Margaretha: Een Haags vol huis

Na een tijdelijk verblijf in Amsterdam vertrekt Margaretha Turnor met haar schoondochter Philippota en haar vier kinderen naar hun huis in Den Haag. Ook acht personeelsleden uit Amerongen zijn overgekomen. Haar zoon Godard verblijft hier ook een paar maanden. Hij moet herstellen van een heftige beroerte, vermoedelijk veroorzaakt door de barre omstandigheden aan het front.

Vrijwel dagelijks gaat Margaretha naar het Binnenhof om de achterstallige betalingen van haar man op te eisen. Het geld heeft ze hard nodig, aangezien de inkomsten uit hun landerijen zijn drooggevallen. Ook is de prijs van voedsel flink gestegen. Het wordt voor Margaretha nog rampzaliger wanneer in het Haagse huis de pokken uitbreekt. Haar vierjarige kleindochter Margaretha heeft hoge koorts en slaapt vrijwel niet. Ook andere huisgenoten raken besmet, maar uiteindelijk knapt iedereen gelukkig weer op.

Schilderij met goudkleurige lijst waarop een portret van man te zien is. Hij draagt een donker gekleurd harnas met een wit, kanten plastron. Zijn zwarte, krullende haar, waarschijnlijk een pruik, hangt tot op zijn schouders. Opvallend is zijn grote haakneus. Hij is schuin naar de toeschouwer gekeerd en kijkt die vorsend aan met donkere, amandelvormige ogen. Zijn mond is strak.
Blad over de moord op de gebroeders Johan en Cornelis de Witt op 20 augustus 1672. Bovenaan portretten van Johan en Cornelis de Witt aan weerszijden van een voorstelling van de verminkte lichamen hangend aan de galg. Hieronder een beschrijving van de gebeurtenissen over twee kolommen.
Tekst: Het aengeplackt biljet luydt als volght: Wij begeeren 1. Dat de Oude Handtvest hersteld sal werden 2. Dat de Capiteynen in de Vroedschap zynde afgeset sullen werden; en anderen uyt de Burgers in haer plaets geset 3. Dat niemant uyt de Regeeringh, Bewinthebber van de Oost- en West Indische Compagnie sal syn 4. Dat de Doelens weder herstelt sullen werden 4. Dat de Regeeringh de Stadts Vesten niet sullen mooghen verpachten, maer de Burgers omdat die haer toekomen 5. Dat de 36 Raden niet door de Regeeringh maer door de Burgers sullen gekoosen werden Dit sal by request aen Syn Hoogheydt versocht werden, en dat by weygeringh op syn Haegs sullen huyshouden. NB. Die dit Biljet afscheurt, sal een Kogel tot een vereeringh genieten, alsoo daer op gelet wordt. De Witten syn doot, Oranje wordt groot Tot Burgers glorie, Brand Victorie Dit is kort bescheyt, De Burger hou standt De Dieven loopen en betalen met schandt. Amsterdam, 1672
Een schilderij met houten lijst gedecoreerd met acanthusbladeren. De zittende jonge vrouw is frontaal afgebeeld. De onderste helft van haar onderbenen en voeten zijn niet afgebeeld. Zij zit voor een roodkleurig gordijn dat rechts een klein stukje open is en een doorkijkje geeft naar een heuvellandschap met een paar boompjes en in de blauwe lucht een paar wolkjes. De vrouw heeft donker krullend haar dat haar gezicht omlijst. Aan haar rechteroor heeft ze een oorbel met drie parels boven elkaar. Haar gezicht is schuin naar ons toegekeerd waardoor de andere oorbel niet te zien is. Ze maakt een knappe indruk. Ze kijkt ons aan met een glimp van een glimlach. Haar rechterarm leunt op een tafeltje. In haar rechterhand houdt ze een parelketting vast tussen haar vingers, de andere kant valt in een hoopje parels in de palm van haar linkerhand die in haar schoot ligt. Ze draagt een weelderige, goudkleurige japon afgezet met een wit randje. De pofmouwen zijn van boven goudkleurig, van onderen wit. met een diep decolleté. Haar schouders en borsten zijn grotendeels ontbloot. Over haar rechterarm hangt een klein stukje van een paars doek. Het grootste gedeelte van het doek ligt over haar schoot uitgespreid en valt omlaag.
Dame met een heel hoog voorhoofd en een flinke bos krullend haar tot op de schouder. Ze draagt een zwart fluwelen lijfje en overrok. Een witte bedenking op de wijde hals en witte manchetten. Onder de overrok een glimmende rok met goud en zilver en motiefjes.
Huis op de Kneuterdijk, acquarel van een statig huis van twee verdiepingen en een souterrain en een zolder het is zeven ramen breedt en net links van het midden zit de ingang. Het huis heeft twee schoorstenen en om het dak staat een balustrade.
Gravure van een man in harnas die naar rechts gedraaid staat. Hij kijkt ons een beetje bedrukt aan. Op de achtergrond zijn de Franse troepen de Utrechtse bevolking aan het afslachten.
Schematische kaart van De Republiek, links boven Amsterdam, links onder Dordrecht. Rechts Utrecht en Gorinchem. In het midden is een groot blauw vlak dat van de Zuiderzee (tussen Muiden en Naarden) naar links afbuigt richting het Haarlemmermeer, dan smaller wordt tot Woerden. Tussen Woerden en Gouda is er een smal stuk dat dan weer breed wordt rondom de Lek. Het deel tussen de Waal en de Lek is heel breed tot Gorinchem waar het weer smaller wordt. Het onderste stuk ligt onder de Waal bij Gorinchem.
Ingekleurde gravure van de restanten van een kasteel. Rechts staan nog hoge muren, ervoor ligt een boom, Links staan ook nog muren, maar lager. Tussen de restanten lopen drie mannen met koeien en rijden twee mannen te paard.
Een dorpsgezicht met links een bijna afgebrand huis, achter twee huizen waar de rook uit het dak komt, rechts een ruïne en de kerk. Rechts op de voorgrond militairen die schieten en oprukken met speren, links verzamelen mensen hun vee in bezittingen en trekken weg. In het dorp groepjes mannen die vechten.
Voorblad van de brief van Margaretha. Fragmenten staan op het blog (met alttekst), bij de complete brief is een transcriptie beschikbaar.
Vooraan in het midden een halve toren, rechts een afgebroken muur op de tweede verdieping, links een stuk muur zonder ramen. Links op de achtergrond staat nog een toren. In het puin in het huis, staan drie schoorstenen nog overeind.
De buitenkant van de brief, die tot een envelop gevouwen was. De vouwen zijn nog goed zichtbaar en het gebroken zegel zit er nog op. De adressering luidt: A monsieur A monsieur d'Ameronguen