Het gebrek aan stromend water, goede afvoersystemen en elektriciteit maakte het schoonmaken vroeger vergeleken met nu een grote uitdaging. De schoonmaakmiddelen en -methoden zijn in de loop van de tijd veranderd, en waarschijnlijk ook verbeterd.
Schoonmaakmiddel
Bij reinigen is water eigenlijk onmisbaar. En schoon water was destijds in de grote steden niet altijd makkelijk te verkrijgen. Brouwersschuiten voerden schoon water aan, maar dat was duur. Op veel plekken deelde men daarom regentonnen en waterputten.
Bijenwas en een mengsel olijfolie en citroensap waren heel geschikt voor het onderhoud van houtwerk en meubels. Voor erg kwetsbare zaken kon je milde zeep en warm water gebruiken. Roestende metalen hadden een agressievere oplossing nodig, zoals bijvoorbeeld azijn. Het afstoffen van je spullen deed je met stofvleugels: echte vleugels van echte vogels.

Vegen en kloppen
Verwarming met turf en verlichting met olie zorgden voor veel rook en roet. Dit roet moest je dagelijks verwijderen met bezems en kwasten. Wandtapijten, wollen geborduurde bedgordijnen tapijten werden uitgeklopt voor het verwijderen van stof, vuil en (voorkomen van) plaagbeestjes . Als bescherming tegen motten kon je voor wollen kleding stukjes kamfer of talgkaars gebruiken. Bij kasten en kisten werd ceder- en kamferhout gebruikt om de inhoud van textiel te beschermen.

Schuren en verdoezelen
Vloeren werden vaak met stro bedekt, dat verving men dan periodiek om een schijn van netheid te behouden. Vloeren, pannen en houten vaten moesten toch regelmatig gereinigd worden. Dat gebeurde dan door het schuren met zand. Reinheid was desalniettemin niet altijd haalbaar zoals men wenste. Onaangename geuren werden daarom verdoezeld door het gebruik van kruiden en bloemen.

Klasse
Het niveau van reinheid hing vaak af van sociale klasse. Rijkere gezinnen hadden meer toegang tot betere middelen en faciliteiten om hun spullen netjes te houden. Zij hadden bijvoorbeeld eigen waterputten of systemen om regenwater op te vangen. Voor deze groep was een deugdzaam en eerbaar huishouden bovendien een eis om, vooral op hoog niveau, mee te kunnen draaien in het openbare leven.



