Mijn heer en lieste hartge

Tag: Memorie

Bijna onder dak

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 18 november 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 23 november 1676
Lees hier de originele brief

Er was weer eens wat gedoe met de post, dus Margaretha heeft besloten haar brief een dag eerder op de post te doen dan gewoonlijk. Er is vooral veel te melden over het huis, en dan met name over het dak.

Brieffragment over de post

Ameronge den
18 Novem 1676
[rec: 23. dito]
Mijn heer en lieste hartge

Eergistere heb ick uhEd met de post geschreefve 
die van heetere schrijft Een moment te laet en 
naert afrijde vande post was aengekoomen so dat 
die met de naeste post Eerst afgaen kan, om 
dat intoekoomende voor te koome send ick deese 
Een dach vroechger[, gisteren is den steenhoude]

Over een besneeuwde weg rijdt een postkoets naar links richting een molen. Recht ligt een stad achter een gracht. De gracht is bevroren en op het ijs rijden arresledes en spelen kinderen. In de verte nog een koets en een rijtje besneeuwde bomen. Op de voorgrond blaft een hond naar de postkoets.
Winterlandschap met stadsgezicht, molen en postkoets, Jan van Weert, ca. 1950. Collectie: Staatliche Museen zu Berlin, Museum Europäischer Kulturen.

Vatten en verstaen

Steenhouder Jan Prang is naar Bremen vertrokken met de memorie die de secretaris heeft opgesteld. Aan de steenhouder is met behulp van de tekening die Schut heeft gemaakt uitgelegd wat voor steen er nodig is. Hopelijk begrijpt Godard Adriaan de tekening met de toevoeging van de secretaris nu eindelijk wél…

Brieffragment over de steenhouwer en de tekeningen

[Een dach vroechger,] gisteren is den steenhoude 
ijan prang weer van hier naer breemen ver 
trocken die bij ons alles bester weeten alles 
hier wel heeft besien en is hem wel pertinent alles 
aengeweesen, daer schut de teijckenine ende
sekreetaris Een Memoorije van heeft gemaeckt 
het welcke hem prang meede gegeefven is, 
hoope uhEd so wel de teijckenine van schut 
als de memoorije vande sekreetaris sal kon 
ne vatten en verstaen[, heede heb ick uhEd]

Droog en nat hout

Godard Adriaan heeft kennelijk gevraagd naar het hout voor de kap van het huis. Alle delen die van de winter in de schuur zijn gelegd zijn inmiddels droog genoeg, antwoordt Margaretha hem. Deze delen worden op het dak gelegd en vastgespijkerd. Maar het hout van afgelopen zomer is nog niet droog genoeg.

Eerste brieffragment over droog en nat hout
Tweede brieffragment over droog en nat hout

[=ne vatten en verstaen,] heede heb ick uhEd 
mesiefve vande 14 deeser ontfange waer op tot

Antwoort dient dat al de deelen die over 
winter hier inde schuer tot de kap sijn gereet 
gemaeckt, drooch genoech sijn en diese nu opt 
dack beginne te legge en vast te spijckeren, 
maer de deelle die deese soomer hoewel sij 
al inde voorsoomer meest gesaecht sijn, so 
sijn die niet droochgenoech om vast te legge 

Een tussenoplossing

Uiteraard moet het dak wel dichtgemaakt worden, dus het hout gaat wel gebruikt worden. Het plan is nu om de houten planken op de balken van de kapconstructie te leggen en goed en stevig aan te drukken. Schut zegt dat de houten delen op deze manier goed kunnen drogen. In het voorjaar kunnen ze dan definitief vastgezet worden. De droge delen zullen worden gebruikt voor de middelste kap. Vervolgens kan de leidekker aan de slag.

Brieffragment over de planken die nog niet droog zijn

men sal die op wervels legge en dicht aen 
en in Een drijfve en slaen so dat het dack 
dicht sal weesen, en so schut seijt de deelle 
ondertusche so droochge, datse int voor 
ijaer bequaem sulle weesen om vast te
legge, met de droochge deelle sullense de 
middelste kap decken daer de leijdecker
dan de leijen op kan legge en over winter 
alst goet weer is aen te wercke koomen 
daer hij voor Eerst genoech aen te doen sal 
vinden[, nu wacht men naert loot om de goote]

Zwartwitfoto van een zolder, duidelijk zichtbaar een dakspant en de planken van het dak. In het dak zit een raam en darvoor staat een trapje met twee treden
Interieur zolder naar het zuid-oosten, Ton Schollen, 1984. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Lood om oud ijzer

Het lood voor de dakgoot laat nog op zich wachten: de levering wordt vertraagd door de stevige wind. De rekening van de loodgieter uit Amsterdam is wél binnen: 16571 pont voor 876 gulden en 9 stuivers. Temminck heeft er wat af weten te krijgen, zodat er slechts voor 10465 pond betaald hoeft te worden. Daarnaast moet er nog lood uit Den Haag en Rotterdam komen, maar Margaretha heeft geen idee hoeveel dat weegt of wat de kosten zullen bedragen. Het lood uit Amsterdam moet Margaretha meteen betalen, en ook de rekening van het lood uit Den Haag en Rotterdam verwacht ze eerdaags op de mat te krijgen. Voor dit lood heeft ze echter al 200 ducatons betaald, dus de rekening zal wel meevallen. (Eén ducaton is ongeveer 63 stuivers waard, en er gaan 20 stuivers in één gulden, dus reken maar na.) Dit lood komt vermoedelijk morgen of overmorgen binnen. Als het tenminste meezit met de wind…

Eerste brieffragment over het lood
Tweede brieffragment over het lood

[vinden,] nu wacht men naert loot om de goote
te legge dat onderweege is en door kontraijrij

wint niet op kan koomen, de reeckenin vande
loot gieter van Amsterdam heb ick deesen
avont ontfange die 16571 pont loot scheep heeft
gedaen, daer op hij Een persent door perswaesge
van Monseur teminck toe geeft so dat hij
maer 10465 pont en reeckent het welcke
in gelt bedraecht de som van 876f 9 stuij
het welcke pront betaelt moet worde, daer
ick ordere toe heb gestelt, hoeveel het loot
dat wt den haech of van rotterdam komt
sal weechge en ingelt bedrage staet noch
te sien verwachte die reeckenin ock alle
daech en daer heb ick twee hondert duijcka
tons op de hant gegeefven, dit loot heeft den
Aernhemse schipper in die ick hier verwacht
merge of wtterlijck overmerge so de wint
die nu oost is wil dienen[, wij hebbe inde voor=]

Ruimte tussen drie daken: links gaat een zadeldak omhoog, rechts ook, aan het eind zit ook een zadeldak. Rechts op de aansluiting tussen de daken staat een schoorsteen, links aan het eind ligt een trap tegen het dak naar de vlaggenmast. De daken zijn gedekt met leien, op de ribben van de daken en op de aansluitingen tussen de daken ligt lood, tussen de daken zit een dakgoot, op verschillende plekken zitten ramen in de daken. Tussen het dak links en rechts is een smalle doorgang met daarin een luik.
Zuidelijke zakgoot, A.J. van der Wal, 1989. Collectie Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Op verschillende plekken ligt lood op het dak. Onder het hout tussen de beide daken, ligt een brede dakgoot die bekleed is met lood.

Schoonste weer van werlt

Op de harde wind na is het schitterend weer! Vorige week viel er nog wat regen, maar nu hebben we al twee dagen op rij vorst. Margaretha noemt het zelfs ‘het schoonste weer van werlt’. Als dit weer aanhoudt, kunnen de werklieden flink doorpakken, en is het dak binnenkort klaar!

Eerste brieffragment over het weer
Tweede brieffragment over het weer

[die nu oost is wil dienen,] wij hebbe inde voor=
leedene weeck hier ock wat reegen gehadt 
maer van geen beduijde, en nu heeft het 
weer twee dage gevrooren ent schoonste 
weer van werlt gehadt moogen wij dat

noch Eenige dagen houden so ist huijs onder 
dack, maer weet niet hoe wijt loot met deese 
wint hier krijge[, so dat voort Een goet is]

Een bevroren rivier ligt tussen twee bebouwde oevers in. Op het ijs zijn diverse mensen aan het schaatsen. Links donkere wolken die roze gekleurd zijn door de ondergaande zon, rechts grote witte wolken met donkere plekken. Over het landschap ligt een dun poederlaagje sneeuw.
Een bevroren rivier bij een dorp in de avond, Aart van der Neer, ca. 1665. Collectie National Gallery Londen.

Het acksident van Temminck

Margaretha beklaagt de arme Temminck. Men wil met gloeiende nijptangen in de weer gaan! Wat is er precies met Temminck gebeurd? Dat blijft wat vaag in haar brief, maar het lijkt erop dat er iets mis is gegaan tijdens een poging Temmincks tanden te trekken. Misschien heeft hij een nare ontsteking opgelopen. Wat het ook is, het klinkt pijnlijk…

Brieffragment over de tanden van Temminck

[mocht weeten of sien,] den armen temiminck
beklaech ick van harten datter so qualijck 
aen is met sijn acksident daer de meesters nu
met gloeijende nijptange aen wille, dat is van 
tande wt te trecke gekoomen[, met de naeste]

Een man zit vastgebonden aan een stoel, terwijl een man met een tang een van zijn tanden trekt. Onder de voorstelling een tweeregelig vers in het Nederlands. Get Moester hou ie hant, de duycker is dat woelen Trock me iou soo een tant, Iy sout het me wel voelen.
Gevoel, anoniem, 1689 – 1720. Collectie Rijksmuseum.

Godard Adriaan snapt het!

 
       
Door Datum Plaats
Geschreven Margaretha Turnor 31 oktober 1676 Amerongen
Ontvangen Godard Adriaan van Reede 2 november 1676
Lees hier de originele brief
De brief is alleen ‘ockto’ gedateerd, gezien de regelmaat moet het haast wel een brief van 31 oktober zijn.

Margaretha is zo blij dat Godard Adriaan eindelijk begrijpt hoe het vloerplan in elkaar zit, dat ze vergeet om deze brief te dateren. Ze schrijft dat Schut en Rietvelt aangenaam verrast zijn over de prijs van de vloerstenen. Volgens hen zou een vloer met klinkers nauwelijks goedkoper zijn.

Brieffragment over de prijs van hardsteen

Ameronge den
ockto 1676
[rec 2 nov 1676]
Mijn heer en liefste hartge

tis mij lief wt uhEd aengenaeme vande 24
deeser te sien uhEd de memoorije weegens
de hart en vloer steene nu verstaet, schut
en rietvelt konne haer niet verwonderen
over de prijs vande deck steene en segge dat
het geen bedencken heeft die in plaets van
de klinckert op sijn kant te neeme ver=
midts de klinckert of graeuwe steene
weijnich of niet min sou koste, [de de]

Een vrouwfiguur, voorstellende Het Perspectief staat met meetinstrumenten in de handen voor een tegelvloer. Linksonder en rechtsonder vliegt een vogel op uit het riet.
Perspectief, Etienne Delaune, 1528 – 1583. Collectie Rijksmuseum

Donkere kelders

De vloer kan nog niet direct gelegd worden omdat de kelders nog geen gewelven hebben. De muren moeten eerst zetten voordat die gewelven gemetseld kunnen worden en dat moet wachten tot maart. Margaretha geeft als extra uitleg dat ‘de dagen so kort’ worden ‘en ist in het donckere weer so doncker in de kelders dewijle de steijgerinne noch omt huijs staen’.

Brieffragment steenhouwer en wulfsels
Brieffragment over de steigers om het huis

[weijnich of niet min sou koste,] de de
steenhouders om de vloere te legge met
de steene soude koomen, waer heel goet
maer de wulfsels vande kelders konne
niet voor inde maent van maert ge
slage worde om dat de muere haer
noch op Een setten, en ock worden
de dagen so kort en ist in het don=
ckere weer so doncker inde kelders

dewijlle de steijgerine noch omt huijs staen
dat se niet veel soude bedrijfven [en de]

Een gewelfde, brede gang, waar links een deur open staat waardoor zonlicht naar binnen valt. Aan weerszijden zitten deuren en staan kasten. Aan het eind zit een raam waardoor beperkt licht naar binnen valt.
Natuurlijk licht in het souterrain eind oktober rond zonsondergang (ca. 17:15 uur). Foto: Annemiek Barnouw

Winterstop

Misschien is het ook wel niet zo erg dat er even gepauzeerd moet worden, want het ‘winter loon is seer hooch’, kortom, de bouwvakkers willen goed betaald worden voor hun bevroren tenen. Meester Schut is weer naar Amsterdam om te informeren naar de prijs van hardsteen voor de schoorstenen. Misschien is het wel handig dat Godard Adriaan daar ook naar informeert, ‘dewijlle de schoorsteene van de winter niet boven het dack sullen opgehaelt worde en dat omt uut vriese’. Geen haast dus, de schoorstenen moeten toch wachten omdat er tijdens de vorst niet gemetseld kan worden. En het vroor in 1676 een stukje harder dan nu!

Brieffragment over de winterstop

[dat se niet veel soude bedrijfven en] de
dachhuere loopen hoewelt winter loon
is seer hooch ijae so dat ick haest niet
weet hoet stelle sal, meester schut
gaet weer naer Amsterdam sal daer
naer de hartsteen die op de schoorstee
sulle koome verneeme ock naer de
prijs, en hoeveel dat ijder schoorstee
aen hartsteen soude koste gelooft
uhEd die ock wel van daer sal be=
stelle, dewijlle de schoorsteene vande
winter niet boven het dack sulle
op gehaelt worde en dat omt wt
vriese, so souder noch tijt genoech
sijn omt daer te bestelle, [nu sijn]

Van onderaf zoen we schoorsteen op de hoek van een leien dak. Onder de schoorsteen een raam en achter de schoorsteen op de nog van het hoogste dak een vlaggenmast.
Gezicht op de zuidoostelijke schoorsteen van het Kasteel Amerongen (Drostestraat) te Amerongen. Foto: Fotodienst GAU. Collectie: Het Utrechts Archief.

Waterafvoer

Maar als er niets aan het huis gedaan kan worden, dan toch wel aan de tuin. Heeft Godard Adriaan nog plannen voor een boomgaard? Van Ginkel denkt van niet, schrijft Margaretha. Maar Amerongen staat in de uiterwaard, de waterafvoer is belangrijk ‘om voor te koom dat de weije niet verdrencken’. Weilanden die onder water staan, daar komt alleen maar ellende van, zoals heermoes. Je wilt niet dat vee dat binnen krijgt! Margaretha laat dus een ‘gruppel’ graven in de dam waarover de stenen naar de bouwplaats worden gereden en daar moet dan weer een brug over worden gemaakt. Het ‘uut haelle van de binnen graft’ om het huis heeft ook haar aandacht en daar komt ‘ongelooflijck veel puijn steen en modder uut’. Het werk heeft haast, want ‘het water begint op den Rhijn heel te wasse’: er is hoog water op komst en voor dat water moet ruimte zijn!

Brieffragment over de waterafvoer

[Amsterdam te senden,] niet weetende of
uhEd noch van meijnine is de door snijdine
int weijtge teijnde het singel ent boogaer
=tge de laeten doen ende heer van ginckel
gelooft van neen, so laet ick maer Een
Een ruijme goot daer door graefve
om de waterloosine te hebbe on daer
door voor te koom dat de weije niet
verdrencken, ick het recht op aen
graefve daert uhEd heeft om in vijfer
te koomen en laet den dam daer de
steen wt den oven over wort gereede
ock Een gruppel in door graefve
het welke weer met maste1Mast: Paal en oude deele
sal toe legge dat me daer Evenwel
sal konne over rijde, dan heeft het
water sijn schoot2Schoot: Vrije loop en door tocht, [de]

Links een rij knotwilgen tegen de dijk, daarnaast weilanden die voor een deel onder water staan. Links aan de horizon de kerktoren, in het midden, tussen de bomen, kasteel Amerongen.
Gezicht op de Bovenpolder te Amerongen, uit het westen, met op de achtergrond de toren van de St. Andrieskerk en het Kasteel Amerongen. Fotograaf: onbekend. Collectie: Het Utrechts Archief.

Jacht

Ondanks alle drukte is er ook tijd voor vermaak. Voor Van Ginkel dan. De heer Van Zuylen, Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken, is een paar dagen op bezoek geweest en Van Ginkel is samen met hem wezen jagen. Of het wat eetbaars heeft opgeleverd? Dat schrijft Margaretha dan weer niet.

Brieffragment over de jacht

[niet genoech voor konne dancke,] de heer van
suijllen is deese weeck hier 3 a 4 dagen bij de heer
van ginckel geweest en met hem gaen jagen, [was]

De terugkomst van de jacht. Een jachtpartij van dames en heren bij de poort van een buitenverblijf. In het midden blaast een jager op een jachthoorn, links een knecht met honden en een geweer over de schouder. Een van de vrouwen heeft een valk op haar hand. Op de achtergrond een man met vogels op een raamwerk.
De terugkomst van de jacht, Johannes Lingelbach, 1650 – 1674. Collectie Rijksmuseum.
  • 1
    Mast: Paal
  • 2
    Schoot: Vrije loop

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén