Godard van Reede: bevrijding

Als het Franse leger in 1672 binnentrekt, is Godard van Reede achtentwintig jaar en staat hij nog aan het begin van zijn carrière. Al op dertienjarige leeftijd is Godard hoofd van een cavalerie-compagnie van circa zeventig strijders te paard. Tijdens de jacht in de bossen rond Amerongen leert hij de adellijke deugden als beheersing en moed die noodzakelijk zijn voor een militaire carrière.

In 1672 is Godard kolonel van een regiment dat bestaat uit circa zevenhonderd ruiters. Vurig hoopt hij generaal-majoor te worden. Deze wens gaat niet gemakkelijk in vervulling, keer op keer wordt hij gepasseerd. Toch ontmoedigt hem dit niet, zoals blijkt uit zijn brieven waarin Godard aan zijn vader schrijft over de felle strijd die het Nederlandse leger levert. Maar Godard krijgt wel veel erkenning. Zijn dappere optreden tijdens een gevecht bij Vreeswijk in oktober 1672 geeft hem veel aanzien. Hij ontvangt tot zijn eigen verbazing zelfs een omhelzing van Willem III.

Portret ten voeten uit van een man in een zwart harnas. Hij heeft een bol gezicht en krullend, bruin, halflang haar. Om zijn nek draagt hij een kanten sjaal en daaronder een ketting waarvan de hanger, het Duitse kruis, net onder de sjaal uitsteekt. Hij draagt in zijn rechterhand een maarschalkstaf die op zijn heup rust, zijn linker hand heeft hij in zijn zij. Om zijn middel een riem met een zwaard eraan. Naast hem op een tafeltje ligt een helm met witte veren op een rode doek met gouden franje. Op de achtergrond wordt een veldslag geleverd.
Belegering en verovering van Naarden door de prins van Oranje, 12 september 1673. Op de voorgrond scènes uit het soldatenleven in het legerkamp. In het midden knielt de burgemeester van Naarden voor de prins die wordt omringd door zijn staf van officieren. In de verte het beleg en de bestorming van de stad. Bovenaan op een opgehangen doek een kaartje van de stad en de posities van de belegeraars, hiernaast een vers 'Op de Belegering van Naerden' in zes regels. Met meerdere opschriften in de voorstelling.
Plattegrond van Nederland met in het midden de waterlinie en de grens tussen het nog vrije Holland en de door Franse en Duitsers bezette gebieden. In rood zijn de Slag bij Woerden (1672), de Zeeslag bij Schoneveld (juni 1673), de Zeeslag bij Kijkduin (augustus 1673), het Beleg van Naarden (6 september 1673) en de Belegering van Bonn (november 1673) opgenomen.
Belegering en verovering van Naarden door de prins van Oranje, 12 september 1673. Op de voorgrond scènes uit het soldatenleven in het legerkamp. In de verte het beleg en de bestorming van de stad. Bovenaan een hangende doek met titel en legenda
Een prent met daaronder een titel en daaronder veel tekst. Op de prent op achtergrond de stad Utrecht met de fiere domtoren met de kerk er nog aan. Op de voorgrond de vertrekkende Fransen met in hun gevolg de gijzelaars met hun knechten, katholieke geestelijken, bestuurders en bagagewagens. Eronder staat Gedenk-teyken, afbeeldende hoedanigh de Stadt (en dan in hele grote letters) UYTRECHT Door de Franse verlaten is, op den 23 November, 1673. na datse 5 dagen van te vooren, 15 der zelvervoornaamste Heeren, als Ostagiers, tot voeldoening der Brantschatting, hadden wech gevoert.
Portret ten voeten uit van koning-stadhouder Willem III (1650-1702). Willem III staat centraal op het schilderij in een donker harnas met zijn lichaam naar links gedraaid en met zijn hoofd naar rechts. Hij heeft donker, golvend haar tot over zijn schouders. In zijn rechter hand heeft hij een commandostaf. Zijn linkerhand staan in zijn zij. Aan zijn linker heup hangt een zwaard. Op een rotspartij rechts van Willem III staat de helm van zijn harnas. Links achter Willem III een doorkijkje naar een veldslag met paarden. Het schilderij bevindt zich in een geornamenteerde, vergulde houten lijst met ornamenten.
Een schilderij met een zwarte lijst waarbinnen een goudkleurige lijst. Een man van ongeveer 30-jarige leeftijd in een zwart harnas is driekwart geportretteerd. Hij staat schuin op de toeschouwer en kijkt die aan. Zijn rechterschouder is naar voren gekeerd. Hij heeft een vol gezicht met een onderkin. Hij heeft donker krullend haar (of een pruik) tot net op zijn schouders In zijn rechterhand heeft hij een officiersstaf. Om zijn hals heeft hij een witte doek geknoopt. Bij zijn rechterarm komt een wit stukje textiel onder het harnas uit.
Een ronde schildering op planken laat onder in een heuvelachtige achtergrond een feniks zien die in brand staat. Boven de feniks staat Perit ut vivat. Links boven zie je nog net de zon met daarin een gezicht.