Een redelijk korte brief voor wat we gewend zijn van Margaretha, ze heeft Godard Adriaan immers eergisteren nog vier kantjes vol geschreven. Toen heeft ze de laatste brief die ze van Godard Adriaan heeft ontvangen beantwoordt, deze brief was van 28 november. Blijkbaar voelt Margaretha de noodzaak om haar echtgenoot nog wat dringend te verzoeken en wat laatste nieuws mee te delen over de vorderingen van het huis die in twee dagen zijn gemaakt.

Aanhef en opmerking over vorige brief

Ameronge den
5 deesem 1676
[rec: 10. dito]
Mijn heer en lieste hartge

uhEd laeste is geweest vande 28 Novem die ick met
de post van voorleedene woonsdach heb beantwoort

Het dak

Het dak van het nieuw gebouwde huis is volledig dicht getimmerd met planken. De middelste kap is helemaal dicht, meldt Margaretha. De kap aan de westkant is aan beide zijden grotendeels met droge planken gedekt en stevig vast gespijkerd door de werklieden. Aan een deel van de noordzijde hebben de leidekkers met het lood een goot aangelegd. Wanneer de weersomstandigheden beter worden zullen zij verder gaan met het leggen van het dak. De planken aan de oostzijde en een deel van de noordzijde liggen voorlopig alleen ‘op wervels’, omdat ze nog niet droog genoeg zijn. Een klus die in de zomer verder moet worden gezet, schrijft Margaretha. In de zomer zullen de wervels moeten worden verwijderd en de planken goed worden vastgespijkerd.

Brieffragment over planken op het dak

nu is Eens het dack vant vant nieu geboude huijs
met plancke overal dicht gedeckt, de grootste
kap dat de middelste is, ende kap aende west sij
is beijde meest met droochge deelle gedeckt en
vast gespijckert ock Een gedeelte vande noortsijde
daer de leijdeckers die aent legge vant loot inde
goote sijn als dat gedaen is, ent weer toe laet
aent leijdecke konne beginne, nu sijn de plancke
vande oost sijde ent gedeelte vande noort sijde alleen
opt dack op wervels geleijt om datse niet drooch
genoech waere die te soomer weer sulle moete
opgenoome worden, [de metselaers hebbe alle]

Foto van bijna recht boven kasteel Amerongen. In een vierkante gracht ligt een vierkant huis. Er gaat één brug naar het huis toe. Het huis heeft drie daken en voor zijn ze verbonden tot één dak. Aan de kant van de brug is een plein met groene grasvelden, een bloemenperk met het wapen van de heerlijkheid Amerongen. Aan weerszijden van het plein staan scherp geschoren taxuspyramides als pionnen op een schaakbord. Linksboven en rechts bomen, verder vooral gras en paden.
Het dak van Kasteel Amerongen vanuit de lucht, foto: Arie Reebergen, 2017.

Wervels

Margaretha schrijft dat de planken van het dak “op wervels liggen”. Dit betekent dat de planken niet direct op de spanten van het dak zijn bevestigd, maar in plaats daarvan op dwarsbalken zijn gelegd. De planken zijn daaraan bevestigd met wervels. We kunnen wervels vergelijken een vleugeltje van een vleugelmoer, maar dan van hout gemaakt. Deze wervels fungeerden als een tijdelijke bevestiging voor de planken. De planken moesten goed uitgedroogd zijn voordat ze op de definitieve manier bevestigd konden worden. Door een wervel te gebruiken beschadigde de plank minder.

Een stukje hout dat in het midden iets dikker is en een gat heeft.
Houten wervel, of sluithoutje, scharniert rond een spijker waarvoor het gat aanwezig is. Collectie Maritieme Archeologie, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Winterklaar

De metselaars hebben hun werk afgerond. De timmerlieden zijn aan de west- en zuidzijde van het huis bezig om het huis in te pakken. Aan de steiger bevestigen zij planken zodat de wind, regen en sneeuw het nieuw gebouwde deel niet beschadigen. Hierdoor kan hopelijk het nieuw bevestigde hout in het huis goed drogen en wordt de kans op houtrot verminderd. Helaas kan niet het hele huis worden ingepakt. Margaretha schrijft dat ze daar helaas niet voldoende materiaal voor heeft, want dan had ze de noord- en oostzijde ook laten inpakken voor de winter.

Eerste brieffragment over de steigers in de winter
Tweede brieffragment over de steigers in de winter

[opgenoome worden,] de metselaers hebbe alle
haer afscheijt, de timerlie sijn aende mantelin
aende west en suijdt sijde omt huijs te maecke
daerse plancke tegens de maste vande steijgerin
lans heen toe slaen voorde reegen en sneuw

dat beij de baese beeter houde alst plancke dich
aende muere om dat hier de wint door kan
speelle ende muere beeter droochge, hade
wij deelle of schaelle genoech sou de noort en
oost sijde almee laete bemantelen, maer salder
geen deele toe hebbe, [nu hoope dat uhEd met ijan]

Winterlandschap. Een vierkante toren en enkele huizen langs een bevroren water in een besneeuwd landschap. Op het ijs enkele figuren met een slede, links een boerenschuur. In deze voorstelling domineren de donkere onheilspellende wolken, die van links worden beschenen door de laagstaande zon. De dik ingepakte mensen op het ijs steken nietig af tegen deze onbarmhartige natuur. In zo’n winterlandschap van Ruisdael zou een vrolijke menigte schaatsers niet op zijn plaats zijn.
Winterlandschap met donkere wolken, Jacob Isaacksz van Ruisdael, ca. 1665. Collectie Rijksmuseum.

Heb je hem nou al gesproken?

Margaretha is benieuwd of Godard Adriaan nou al eens met steenhouwer Jan Prang heeft gesproken en het met hem over de keuzes heeft gehad. Margaretha verzoekt Godard Adriaan zijn voorkeur wel dringend aan haar te laten weten. Het zou handig zijn als het antwoord komt wanneer Schut en Rietveld er nog zijn zodat ze het kunnen bespreken. De heren vertrekken al aan het begin van de volgende week. Hopelijk voor Margaretha houdt Godard Adriaan eens op met treuzelen en heeft de brievenpost ook niet te veel vertraging. Margaretha geeft aan dat wanneer er geen nieuwe bouwmaterialen komen, de werkzaamheden aan het huis stil zullen komen te liggen.

Brieffragment over gesprek met jan prang

[geen deele toe hebbe,] nu hoope dat uhEd met ijan
prang sal gesproocke hebbe, en de meeninge vande
meesters al hier verstaen, wenste uhEd senti=
=mente daer op te weete derwijlle schut en
rietvelt noch hier is, die int Eerst vande toekoo
mende weeck vertrecke, bij gebreck van mateer
rije sal dees Eijndige blijfve

Interieur met een vrouw die met de handen in de zij aan het schelden is. Haar man zit gekleed in vrouwenkleding op een stoel. Op de voorgrond een kakelende hen. Op de achtergrond een aap bij de schouw. In het randschrift een toelichting in het Nederlands: een lekkend dak, een rokende schouw, een kakelende hen en een scheldende vrouw in huis betekenen ongeluk en verdriet.
De scheldende vrouw en de kakelende hen, Johannes Wierix, 1566 – 1570. Collectie Rijksmuseum.

PS

Na de gebruikelijke afsluiting van Margaretha volgt natuurlijk nog een PS. De vorst houdt nog fel aan, waardoor de waterstand in de Rijn erg laag is komen te staan. Margaretha meldt dat de lading van een samoreus is overgeheveld naar een lichter. Een samoreus, ook wel bekend als een Keulse aak, is een lang en smal rivierschip met twee masten. Een lichter is een vaartuig met een kleine diepgang, deze scheepjes werden vaak gebruikt om lading van een groter vrachtschip er naar toe te brengen of te halen. Helaas is de diepgang van de lichter toch nog te veel voor de lage waterstand van de Rijn. Het scheepje kan niet voorbij Wijk bij Duurstede varen en ligt daar nu stil, laat Margaretha weten.  

Afsluiting

Mijn heer en lieste hartge

uhEd getrouwe wijff
MTurnor

de vorst hout hier
noch fel aen
ent water
op den rhijn
valt heel wech is so laech dat de lichter diet
loot wt de samoreus vande vaert hier gebrocht heeft
leech sijnde niet voor bij wijck kan vaeren maer
moet daer blijfve leggen

Links een schip zonder zeil en mast, op de boot staan twee mannen met stokken in het water. Het schip heeft een soort ronde kajuit, waarvan delen open staan. Rechts een schip met een mast. Het grootste deel van het schip is dicht en op het schip liggen de zeilen en het tuig. Aan het schip hangt een roeibootje. Onder het linker schip staat Een Amsterdammer Lichter, onder het rechter schip Een Wieringer Lichter.
Twee schepen: een Amsterdammer lichter en een Wieringer lichter, Reinier Nooms, 1652 – 1654. Collectie Rijksmuseum.