staatse ambassadeur kon hebben! – zijn gisteren en vandaag vanuit de hofstad richting Aken vertrokken. Johan van Reede van Renswoude heeft uiteindelijk tóch toestemming van de Franse koning gekregen om als gevolmachtigde namens de Republiek in Aken te onderhandelen, en zal binnen een aantal dagen zijn collega’s volgen. Voor hem is er een slaapplaats gereserveerd bij Hieronymus van Beverningh in huis.
[bij staen,] onse pleijne potensiaerijse2Plenipotentiaris: Gevolmachtigde, iemand die door een andergemachtigd is te handelen sij gistere en vandaech van hier naer Acken vertrocken, de heere van rhijnswou seijt me dat sijn pas vanden koninck om over de saecken van sijnhoo meede naer Acken te mooge gaen ge kreechgen en sal so geseijt wordt nu in weijnich dage volgen en bij den heere beeverline in Een huijs loosgeere[, onse]
Komt de vloot in actie?
De vloot is eergisteren met zo’n 48 schepen voorbij Scheveningen gezeild. Er gaan geruchten op dat het plan is om richting de rivier de Theems te varen om aldaar de vereniging van de Franse en de Engels vloot te beletten, waarbij ook de Engelse schepen in de haven in de hens zullen worden gezet. Afgelopen dagen heeft het goed gewaaid, dus de Staatse vloot zal zich waarschijnlijk al in de Engelse wateren begeven.
[beeverline in Een huijs loosgeere,] onse scheeps vloot is met ontrent 48 scheep eergistere merge voor bij scheefveline3Scheveningen geseijlt so geseijt wort naer de teems om te sien ofse de konsijonsi4Conjunctie: vereniging, samengaan vande Engelse met de franse scheepe kan belette en de Engelse scheepe in haer havene ruweneere , die =wijl de wint seer goet is geweest en noch so is gelooft men datter onse vloot al is, de heere wil haer deseijn seegenen en ons wat geluck geefve
De Staatse vloot verraste in 1667 de Engelse vloot bij Chatham, waarbij schepen in de hens werden gezet en tot zinken werden gebracht. Een herhaling van zetten…? Tocht naar Chatham, Willem Schellinks, ca. 1668. Collectie Rijksmuseum
En het Staatse leger?
Behalve op zee, woedt de oorlog ook op het land nog altijd door. Margaretha verlangt ernaar iets te horen. Prins Willem III is zojuist vertrokken, en op de Haagse wegen is het een hele heisa. Maar echt veel nieuws is er niet. En de postmeester wil weg, dus Margaretha moet afsluiten.
mij verlanckt seer waert hier te lant te doen is sijn hoocheijt is so aenstonts vertrocke het rijdt hier door den haech seer dan men kan niet weete wat het is, en de post wil wech ick blijf
Blijkbaar heeft de postmeester toch niet zoveel haast, want Margaretha heeft nog tijd om belangrijk oorlogsnieuws in een PS op te nemen. Het schijnt dat de vijand een hoop troepen heeft gemobiliseerd. De Prins is naar Muiden vertrokken en heeft Van Ginkel gelast hem te volgen, waar Van Ginkel uiteraard gehoor aan heeft gegeven. Ach, zijn zwangere vrouw en vier kinderen… Gelukkig kan ze nu nog wel even ‘Mijn lieste hartge’ toevoegen. Met ‘Adieu’!
de post so geseijt wort, wert noch niet geatackeert maer men heeft advertensie5Advertentie: kennisgeving, bericht dat de vijant al sijn volck bij Een treckt, waerom sijn hoocheijt naer muije6Muiden en daer ont= trent wil heeft de heer van ginckel belast mee te gaen die hem so aenstonts volcht tis hier als heel in roor de heere wilse en ons alle be= waere wij sitten hier in geen kleijne benoutheijt had ick die swangere vrou met haer vier kinderen niet, gafver niet om sou mij selfve wage adieu mijn lieste hartge
1
Fort Hinderdam ligt in Utrecht aan de Vecht tussen Nigtevecht en Uitermeer en was onderdeel van de stelling van Amsterdam. In 1673 is er een stenen bastion gebouwd. In 1674, nog tijdens de bezetting van Utrecht door de Fransen, heeft Amsterdam bij Muiden een zeesluis gebouwd en de sluis in de Vecht bij Hinderdam gesloopt en het recht van inundatie van Utrechts gebied opgeeist. Ben geen aanval bij Hinderdam tegen gekomen.
2
Plenipotentiaris: Gevolmachtigde, iemand die door een andergemachtigd is te handelen