De damesfauteuil

De meubels in de Gobelinkamer en de grote zaal zijn in de tweede helft van de achttiende eeuw aangeschaft. De heersende modestijl was toen de Lodewijk XVI-stijl (Louis Seize) en een reactie op de voorgaande uitbundige Lodewijk XV-stijl (Louis Quinze). In de Lodewijk XVI-stijl werd weer teruggegrepen op klassieke Romeinse elementen. Ze was minder sierlijk dan de voorgaande stijl. Een opvallend voorbeeld van de Lodewijk XVI-stijl tref je aan in de Gobelinkamer.

Vrouw in een circassienne van 'gaze d'italie puce' met een rok van dezelfde stof. Hierover een tweede roze rok, gegarneerd met gebrocheerd gaas met een blauw lint waaraan bloemen. 'Bouilloné' aan de onderkant. Mouwen (engageantes) van filet. Hoog kapsel met een 'chapeau en Coquille' versierd met bloemen en veren.
Gallerie des Modes et Costumes Français, Claude Louis Desrais, 1778. Collectie Rijksmuseum.
Staande vrouw gekleed in een 'demi-redingote' met paars/geel strepenmotief, middenvoor dichtgeknoopt. Om de hals een fichu. Accessoires: 'chapeau à la Tarare', waaier.
Magasin des Modes Nouvelles Françaises et Anglaises, Jean Florentin Defraine, 1787. Collectie Rijksmuseum.
'Bonnet à la jardinière': grote muts versierd met linten en een takje van seringenbloesem. Japon met korte mouwen en 'Ceinture à la Victime', bij de zoom afgezet met smalle geplooide stroken (falbalas). Lange handschoenen, kousen, schoenen met gekruiste linten en puntige neuzen.
Journal des Dames et des Modes, Costume Parisien, anoniem, 1797. Collectie Rijksmuseum.

Damesjaponnen

Ik doel hierbij op het brede bankje speciaal bedoeld voor dames met grote japonnen. De rokken van de japon konden ze netjes op het bankje draperen. Het bankje bevat geen hinderlijke uitsteeksels en is laag bij de grond. De aan de voorkant breed uitlopende zitting en de enigszins naar buiten gebogen en tamelijk ver naar achteren staande armleuningen waren in het laatste kwart van de 18e eeuw noodzakelijke elementen van fauteuils. De brede rokken die de damesmode voorschreef mochten immers niet in de knel komen. Ook het zitmeubilair uit de grote zaal dateert uit die periode. De combinatie van stoelen met en zonder leuningen en verschillende hoogtes en dieptes van het zitvlak zullen zeker (ook) te maken hebben met de diverse dameskleding.

Een zonnige kamer met wandtapijten, groene lambrisering en een bloemstuk boven de schouw. Voor de ramen hangen gordijnen waar de gaten in gevallen zijn. Op de grond ligt een rood tapijt en er staan stoelen en een bankje met roodbrokaten bekleding.
Gobelinkamer, foto: Margaretha Svensson, 2002. Collectie: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Tussen de 19e eeuwse fauteuils de 18e eeuwse fauteuil.

De techniek van het zitten

Je kunt je voorstellen dat het gaan zitten op een dergelijk bankje geen sinecure was. De dames lichtten met beide handen de japon enigszins op. Vervolgens buigden ze licht door de knieën en spreidden de japon netjes over het bankje. Dan pas vertrouwden ze het zitvlak aan het bankje toe.

Céphise is in verwachting. Zij ligt in negligé, in een fraai gemeubileerd vertrek op een sofa. Bij haar zitten twee elegant geklede dames in 'robe à la française', die haar moed inspreken voor de naderende bevalling. De dame rechts draagt de officiële 'paniers' en heeft het haar in een zorgvuldig gekapt kapsel. Links staat een jongeman.
Interieur met drie dames en een jongeman in gesprek, Isidore Stanislas Henri Helman (prent), naar Jean Michel Moreau, 1776. Collectie Rijksmuseum.

Crinoline

De lange en brede japonnen met vaak meerdere onderrokken zijn getuige de kostuumgeschiedenis vele eeuwen door dames gedragen. Zoals hierboven gesteld ook in de periode van de vijfde graaf. De paniers, een tweedelige set van mandjes en/of hoepels, was al een soort hoepeljurk in die tijd. De echte hoepelrok, oftewel crinoline, werd pas later (rond 1850) populair en kan gezien worden als een extreem voorbeeld van de breed uitvallende japonnen.

is loading …
is loading …

Bij een crinoline houdt een enigszins buigbare, stalen constructie de jurk werd in model. Om je daarin voort te kunnen bewegen moet een kunst op zich geweest zijn. De crinoline was onpraktisch, zowel in huis als op straat. Omdat van de bewoners van het Huys bekend is dat ze met de mode van hun tijd meegingen zijn deze hoepeljurken vast ook gedragen. Zou de bijzondere vorm van het bankje ook voor de crinoline geschikt zijn geweest? De stoelen in de gobelinkamer dateren uit de periode van de crinoline, dus waarschijnlijk leverde dat geen problemen op.

Remko Steen avatar