Als het Franse leger in 1672 binnentrekt, is Godard van Reede achtentwintig jaar en staat hij nog aan het begin van zijn carrière. Al op dertienjarige leeftijd is Godard hoofd van een cavalerie-compagnie van circa zeventig strijders te paard. Tijdens de jacht in de bossen rond Amerongen leert hij de adellijke deugden als beheersing en moed die noodzakelijk zijn voor een militaire carrière.
In 1672 is Godard kolonel van een regiment dat bestaat uit circa zevenhonderd ruiters. Vurig hoopt hij generaal-majoor te worden. Deze wens gaat niet gemakkelijk in vervulling, keer op keer wordt hij gepasseerd. Toch ontmoedigt hem dit niet, zoals blijkt uit zijn brieven waarin Godard aan zijn vader schrijft over de felle strijd die het Nederlandse leger levert. Maar Godard krijgt wel veel erkenning. Zijn dappere optreden tijdens een gevecht bij Vreeswijk in oktober 1672 geeft hem veel aanzien. Hij ontvangt tot zijn eigen verbazing zelfs een omhelzing van Willem III.










